nieuws

Norm NEN 2575 legt basis voor ontruimingsinstallatie

bouwbreed

Na het lezen van NEN 2575 kan er weinig twijfel meer bestaan over hoe een goede ontruimingsinstallatie in elkaar zit. Dat vinden in elk geval drs. P. Peeters en W. van Ginkel van Charles Goffin Communicatiesystemen uit Houten.

Deze norm uit 2000 komt voort uit de oudere NEN 2535 die de installatie van een brandveilig gebouw behandelde. Slechts enkele pagina’s gingen op de uitvoering van een ontruimingsinstallatie in.

De oudere norm stond veel toe zolang de brandweer er maar mee akkoord ging. NEN 2575 is geheel aan ontruimingsinstallaties gewijd.

Laatste woord

Tot aan het verschijnen van de nieuwe norm kon de uitvoering van een ontruimingsinstallatie onderling sterk verschillen. De ene brandweercommandant deed slechte ervaringen met het bedrijfsleven op en zag strenger toe dan iemand die doorgaans goede installaties te zien krijgt. De brandweer houdt evenwel het laatste woord over de installatie. En kan bijvoorbeeld besluiten dat een bestaande installatie moet worden aangepast aan NEN 2575. In de praktijk gebeurt dat soms.

De brandweer stelt een programma van eisen op en wat daar in staat is bindend. Als de commandant daarin zet dat lijnbewaking oftewel het bewaken van kabels niet nodig is, dan hoeft het er niet in. Dat advies prevaleert boven de NEN, maar commandanten zullen het niet snel voorschrijven. Een uitgevallen luidsprekergroep moet gedetecteerd. In de grote steden controleren specifieke functionarissen van de brandweer ontruimingsinstallaties. In kleinere plaatsen kijkt de brandweer vooral naar het bedrijf dat dergelijke voorzieningen installeert.

Bewaking

De norm maakt het ontwerp en de aanleg van ontruimingsinstallaties specialistischer dan het al was, vinden Peeters en Van Ginkel. De regels schrijven onder meer bewaking van (microfoon)lijnen en versterkers en de installatie van reserveversterkers voor. Te denken valt ook aan de bewaking van de digitale module waarop gesproken ontruimingsberichten staan.

Het mag op een andere manier, maar het wordt afgeraden omdat bijvoorbeeld mechanische onderdelen kapot kunnen gaan. De tekst staat op een soort smartcard, die bijvoorbeeld in de versterker wordt gemonteerd.

Digitale adressen

Het systeem controleert of de module gebruiksgereed is en waarschuwt bij storingen. Controle gebeurt bijvoorbeeld door het nalopen van digitale adressen. Elke afwijking wordt op een paneel omschreven.

De huidige A-installaties zijn de grote installaties. Je hebt accu’s nodig en een noodstroomvoorziening. De NEN geeft aan hoelang die buiten gebruik moet kunnen zijn en hoelang die op de noodstroom moet kunnen draaien en hoelang dat op vollast moet kunnen. Opladen gebeurt door een druppellader. Als een storing wordt gesignaleerd, mag alleen de signalering uitgaan maar er moet wel worden gemeld dat er iets aan de hand is geweest. In Engeland is een unit verplicht, die kijkt naar de laatste fouten die zijn gesignaleerd. Die slaat die op in het geheugen.

Het apparaat slaat maximaal 1000 fouten op. In Nederland is dat (nog) niet vereist.

Signaal

Een receptioniste kan door middel van een apart bedieningspaneel een extra oproep plaatsen en een ontruiming inleiden. Doorgaans geeft een brandmeldcentrale daarvoor het signaal.

Die detecteert dat in een bepaalde zone iets niet in orde is, geeft een contact af aan de ontruimingscentrale die vervolgens de overeenkomstige ontruimingsgroep inschakelt.

Wordt de brandmeldcentrale gereset en blijkt er niets aan de hand, dan wordt met een contact ook de ontruimingscentrale gereset. Het doorgaans grote aantal luidsprekers vergt een lijnspanning van 100 volt. De norm schrijft dat echter niet voor.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels