nieuws

Zouten en schimmels zijn grootste bedreiging

bouwbreed

delft – De meeste gebouwen en constructies in de overstroomde gebieden in Duitsland, Tsjechië en Oostenrijk zullen langzaam opdrogen. Pas dan komt de bouwschade in volle omvang aan het licht. Zouten en schimmels in en op baksteen, beton en hout vormen de grootste bedreiging. Het kan tot tientallen jaren duren voordat bepaalde gevolgen aan de oppervlakte komen.

‘De meeste schade manifesteert zich tijdens het drogen’, aldus dr.ir. O. Adan van de afdeling Bouwsystemen van TNO Bouw in Delft. De materialen kunnen hun samenhang verliezen, bepaalde stoffen kunnen chemisch reageren of door het vocht worden verplaatst, schadelijke organismen kunnen de kans krijgen de constructie aan te tasten. ‘Dat kan esthetische of structurele schade opleveren. Gebouwen zijn bedoeld om mensen te beschermen, maar ze zijn niet ontworpen om bescherming te bieden aan extreme omstandigheden, zoals overstromingen. Toevallig werken we samen met de Technische Universiteit Dresden aan de standaardisatie van de beschrijving en beoordeling van de opname van vocht door poreuze materialen’, aldus Adan.

Vorstschade

Volgens hem is schade aan cementgebonden, steenachtige materialen en pleisterwerksystemen veelal direct of in kort tijdsbestek te herkennen. Bij andere materialen is het moeilijker. Bovendien hangt het van de definitie van schade af. ‘Het kan om esthetische en structurele schades gaan en over de daaruit voortvloeiende gevolgen. Op lange termijn komt er zeker nog meer boven water’, verwacht Adan. Ir. T. Wijffels, eveneens van de afdeling Bouwsystemen van TNO Bouw, wijst ook op het risico van vorstschade. ‘Het zal wel even duren voordat de materialen droog zijn. Als het vocht in de constructie bevriest, leidt dat tot structurele schade.’ ‘Het vocht moet eruit, daar valt niets aan te doen. De manier waarop en de snelheid hangen van de aard van het materiaal af. Het duurt wel een paar jaar voor je een uitspraak kunt doen over de omvang van de schade’, aldus Wijffels. Hij is deskundige op het gebied van monumenten. ‘In 1953 heeft een groot aantal gebouwen in Nederland onder water gestaan. Daar komen nu nog steeds zouten uit.’

Verpoederen

Ook in monumenten die nooit met water in aanraking zijn geweest zitten zouten. Ze kunnen door een overstroming oplossen en naar het oppervlak van de constructie worden getransporteerd. Daar kan het pleisterwerk bijvoorbeeld verpoederen. Het is wel te repareren, maar het historische materiaal gaat hoe dan ook verloren, daar is niets aan te doen’, aldus Wijffels. Behalve kristalliseren kunnen de zouten ook zwellen ten gevolge van een chemische reactie, die normaal niet op grote schaal plaatsvindt bij gebrek aan water. ‘Als gevolg van de zwelling kan de metselmortel verkruimelen’, licht Wijffels toe. Hoewel het niet zijn vakgebied is, verwacht hij ook problemen met houten vloeren en constructies. Het kan worden aangetast, bijvoorbeeld door zwammen en schimmels, als de constructie langdurig vochtig blijft. Daarnaast is het niet te voorspellen welke chemische reacties het water van de overstromingen teweeg kan brengen in verschillende bouwmaterialen. Het kan deskundigen nog tientallen jaren bezig houden. Makkelijker is het als gebouwen of constructies bezweken zijn. Meestal blijft er geen andere mogelijkheid dan slopen en nieuwbouwen. Dat geldt voor gebouwen langs de rivierbeddingen in de bergen, maar ook voor enkele tientallen bruggen die door het geweld van het water ontzet zijn. Een probleem apart vormt de metro van Praag. Zeventien van de 51 metrostations zijn ondergelopen. Het zal maanden duren voordat ze weer in gebruik genomen kunnen worden. Gebouwen en constructies zijn niet bedoeld om onder water te staan. Bovendien is de kracht van stromend water zo enorm, dat ze makkelijk beschadigd raken. Het water oefent ook een opwaartse druk uit, waardoor bijvoorbeeld kelders kunnen gaan drijven. Het is verstandig om ze bijtijds vol te laten lopen en bij het leegpompen rekening te houden met de stand van het grondwater.

Obstakel

Voor deskundigen van de Research School for Fluid Mechanics ‘J.M. Burgerscentrum’ in Delft zijn bouwtechnische overwegingen niet interessant. ‘Ik beschouw een gebouw als een obstakel. Het maakt voor de stromingsleer niet zoveel uit of het instort’, aldus prof. dr.ir. G. S. Stelling van de afdeling Civiele Techniek van de TU Delft. ‘Een overstroming is een abstract begrip. Men heeft er geen ervaring mee, het ligt buiten de belevingswereld. In Nederland hebben we wel een systeem dat overstromingen voorspelt. Als bekend is welk deel van het regenwater in de grond dringt en welk deel afgevoerd moet worden, kunnen we redelijk bepalen hoe de afvoergolf zich zal gedragen. Dan kan bijvoorbeeld besloten worden om een dijk op te blazen, om de schade elders te beperken.’ Het risico is volgens Stelling relatief klein, maar helemaal te voorkomen zijn overstromingen niet.

Reageer op dit artikel