nieuws

Aanbestedingspraktijk RIB moet fraude voorkomen

bouwbreed Premium

den haag – Het aanbestedingsproces bij Railinfrabeheer (RIB) is strak gereglementeerd en gebaseerd op het ‘vier-ogenprincipe’. Besluiten worden altijd door meerdere personen uit verschillende afdelingen genomen. Aanbiedingen die meer dan 10 procent boven de raming liggen, worden per definitie als niet passend beschouwd.

RIB opereert in een bijzondere markt waarin slechts weinig marktpartijen opereren. Voor het voormalige NS-bedrijf is dat één van de redenen om nauwgezet om te gaan met integriteit. Zo worden alle fasen in het aanbestedingsproces altijd begeleid door minimaal twee mensen. Dit blijkt uit een notitie van RIB die door staatssecretaris Remkes naar de Tweede kamer is gestuurd. Tot 1995 kende spoorwegbouw nauwelijks marktwerking. Onderhoud werd door de eigen onderhoudsdienst van NS uitgevoerd. Ontwerpen kwamen van het eigen ingenieursbureau en alle elektrotechnische werkzaamheden werden verricht door 100-procents-NS-dochter Elektrorail. Spoorwegbouwactiviteiten zaten bij de drie huisaannemers Strukton, Volker Wessels Stevin en NBM.

Strak

Na de verzelfstandiging heeft RIB gewerkt aan marktwerking. Daardoor zijn er inmiddels zeven civiele spoorwegbouwaannemers en negen elektrotechnische aannemers. Volledige marktwerking verwacht RIB over drie tot vier jaar. In de huidige opzet is een projectmanager integraal verantwoordelijk voor een project. Maar dat wil niet zeggen dat hij het alleen voor het zeggen heeft. Andere afdelingen adviseren en bij afwijking van een advies wordt een zogenoemde tenderboard ingeschakeld. De aanbestedingen zelf volgen eveneens een strakke lijn. Geselecteerde bedrijven ontvangen een gratis bestek. Inschrijvingen moesten tot voor kort in twee gesloten enveloppen worden ingediend. De eerste bevat de inschrijvingsstaat, de tweede de gedetailleerde begroting. Bij de aanbestedingszitting worden de eerste enveloppen geopend en de bedragen voorgelezen. Op dat moment kan een aanbieder zich terugtrekken als hij merkt dat hij kennelijk een fout heeft gemaakt. In de regel wordt een werk gegund als het inschrijfbedrag van de laagste inschrijver minder dan 10 procent afwijkt van de begroting van RIB zelf en er bij vergelijking van de RIB-begroting en die van de aannemer geen gekke bijzonderheden zitten.

Kans

Is het verschil groter dan wordt een aanbesteding als mislukt beschouwd. De laagste inschrijver wordt dan uitgenodigd voor een afscheidsoverleg waarbij aangeboden wordt de begrotingen te vergelijken. De inschrijver krijgt dan tevens nog een kans een nieuwe aanbieding te doen. In de afgelopen vier jaar zijn meer dan vijftig aanbestedingen mislukt verklaard. In het overgrote deel is na prijsaanpassing alsnog gegund.

Reageer op dit artikel