nieuws

Archeologie ontsnapt aan de aandacht

bouwbreed

woerden – Aannemers en projectontwikkelaars zijn nauwelijks betrokken bij het tot stand komen van wetgeving over archeologische vondsten op bouwplaatsen. De communicatie tussen verantwoordelijke overheden en bouwers gaat stroef. De bouw neemt daarnaast een afwachtende houding aan. Hierdoor zijn in de nabije toekomst problemen te verwachten, stelt directeur B. Goudswaard van het Woerdense bureau Archeologic.

Goudswaard deed archeologisch onderzoek langs de Betuweroute en leidt sinds twee jaar adviesbureau Archeologic. In 1992 tekende Nederland het Verdrag van Malta. Zes jaar later volgde de ratificatie. Sindsdien zijn de ontwikkelaars en aannemers verantwoordelijk voor de gevolgen van bouw op het ëbodemarchiefí. Anders gezegd: wie ergens bouwt, moet archeologische vondsten veilig stellen. Dat kan door opgravingen of door bouw- en bestemmingsplannen zodanig te wijzigen dat de vindplaatsen worden beschermd. Een wet waarin een en ander wordt geregeld staat op stapel en zal er waarschijnlijk binnen een jaar komen. Tot die tijd wordt ëin de geest van Maltaí gewerkt. Voordat een aannemer een spade in de grond mag steken, is archeologisch onderzoek verplicht. Bevat de plek waardevol materiaal dan moeten de bouwplannen worden aangepast of er komt een opgraving. In beide gevallen dragen projectontwikkelaar en aannemer de kosten.

Aantrekkelijker

ìVoor de bouw is waakzaamheid dus geboden. Nu is er nog tijd om invloed uit te oefenen op de toekomstige wetgeving. Als de bouw zich passief blijft opstellen, wordt de bedrijfstak straks voor een voldongen feit geplaatst. En dat kan heel vervelend zijn, want het zijn de bouwers die met de nieuwe wet moeten gaan werken.î In het recente verleden hebben archeologische vondsten op bouwplaatsen voor problemen gezorgd. Zo ontdekten archeologen in het Brabantse Cuijk een enorme vindplaats uit de Romeinse tijd. Dit ëbodemarchiefí ligt op een plek waar zeshonderd woningen verrijzen. Daardoor rees een groot probleem. Alles opgraven zou tussen tien en dertig miljoen euro kosten en dat was te kostbaar. Goudswaard die als adviseur werd aangetrokken, stelde voor om het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat het ëbodemarchiefí een plek kreeg in het landschap. Door de lokatie niet te bebouwen, blijven de resten uit het verleden ongeschonden en kunnen latere generaties ze eventueel alsnog opgraven. ìDoor archeologie een plaats te geven in de nieuwbouw, bescherm je niet alleen het materiaal dat in de grond zitî, legt hij uit. ìDe nieuwbouw wordt er ook aantrekkelijker door. Een nieuwe wijk krijgt een stuk geschiedenis. Veel mensen vinden het leuk als ze weten dat zij niet de eerste bewoners zijn, maar dat op diezelfde plek duizenden jaren geleden al werd gewoond en gewerkt.î

Kosten

In Cuijk zijn de betrokkenen tevreden met de oplossing, die Goudswaard aandroeg, maar dat neemt niet weg dat er hoge kosten moeten worden gemaakt. De huizen in de nieuwbouwwijk worden per woning duizenden euroís duurder. In Gorinchem speelt iets vergelijkbaars. Ook daar moet een archeologische vindplaats worden ingepast in een bestemmingsplan. Met als gevolg dat de bouw is vertraagd en op de koop toe veel duurder uitvalt. ìHet mooiste is als van tevoren bekend is wat er in de bodem zit. Dan kun je er bij het maken van het bestemmingsplan rekening mee houden. Bijvoorbeeld door op een archeologische vindplaats een park te ontwerpen.î ëNu is er nog tijd om invloed uit te oefenení

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels