nieuws

Uitstoot arbeid naar onderaannemers

bouwbreed Premium

amsterdam – Hoofdaannemers krijgen steeds meer timmerlieden over de vloer. Binnen twee decennia is het aandeel timmeraars in het personeelsbestand toegenomen van tweederde tot bijna 75 procent. Motor achter de verschuiving is volgens het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) de toenemende uitbesteding van specialistische werkzaamheden.

Timmerlieden vormen driekwart van personeel Theo Leoné In het jaar 2000 betaalden de 20.000 bouwbedrijven in Nederland 17,2 miljard euro arbeidskosten aan werknemers en onderaannemers. De ondernemers zetten aan eigen personeel 129.000 mensjaren in. Onderaannemers leverden nogmaals 131.000 mensjaren werk. Op een omzet van 30,1 miljard euro ging in 2000 ruim 57 procent van de kosten naar arbeid. In de cijfers ligt niet het werk besloten dat is ingehuurd van bedrijven uit de metaalnijverheid en kunststofindustrie. Gezien de hoge kosten van arbeid proberen de hoofdaannemers steeds sterker werk uit te besteden. In de grond-, weg-, en waterbouw stegen de uitgaven aan onderaannemers in twintig jaar van 15 naar 29 procent van de omzet. In de burgelijke en utiliteitsbouw klom het uitbestede werk van 29 tot 41 procent.

Grillen

Het EIB ziet voor het gewijzigde personeelsbeleid een aantal oorzaken. De sector is bijzonder gevoelig voor economische schommelingen en kampt bovendien met de grillen van het weer. Flexibel gebruik van arbeid is daardoor tot tweede natuur geworden. Een extra impuls komt vanuit de veranderde sociale wetgeving. Omdat meer dan voorheen de financiële risico’s voor ziekte en arbeidsongeschiktheid bij het individuele bedrijf zijn komen te liggen, doen de aannemers nadrukkelijker een beroep op externe personeelscapaciteit. Vooral in de grond-, weg-, en waterbouw is overwerk voor ondernemers een veel voorkomende strategie om de arbeidscapaciteit op te rekken. In het najaar van 2001 werkte ruim 40 procent van de werkenden meer dan acht uur per week over. In de burgerlijke en utiliteitsbouw lag het aandeel met 25 procent bij een gemiddeld aantal van ruim zes uren een stuk lager. De wijze van overwerken verschilt. Dikwijls vindt de arbeid plaats aansluitend op de normale werkdag. Ook wordt gewerkt op zaterdagen en roostervrije dagen. Een andere populaire strategie om knelpunten op te lossen is het lenen van menskracht bij collegabedrijven. Eenderde van de aannemers speelde in 2001 leentjebuur. Oplossingen worden eveneens gevonden bij het inschakelen van onderaannemers, zelfstandigen zonder personeel en uitzendbureaus.

Buitenlanders

Het aantal bedrijven dat een beroep doet op buitenlandse krachten is volgens het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid gering. Minder dan vijf procent van de hoofdaannemers zette in 2001 buitenlanders in. Hun aantal bedroeg in de herfst van dat jaar iets meer dan 1200. Gezien de afnemende krapte op de arbeidsmarkt verwacht het EIB dat de hoofdaannemers minder gebruik maken van uitzendbureaus en buitenlandse arbeidskrachten.

Reageer op dit artikel