nieuws

Holle naald onderzoekt gasdichte voegen

bouwbreed Premium

Als je een vloeistof- of zelfs gasdichte vloer in je bedrijf hebt laten aanleggen, moet je die dichtheid wel af en toe laten controleren. In de praktijk komt daar nog steeds zeepsop aan te pas.

nummer: 1018164 houder: De Zeven Son, Son en Breugel uitvinders: J.Belgers, C. Saris

Industriële vloeren bestaan vaak uit betonplaten, met daartussen de onvermijdelijke voegen. Deze voegen zijn gewoonlijk aan de onderzijde afgedicht met een folie, of met een een niet-doorlatende grondsoort als bijvoorbeeld leem. Aan de bovenzijde zijn ze vloeistof- en gasdicht gemaakt met kit of een rubberprofiel. Hetzelfde geldt voor de aansluitingen tussen vloer- en wandplaten. Dit alles om te voorkomen dat er ongewenste lekkage optreedt. Er bestaan ook vloeren met voegen die niet helemaal tot onderin de betonplaat doorlopen. Zij moeten zorgen dat bij overbelasting de vloer alleen op deze plaatsen scheurt, en niet zo maar ergens ongecontroleerd. Ook deze sleuven moeten gasdicht zijn afgedicht, om te voorkomen dat er na het eventuele doorscheuren lekkage kan optreden. Een mogelijke controle op gasdichtheid bestaat uit het blazen van een gas onder de vloer waarvan de voegen zijn ingesmeerd met een zeepoplossing. Een scheur zou dan aanleiding moeten geven tot de vorming van zeepbellen, maar in de praktijk blijken op deze manier te veel lekkende afdichtingen niet te worden opgespeurd. Octrooi 1018164 beschrijft een methode waarbij gas wordt geblazen in de voegen zelf, tussen de boven- en onderafdichtingen. Trouwhartig vermeldt het enkele eerdere octrooiaanvragen – onder andere in Japan – waarin iets vergelijkbaars wordt beschreven, maar dan toch anders en minder goed.

Voegenpatroon

Bij deze nieuwe aanpak wordt het gas via een holle naald tussen de de bovenste en onderste afdichting gespoten. Dat kan van boven af, of vanaf de zijkant in het uiteinde van de voeg. Die voegen zijn aan de uiteinden vaak open en je zou je kunnen afvragen of het dan wel mogelijk is om onder deze omstandigheden een voldoende hoge gasdruk op te bouwen in het systeem. Volgens de uitvinders is dat in de praktijk inderdaad mogelijk: het ontsnappende gas kan op eenvoudige wijze worden aangevuld via naald en pomp, waardoor overal in het voegenpatroon een gelijke en constante gasdruk kan worden gehandhaafd.

Verstopping

Deze aanpak biedt in principe ook de mogelijkheid na te gaan of er geen verstopte voegen zijn, en het gas wel overal doordringt. In dat geval zou de controle op gasdichtheid namelijk niet betrouwbaar zijn. Belgers en Saris raden aan de gasdruk te meten de uiteinden van de voegen. Als daar geen gas ontsnapt, zit er ergens een verstopping. Blijkbaar realiseren ze zich niet dat ook als alle voeguiteinden lekken, er nog steeds voegdelen kunnen voorkomen die geen gas bevatten. Zeker als alle voegen goed met elkaar in verbinding staan. De uitvinders hebben ook gedacht aan de mogelijke verstopping van de holle naald oftewel het doorvoerelement. De gasuitstroomopeningen zitten daartoe niet aan het uiteinde, maar iets daar vandaan. Tot slot de detectie van het eventueel ontsnappende gas. Zeepsop blijkt ook hier goed te voldoen, maar het gebruik van gekleurd gas zou natuurlijk ook kunnen.  

Reageer op dit artikel