nieuws

Zelfstellende bescherming voor deurslot

bouwbreed

Het inbraakveilig afschermen van een cilinderslot met passend veiligheidsbeslag vergt in sommige gevallen wat gepruts. Een zelfstellende bescherming biedt dan soelaas.

octrooi

nummer: 1017484

houder: Linea Cali., Vobarno, Italië

uitvinder: M. Facchetti

Het sleutelmechanisme van een cilinderslot zit veilig opgesloten in hol stuk metaal dat losjes ‘de cilinder’ wordt genoemd. In feite gaat het in de verste verte niet om een cilinder, want de dwarsdoorsnede ervan heeft -heel toepasselijk- eigenlijk veel meer de vorm van een klassiek sleutelgat. Moderne cilindersloten zijn in principe veel veiliger dan de ouderwetse klavier- en bontebaardsloten, maar dan moeten ze wel goed zijn aangebracht. Zonder aanvullende rozetten of schilden (‘beslag’) zou een gemonteerde cilinder veel te ver uitsteken, en een kwaadwillende passant kan het geheel dan tamelijk eenvoudig forceren. Het standaardbeslag is evenwel veel te zwak en zeker voor buitendeuren is speciaal veiligheidsbeslag nodig. Maar ook dan zijn we er nog niet, want in veel gevallen blijkt een slotcilinder toch nog verder uit het beslag te steken dan de toegestane drie millimeter. Om dat te verhelpen zijn extra afstandsdelen nodig, die er na wat gepruts voor zorgen dat de bovenkant van cilinder en beslag vrijwel in het zelfde vlak komen te liggen.

Verfrissend

Octrooi 1017484 wil het probleem van die te ver uitstekende slotcilinders oplossen zonder allerlei extra hulpstukken te hoeven gebruiken. Het beschrijft een beslag met een beweegbaar onderdeel waarmee het heel eenvoudig wordt te verhinderen dat een cilinder te ver uitsteekt.

De titel van het octrooi luidt ‘Zelfstellende bescherming voor slotcilinders bij toegangsdeuren’. Dat is verfrissend, want veel octrooien hebben opzettelijk een titel die zo min mogelijk aangeeft waar het om gaat en in deze traditie zou een titel ‘beschermplaat voor cilinder’ beter passen.

Op de buitenkant van een deur komt een stalen plaat met een ruitvormige uitholling aan de binnenzijde. Ter hoogte van de uitholling zit een ovaal gat, iets groter dan de doorsnede van de uit de deur stekende slotcilinder. In de uitholling en het gat past een ruitvormig stalen beschermingselement. Dat heeft op zijn beurt een klein rond gat, waardoor de sleuf van het slot toegankelijk blijft voor de sleutel. Tussen de verdiepte bodem van de uitholling en het beschermingselement zitten twee conische veren. Hierdoor is het beschermingselement beweegbaar in een richting loodrecht op het deuroppervlak, wat een automatische aanpassing geeft aan het uitstekende deel van de slotcilinder.

De veren maken verder ook enige beweging mogelijk evenwijdig aan het vlak van de deur, wat handig is voor het juiste uitrichten. Het geheel wordt door de deur heen verbonden met een aan de binnenzijde aangebrachte tegenplaat, en afgedekt met een metalen kap.

Joost Melten

Op de buitenkant van een deur (13) met een uitstekende slotcilinder (14) komt een metalen plaat (11) met een uitholling (15) aan de achterzijde, waarin een wat kleiner gat voor de slotcilinder. In de uitholling past een beschermingselement (12) met een klein, rond gat (22) waardoor de sleuf van het slot toegankelijk blijft voor de sleutel. Tussen de verdiepte bodem (17) van de uitholling (15) en de vleugels (19) van het beschermingselement zitten twee conische veren (25), waardoor het element beweegbaar is ten opzichte van de deurplaat (11); met twee schroeven (24) is het beschermingselement te fixeren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels