nieuws

‘Niks mis met bentonietmatten als afdichting’

bouwbreed

Bentonietmatten vormen in combinatie met een folie een afdoende afdichting van alternatieve bouwstoffen. Dat vindt W. Kragten van milieuadviesbureau Enviro. Conclusies verbinden aan het Alterra-onderzoek is volgens hem veel te prematuur.

Kragten doet zijn uitlatingen naar aanleiding van de kwestie rond de ophoging van een deel van het HSL/A16-tracé, ter hoogte van Breda. Na een kamermotie werden de bouwactiviteiten stilgelegd, zolang het onderzoek liep om de oorzaak te achterhalen van verontreinigingen van het slootwater rondom de bouwplaats. Vandaag vindt er over de kwestie een spoeddebat plaats in de Kamer.

Kragten is als milieuadviseur betrokken bij noordelijke gedeelten van het HSL-tracé. Ook daar zijn avi-slakken gebruikt, ingepakt onder bentonietmatten en 2 millimeter dik HDPE-folie, evenals op het traject ter hoogte van Breda.

Dat aannemingscombinatie Brabant-Zuid niet direct haar oor heeft laten hangen naar een schrijven van Rijkswaterstaat om extra maatregelen te treffen om blootstelling van de slakken aan hemelwater tegen te gaan, begrijpt Kragten. “Wat moet ik met het rapport waarin wordt getwijfeld aan de kwaliteit van bentonietmatten bovenop avi-slakken? Het is nog prematuur en misschien van toepassing op vuilstortplaatsen, maar hoogstwaarschijnlijk niet op wegfunderingen. Het is zeker nog geen breed geaccepteerde kennis die rijp is om in regels te worden vertaald. De aannemer heeft zich bij de verwerking naar verluidt aan alle aanbevelingen van CUR, CROW en het Bouwstoffenbesluit gehouden. Hij heeft bewust het grijze gebied gemeden door niet af te wijken van de regelgeving.”

Geruststellen

Het spoeddebat vandaag is door kamerlid Van der Steenhoven aangevraagd om te voorkomen dat bouwcombinatie Brabant-Zuid het werk hervat zonder over te stappen op een veiliger werkwijze. Over één aspect zal minister Pronk de Kamer vandaag in ieder geval gerust kunnen stellen. De omstreden hoogovenslakken die ook in delen van het tracé waren verwerkt, zijn achteraf van een deugdelijk certificaat voorzien. Volgens directeur Eerland van het gelijknamige certificeringsbureau heeft hij op de slakken destijds een voorlopig certificaat gegeven, omdat zijn bedrijf op dat moment nog bezig was met de accreditatie. Een certificeringsinstelling moet zijn bekwaamheid nu eenmaal in een praktijkgeval bewijzen. Daarom moest Eerland dat voorbehoud maken. Maar een paar weken na levering was de accreditatie helemaal rond. Alleen is dat nooit meer goed gecommuniceerd naar de gemeente Breda. Met de materialen zelf is volgens Eerland nooit iets aan de hand geweest.

Reageer op dit artikel