nieuws

Ook NAI arbitreert in bouwkwesties

bouwbreed

De Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland (RvA), waarover ik in de vorige bijdrage in deze krant schreef, neemt het leeuwendeel van arbitrages in de bouw voor zijn rekening, maar is zeker niet het enige arbitrage-instituut. In deze aflevering sta ik stil bij de benoeming van arbiters bij het Nederlands Arbitrage Instituut gevestigd te Rotterdam (NAI).

Dat instituut moet niet verward worden met het Nederlands Architectuur Instituut, dat dezelfde afkorting kent. Het NAI heeft net als de RvA een website, www.nai.-nl.org., waar nuttige informatie over dit instituut te vinden is. De informatie wordt ook in het Engels aangeboden.

De benoeming van arbiters vindt plaats volgens het Arbitrage Reglement, dat is ingegaan op 1 januari 1998 en gewijzigd per 15 mei 2001.

De derde afdeling van het reglement, bevattende de artikelen 10 tot en met 19, heeft betrekking op de benoeming van arbiters. Voorop, artikel 10 lid 1, staat de bepaling dat arbiter onpartijdig en onafhankelijk is. Dat houdt in, aldus vervolgt dit artikel, dat hij geen nauwe persoonlijke of zakelijke banden met een der partijen of een van zijn mede-arbiters heeft.

Belang

Hij hoort geen rechtstreeks persoonlijk of zakelijk belang bij de afloop van het geding te hebben en ook mag hij voorafgaand aan zijn benoeming niet zijn mening over de zaak aan een der partijen kenbaar gemaakt hebben. Contact met een der partijen, anders dan betreffende aangelegenheden inzake het geding, wordt in het tweede lid verboden.

In artikel 11 is de zogenaamde ‘disclosure’-verplichting gecodificeerd: een als arbiter aangezochte persoon, die het vermoeden heeft dat hij zou kunnen worden gewraakt, doet daarvan schriftelijk mededeling aan degene die hem aanzocht, daarbij de reden van de mogelijke wraking vermeldend.

Aantal

Artikel 12 regelt het aantal arbiters: indien partijen het aantal niet zijn overeengekomen, bepaalt de administrateur het aantal en wel op een of op drie. Daarbij houdt hij rekening met de voorkeur van partijen, de grootte van de vordering en de eventuele tegenvordering en ingewikkeldheid van de zaak. Het artikel voorziet ook in de mogelijkheid dat partijen zelf een even aantal zijn overeengekomen: dan benoemen deze een aanvullend arbiter als voorzitter. Deze kan ook benoemd worden volgens de zogenaamde lijst-procedure van artikel 14.

Deze procedure komt in het kort neer op het volgende: partijen krijgen beide een lijst met ten minste drie namen, indien één arbiter moet worden benoemd en negen namen ingeval drie arbiters moeten worden benoemd. Iedere partij kan de naam van personen tegen wie deze overwegende bezwaren heeft doorhalen en bij de overblijvende namen een gewenste voorkeur aangeven. Wordt op deze lijst niet binnen 14 dagen gereageerd, dan wordt aangenomen dat alle personen aanvaardbaar zijn voor beide.

Uitnodiging

Wordt wel een voorkeur aangegeven dan nodigt de administrateur, rekening houdend met de voorkeur en/of bezwaren een persoon dan wel drie personen uit om als arbiter op te treden. Blijkt uit de voorkeuren en/of bezwaren dat er onvoldoende personen zijn als arbiter aanvaardbaar zijn, dan is de administrateur bevoegd om rechtstreeks een of meer andere personen uit te nodigen om als arbiter op te treden.

De namen van de personen op de lijst worden bij voorkeur ontleend aan de Algemene Lijst van Arbiters, die wordt samengesteld, aangevuld en gewijzigd door het NAI. Een persoon komt op deze lijst middels een voordracht van een lid van het bestuur, waarna het bestuur tot benoeming kan overgaan. De lijst kent op dit moment, aldus de site van het NAI, meer dan 400 namen.

Naast deze lijstprocedure is het mogelijk, dat partijen zelf een wijze van benoeming zijn overeengekomen. In dat geval, bepaalt artikel 13, vindt de benoeming van arbiters dienovereenkomstig plaats. Voor deze situatie is overigens wel een kwaliteitswaarborg opgenomen in het derde lid van artikel 13: indien naar het oordeel van de administrateur de door partijen zelf benoemde arbiters onvoldoende waarborg bieden voor een deugdelijke arbitrage, kan de administratie van de arbitrage geweigerd worden, tenzij partijen overeenkomen de betreffende arbiter te vervangen overeenkomstig de zojuist beschreven lijst-procedure.

Nationaliteit

De nationaliteit van de arbiter komt aan de orde in artikel 16. Geen persoon, zo bepaalt het eerste lid, is om reden van zijn nationaliteit van benoeming uitgesloten.

Deze bepaling geldt echter niet onverkort: indien een scheidsgerecht bestaat uit een arbiter overeenkomstig de lijst-procedure benoemd in een arbitrage tussen partijen die niet dezelfde nationaliteit bezitten, kan iedere partij verlangen dat deze arbiter niet de nationaliteit van een der partijen bezit.

En gaat het in zo’n geval om drie arbiters, dan kan verlangd worden dat de voorzitter niet de nationaliteit van een der partijen bezit.

De resterende artikelen van het reglement betreffen de ontheffing van een opdracht van een arbiter (artikel 17), de vervanging van een arbiter (artikel 18) en heel uitgebreid de wraking van een arbiter (artikel 19).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels