nieuws

Invoering nieuwe trilrichtlijn leidt tot problemen

bouwbreed Premium

De Europese richtlijn Fysische agentia, met daarin grenswaarden voor trillingen die werknemers ondervinden, zal halverwege dit jaar worden vastgesteld. Alhoewel VNO-NCW maatregelen ter bescherming van werknemers tegen gezondheidsrisico’s onderschrijft, ziet deze werkgeversvereniging de nodige problemen bij nationale invoering.

De Europese richtlijn Fysische agentia is nog maar een voorstel. Het gaat om een richtlijn met bindende minimumeisen die in de nationale wetgeving van de lidstaten zal moeten worden vastgelegd. Strenger mág, soepeler mag niet.

Een eerste ontwerp voor deze Europese richtlijn stamt uit 1992. Ze zou gaan gelden voor allerlei fysische omstandigheden zoals licht, geluid, temperatuur, trillingen, luchtvochtigheid en straling. Overeenstemming over een richtlijn met een zo breed spectrum aan onderwerpen bleek onmogelijk, waardoor uiteindelijk de onderwerpen apart zijn behandeld. Enkele jaren geleden zijn trillingen die werknemers ondervinden, aangepakt. De raad van ministers van sociale zaken van de lidstaten heeft een voorstel geformuleerd dat door de commissie van werkgelegenheid en sociale zaken van het Europees Parlement is aangescherpt. Het gaat om een ‘beschermingsrichtlijn’ met een dosescriterium voor onder andere machinisten van machines die ook in de bouw worden gebruikt. Er worden geen eisen gesteld aan de machines zelf, maar wel aan de beschermende maatregelen. De raad van ministers en het Europees Parlement moet het nu nog eens worden over de grenswaarden.

VNO-NCW ziet drie soorten problemen bij invoering van een zogenoemde trilrichtlijn. Allereerst is er geen duidelijkheid over de manier van meten. Individueel meten gedurende de werktijd is bijvoorbeeld niet onmogelijk, maar weinig praktisch. Ten tweede kunnen machinefabrikanten niet worden verplicht machines te maken die minder trillen. Beperking van trillingen bij de bron, de beste aanpak, is dus niet af te dwingen.

Ten slotte zijn er machines op de markt en in gebruik die een lange afschrijvingstermijn hebben (dertien jaar voor zandauto’s). De overgangsperiode is met twee of drie jaar kort en houdt economisch nadeel in. De werkgeversvereniging pleit daarom onder andere voor een uitzonderingspositie met aanzienlijk langere overgangstermijnen zoals ook gelden voor de bosbouw- en de landbouw.

Op pagina 7: Richtlijn paradijs voor advocaten.

Reageer op dit artikel