nieuws

Overheid bezuinigt op regeling HR­ventilatie

bouwbreed

rotterdam ­ Een goed ontworpen en geïnstalleerd ventilatiesysteem met hoog rendement verbetert de binnenlucht en spaart energie, benadrukte de stichting HR Ventilatie tijdens een bijeenkomst in Rotterdam. Maar geïnteresseerden ontvangen vanaf 1 januari 2003 geen subsidie meer op de aanschaf, omdat HR­ventilatie vanaf die datum uit de Energie Premie Regeling is bezuinigd.

De fabrikanten zoeken intussen aansluiting bij het Energie Prestatie Keur, zodat ze hun toestellen van een gecertificeerd keurmerk kunnen voorzien. De overheid bezuinigt zo’n 500 miljoen euro op fiscale milieu­ en energiepremies. De Energie Prestatie Regeling (EPR) komt vanaf 1 januari 2003 te vervallen. VROM vervangt deze door een gedefiscaliseerde regeling die in vorm hetzelfde is als de EPR. De begroting reserveert daarvoor een bedrag van 54 miljoen euro. In 2006 moet dat zijn opgelopen tot 72 miljoen. Vanaf 1 januari vallen hoogrendements ventilatie en hoogrendements verwarming in de huidige vorm buiten de regeling. Fotovoltaïsche installaties, zonneboilers en warmtepompen komen nog wel in aanmerking voor een subsidie. Volgens de Stichting HR Ventilatie vergt ook een hoogrenderende installatie regelmatig onderhoud. Dat kan samenvallen met het onderhoud van de cv­ketel. Vooralsnog ontbreken daarvoor wettelijke bepalingen.

Bronvervuiling

De Stichting HR ventilatie liet eerder de vraag onderzoeken of mechanische ventilatiesystemen meer bronvervuiling veroorzaken. De onderzoekers bekeken in verschillende gemeenten enkele tientallen installaties voor gebalanceerde ventilatie, natuurlijke ventilatie met roosters en suskasten en shuntkanalen. In de woningen werd de vervuiling bemonsterd met behulp van een afdrukplaatje. Omdat regels voor het bepalen van de oppervlaktevervuiling door ventilatie ontbreken, werden de monsters beoordeeld aan de hand van regels voor de voedselproductie. De uitkomsten verschilden weinig per systeem. De directe omgeving bepaalt in hoge mate de kwaliteit van de toegevoerde lucht. In een stofrijke omgeving raken voorzieningen snel vervuild, roosters en suskasten blijken dan bijzonder moeilijk schoon te houden. Onderhoud is zelden structureel en veelal een reactie op klachten. Ook technische tekortkomingen kunnen de oorzaak zijn dat een installatie minder presteert dan op papier.

Rendement

Het rendement van de warmteterugwinning is circa 90 procent. In een bepaald geval bleef die tussen 83 en 89 procent steken. Voor een belangrijk deel lag de oorzaak in een onbalans die met behulp van zelfinstellende ventilatoren werd verholpen. Daarna lag het rendement rond 93 procent. Hiermee wordt al snel zo’n 250 kubieke meter aardgas per jaar bespaard. De gelijkstroommotoren voor de ventilatoren nemen jaarlijks zo’n 200 kilowattuur per jaar elektriciteit op. De goede werking valt of staat met ontwerp en uitvoering volgens de certificatieregeling BRL 6002. Deze regeling gaat uit van de productcertificatieregeling NEN­EN45011. Het ISSO behandelt in publicatie 62 warmteterugwinsystemen voor woningbouw. Dat is een herziene uitgave van de ISSO­publicatie 28 uit 1993.

Bouwbesluit

TNO onderzocht voor de Stichting HR Ventilatie de luchtkwaliteit in een woning met een lagere geïnstalleerde ventilatiecapaciteit dan de prestatie­eis van het Bouwbesluit voorschrijft; voor verblijfsgebieden een afvoer van 0,9 kubieke decimeter per vierkante meter vloeroppervlak bij een minimum van 7 kubieke decimeter per seconde. Bij grote woningen wordt de capaciteit zo groot dat twee toestellen voor gebalanceerde ventilatie moeten worden geïnstalleerd. Daardoor lopen de investeringskosten en het energieverbruik fors op. Het betreft dan vaak grote woningen waarin niet meer mensen wonen dan in kleinere. TNO vond een oplossing die afwijkt van de prestatie­eis uit het Bouwbesluit. Deze voldoet wel aan de eis die de verklaring van gelijkwaardigheid stelt. Voor grotere woningen mag, bij een aangepaste gebruiksvergunning voor maximaal zes personen en een woning van circa 200 vierkante meter, worden volstaan met één toestel. Deze oplossing draagt 0,11 tot 0,14 bij aan het Energieprestatiecoëfficiënt (EPC). De verklaring van gelijkwaardigheid geldt uitsluitend voor woningen met gebalanceerde ventilatie. De woonkamer moet gelijk zijn aan of groter zijn dan de slaapkamer. Gedefiscaliseerde regeling in vorm hetzelfde

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels