nieuws

EIB signaleert einde personeelsgebrek

bouwbreed Premium

amsterdam Ruim een kwart van de hoofdaannemers in de grond, weg en waterbouw verwacht de komende maanden een afname van het personeelsbestand.

Dat blijkt uit de conjunctuurmeting van de Nederlandse bouw door het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB). Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie. De gegevens zijn afkomstig van meer dan vierhonderd hoofdaannemers met meer dan tien werknemers. Het EIB stelt vast dat van personeelsgebrek totaal geen sprake meer is. Vorig jaar aan het begin van de herfst verwachtte het merendeel van de bedrijven nog een uitbreiding van de werkgelegenheid. Bouwers in de burgelijke en utiliteitssector waren destijds de grootste optimisten. Bij de meting die het EIB in september heeft gehouden, geeft slechts 7 procent van de bedrijven aan een stijging van de personele omvang te verwachten. Op inkrimping rekent 19 procent. In de gww�sector rekent 28 procent op afslanking van het personeelsbestand. In vergelijking met een jaar geleden zijn de bouwbedrijven veel negatiever in hun oordeel over de voortgang van de werkzaamheden. Dit geldt ook voor de beoordeling van het onderhanden werk. Het aandeel bedrijven dat het onderhanden werk als klein beoordeelt, is groter dan de groep bedrijven die de werkzaamheden als omvangrijk beoordeelt. Dit is, zowel in de burgerlijke en utiliteitsbouw als in de grond� weg� en waterbouw, in overeenstemming met de daling van de omvang van de orderportefeuille ten opzichte van vorig jaar.

Verdubbeld

Ruim tweemaal zoveel bedrijven meldden in september 2002 stagnatie als gevolg van onvoldoende orders in vergelijking met verleden jaar. In de b&u is dit aandeel meer dan verdubbeld, van 5 procent een jaar geleden tot 11 procent in september 2002. In de gww meldt 18 procent van de bedrijven gebrek aan orders als belangrijkste stagnatieoorzaak. Een jaar geleden bracht 10 procent een tekort aan werk als argument in. Eind september 2002 meldde 12 procent van de bedrijven een stijging van de afzetprijzen te verwachten. Een jaar geleden lag dit percentage nog op 33 procent. Opvallend is dat ruim eenvijfde van de bedrijven in de gww een daling van de afzetprijzen verwacht. Per eind september 2002 is de omvang van de orderportefeuille in de bouwnijverheid weinig veranderd en komt nu uit op 7,3 maanden. De orderportefeuille in de b&u steeg met 0,2 maand tot 7,7 maanden en toont hiermee een licht herstel na de daling van verleden maand. De woningbouw en de utiliteitsbouw droegen hieraan in gelijke mate bij. In de gww is de ontwikkeling in de onderscheiden subsectoren verschillend: stijging in de subsector grond� en waterbouw en daling in de subsector wegenbouw. Hierdoor blijft de omvang van de orderportefeuille in de gww praktisch gelijk en bedraagt nu 6,0 maanden.

Reageer op dit artikel