nieuws

Nieuwe woningnood is verbreid misverstand

bouwbreed

De woningbouwcorporaties moeten de gelegenheid krijgen om meer en vooral ook betere woningen te bouwen en meer woningen te verkopen. Dat is de enige oplossing om doorstroming tot stand te brengen en al doende de huidige ‘woningnood’ te lenigen. Stoppen met slopen heeft geen zin. Aldus Henk Boldewijn, directeur van KAW architecten en adviseurs en gemeenteraadslid vanuit de PvdA in Groningen. De huidige krapte op de woningmarkt is immers geen woningnood, maar een vraag naar kwaliteit.

In vrijwel alle stedelijke gebieden stagneert de woningproductie. Het gevolg is dat de doorstroming wordt belemmerd en de uitvoering van stedelijke vernieuwingsprogramma’s veel trager verloopt dan gepland. Er wordt opnieuw gesproken over woningnood, waarbij indrukwekkende wachtlijsten en schrijnende voorbeelden ten tonele worden gevoerd. Natuurlijk zijn er specifieke omstandigheden waardoor starters hun wens om zelfstandig te wonen enige tijd moeten uitstellen. Maar dit zijn uitzonderingen en we moeten ons hierdoor niet van de wijs laten brengen. De woningnood nu is een geheel andere dan die van 50 jaar geleden. In tegenstelling tot toen hebben de woningzoekenden van nu wel een huis, maar willen ze vooral een veel hogere kwaliteit.

Verschuiving

Studenten die op een kamer wonen, willen een zelfstandig huis of dichter bij de stad wonen. Starters willen direct een eengezinswoning en mensen die al decennia lang in een portieketagewoning wonen, willen een ruimer appartement met een lift: individuele woonwensen, die meer dan voorheen te horen zijn op de woningmarkt. Het collectieve belang staat immers niet meer voorop; er heeft een verschuiving plaats van ‘volkshuisvesting’ naar ‘wonen’. Meer dan voorheen dient dan ook rekening gehouden te worden met deze individuele wensen. Daarbij moeten we ons er bewust van zijn, dat deze wens zich niet beperkt tot de woning, maar minstens zo veel betrekking heeft op de omgeving, de voorzieningen in de buurt en de relatie met het centrum en andere wijken. In de naoorlogse periode heeft het volkshuisvestingsbeleid zich gericht op kenmerken van hele bevolkingsgroepen bijvoorbeeld huishoudens met twee kinderen of senioren. Het wordt de laatste jaren steeds duidelijker dat de realisatie van individuele woonwensen speerpunt van gemeentelijk beleid moet zijn. Dit moet het uitgangspunt zijn bij het ontwerpen van nieuwe woonwijken en het programmeren van de stedelijke vernieuwingsopgave. Individuele woonwensen vertalen in een diversiteit van leefstijlen die bepalend zijn voor de sociale en ruimtelijke structuur van buurten en wijken.

Ruim baan

Met het oog op een maximale keuzevrijheid van woningzoekenden, verdienen verhuurders ruim baan. Niet alleen moeten gemeenten alle zeilen bijzetten om de nieuwbouwproductie op peil te houden. Juist de verhuurders moeten een actieve rol spelen in het bevorderen van de doorstroming op de woningmarkt. Door een gericht verkoopbeleid van woningen in de bestaande voorraad door te experimenteren met eigendomsvormen tussen huur en koop. Het bezitten van een eigen huis is een groot goed. Voor veel huurders is het kopen van een huis de volgende stap in hun wooncarriëre. De toegenomen welvaart heeft dit mogelijk gemaakt. In de toekomst zou er in alle wijken en buurten een ruim aanbod van koopwoningen in alle prijsklassen moeten zijn. In bestaand stedelijk gebied kan dat alleen maar als er een gericht verkoopbeleid voor huurwoningen komt. De corporaties moeten daarom een veel grotere rol krijgen in de ontwikkeling van nieuwbouw in de uitleg en in de transformatiegebieden, zodat zij in staat zijn het eigen woningbezit te bevorderen en tegelijkertijd het aanbod van huurwoningen op peil te houden. Of zoals Bijdendijk het heeft verwoord: “Corporaties moeten de laatste trein halen (Building Business, 2002).” Om meer betaalbare huurwoningen te bouwen, moeten goede afspraken gemaakt worden tussen corporaties en gemeenten. Ook moet er goed naar de toekomst worden gekeken. Verkoop van corporatiewoningen na 10 of 15 jaar moet niet langer een uitzondering zijn maar een geaccepteerd middel om geld vrij te maken voor nieuwe investeringen. Als de koopsector zich wat minder voorspoedig ontwikkeld, of het in een bepaald segment volledig laat afweten, kunnen de corporaties huurwoningen bouwen waarvan later besloten kan worden om ze te verkopen. Op deze wijze kan een grotere dynamiek in de huursector de woningbouwproductie minder afhankelijk maken van koopmarktontwikkelingen. Van ‘volkshuisvesting’ naar ‘wonen’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels