nieuws

Erop of eronder voor magneetbaan

bouwbreed Premium

groningen – De komende anderhalve week is het erop of eronder voor de aanleg van het veelbesproken magneetzweefbaantraject tussen Groningen en Schiphol. De provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Flevoland hebben, na pittige onderhandelingen, een samenwerkingsovereenkomst met onderlinge verdeelsleutel voor de financiering aan demissionair minister Netelenbos en de betrokken gemeenten gestuurd.

Dat er een snelle treinverbinding tussen Groningen en de Randstad komt, is niet langer de vraag. Wel hangt het van de welwillendheid van de betrokken gemeenten en provincies af of de zogeheten Zuiderzeelijn een magneetzweefbaan, een veel goedkopere hogesnelheidslijn (noordelijke bijdrage 230 miljoen euro), een intercity of een verlengstuk van de Hanzelijn wordt. Het kabinet heeft een bijdrage van 2,73 miljard euro voor de zweeftrein gereserveerd als het Noorden erin slaagt vóór 28 juni 1,1 miljard euro op tafel te leggen. Overigens is in de huidige overeenkomst voorzien in een noordelijke bijdrage van 1,02 miljard euro. Het ontbrekende bedrag zou moeten komen van de provincie Noord-Holland en de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer, die straks als halteplaatsen ook meeprofiteren van de zweefbaan. Minister Netelenbos en de Groningse Commissaris van de Koningin Alders, tevens voorzitter van de Stuurgroep Zuiderzeelijn, zijn om die reden van mening dat het redelijk is dat die drie overheden meebetalen. Mocht dat geld uiteindelijk niet rondkomen, dan moet die bijdrage uit de markt worden gegenereerd.

Onomstreden

De gereserveerde bijdrage van 2,73 miljard euro van het Rijk is vanwege het Langman-akkoord onomstreden. Als het Noorden erin slaagt de gevraagde financiën op tafel te leggen, kan minister Netelenbos niet anders dan op 28 juni haar handtekening zetten. Er is weinig twijfel over de bereidheid van marktpartijen om eveneens 1,7 miljard euro mee te investeren in het project, dat volgens recent onderzoek zeer winstgevend is. Verder wordt nog geprobeerd Europese subsidiegelden aan te trekken voor de zweeftrein. Op basis van de voorlopig vastgestelde verdeelsleutel tussen Groningen (445 miljoen euro), Friesland (370 miljoen euro), Flevoland (137 miljoen euro) en Drenthe (68 miljoen euro) moeten de afzonderlijke zeven gemeenteraden van de toekomstige halteplaatsen en de vier betrokken provincies de komende weken één voor één akkoord gaan met de voorliggende overeenkomst. Drenthe neemt binnen het geheel een aparte positie in, aangezien het zweeftraject geen enkele gemeente in die provincie aan zal doen. In Drenthe wordt een bijdrage van 68 miljoen euro dan ook als ‘aan de hoge kant’ bestempeld. De gemeenteraad van Groningen heeft inmiddels een voorstel voor een bijdrage van 80 miljoen euro gedaan. Ook uit de overige toekomstige halteplaatsen Leeuwarden, Drachten, Heerenveen, Noordoostpolder, Almere en Lelystad worden dergelijke financiële bijdragen verwacht. Volgens een woordvoerder van de provincie Groningen is nog niets te zeggen over de afloop van al die afzonderlijke discussies in de gemeenteraden en Provinciale Staten. ‘Je hoort zowel positieve als negatieve geluiden. Het is heel kort dag, maar het kan nog alle kanten op. Het is nu echt erop of eronder voor de magneetzweeftrein.’

Reageer op dit artikel