nieuws

Experiment met sneltram op Rijn-Gouwelijn

bouwbreed

Over dik een jaar gaan op de bestaande spoorlijn tussen Gouda en Alphen aan den Rijn op proef sneltrams rijden. De proef, die twee jaar duurt, moet uitwijzen of deze light-railverbinding, de Rijn-Gouwelijn, technisch haalbaar is.

Projectleider Reinout Liemburg twijfelt er niet aan: “Volgend voorjaar gaat eerst een omgebouwd light-railvoertuig zonder passagiers rijden. Dan is de planstudie afgerond en kan de praktijk getoetst worden.”

De Rijn-Gouwelijn verbindt Gouda via Alphen aan den Rijn en Leiden met Katwijk en Noordwijk. Het traject zou in 2010 klaar moeten zijn, maar het gedeelte over bestaand spoor, tussen Gouda en Leiden Lammenschans, kan al eerder operationeel worden.

Het enkelspoor tussen Gouda en Alphen aan den Rijn hoeft niet te worden verdubbeld. De light-railvoertuigen gaan elk kwartier rijden en kunnen elkaar op de stations Waddinxveen en Boskoop passeren. Ook de nieuw aan te leggen westelijke tak van het Transferium in Leiden bij de rijksweg 44 naar Katwijk en Noordwijk gaat de sneltram elk kwartier rijden. In het ‘knelpunt’ Leiden zullen de trams tussen het Transferium en Lammenschans zelfs acht maal per uur langskomen.

De Rijn-Gouwelijn is een project van de provincie Zuid-Holland in samenwerking met de betrokken regio’s (Duin- en Bollenstreek, Midden-Holland, Rijnstreek en Leidse Regio), gemeenten en de Kamer van Koophandel Rijnland. De Kamer van Rotterdam/Gouda heeft zich onlangs ook aangesloten. Het project kost circa 500 miljoen gulden.

Contractlijn

De plannen dateren al van tien jaar geleden. De spoorlijn Gouda-Alphen is een zogenoemde contractlijn. De lijn is onrendabel en het Rijk wilde eraf. Decentraliseren naar de provincie, heet dat. Waarom zou een light-railverbinding wel rendabel zijn?

Liemburg: “Het materieel is lichter, zodat onderhoud aan de baan goedkoper is, het materieel zelf is goedkoper en de voertuigen kennen een éénmansbediening. Bovendien blijkt uit studies dat het publiek met meer op- en afstapplaatsen eerder geneigd zal zijn het openbaar vervoer te nemen. Ook de frequentie – van een half-uurdienst naar een kwartierdienst – speelt daarbij een rol. Waar de rentabiliteit van de lijn momenteel 50 procent is, denken wij gemakkelijk 70 procent te kunnen halen.”

In 2000 gaf het ministerie van Verkeer en Waterstaat opdracht aan de provincie Zuid-Holland voor een planstudie. Daarin is de keus gemaakt tussen een lichte treinuitvoering (light-train) en de meer tram-achtige light-rail. Gekozen is voor dat laatste, onder meer door het traject door de Leidse binnenstad. Leiden wil het aantal bussen in de binnenstad verminderen. Nu rijden er door de autovrije Breestraat niet minder dan zestig (!) stads- en streekbussen per uur. De hele planstudie is in het voorjaar van 2002 klaar.

Na de afronding van de studie moet nog een aantal zaken worden uitgezocht, bijvoorbeeld hoe de tracés gaan lopen door de Leidse binnenstad en vanaf het Transferium naar Katwijk en Noordwijk. Ook de veiligheid op het spoor, waarop gedeeltelijk nog NS-treinen van het kernnet rijden, zoals de drukke lijn Leiden-Utrecht, moet worden onderzocht. Daarnaast worden de milieu-effecten tegen het licht gehouden.

“Het is opmerkelijk dat we met dit project zo snel zijn”, zegt Liemburg. “Het bedrijfsleven en de diverse overheden werken heel goed samen. Iedereen ziet het belang ervan in. Niet alleen de openbaar-vervoersproblematiek speelt mee, langs de lijn kunnen ook allerlei economische activiteiten een impuls krijgen. Het bedrijventerrein Coenecoop in Waddinxveen bijvoorbeeld en met de komst van de Rijn-Gouwelijn kan de herstructurering van het bedrijventerrein Grote Polder in Zoeterwoude worden aangepakt. En als de bouwlocatie Valkenburg er komt, kan het tracé een leidende rol spelen in de stedenbouwkundige inrichting.”

Naast de bestaande stations zullen er langs de lijn heel wat nieuwe halteplaatsen worden gebouwd. In Gouda is dat onder meer bij het bedrijventerrein Goudse Poort en de toekomstige woonwijk Westergouwe, in Waddinxveen bij Coenecoop en de middelbare school in het centrum. Boskoop krijgt een halte in de woonwijk Snijdelwijk, Alphen krijgt er aan de Lorentzweg een halte bij en Hazerswoude en Zoeterwoude krijgen ook een halteplaats. De sneltram zal in Leiden negen keer stoppen, bij de stations Lammenschans en Centraal, bij de A4, op diverse plaatsen in het centrum en bij het Transferium. De lijn naar Katwijk en Noordwijk krijgt in totaal veertien haltes.

“Dat kan allemaal”, zegt Liemburg, “omdat deze light-railvoertuigen heel snel optrekken en afremmen. Bovendien kunnen ze op de langere stukken buiten bewoond gebied tot zo’n honderd kilometer per uur. Mocht in de praktijk blijken dat er, bijvoorbeeld in Alphen, behoefte is aan een halte erbij, dan kan dat altijd nog.”

“Per saldo zal de reistijd niet veel korter zijn dan nu, maar ook niet langer. De reis, bijvoorbeeld van Gouda naar hartje Leiden duurt nu zo’n veertig minuten en dat blijft zo. Maar de voertuigen zijn comfortabeler en overstappen in Alphen hoeft niet meer.”

“De toekomst? Het ligt in de verwachting dat Alphen en Zoetermeer ooit eens zo’n soort verbinding zullen krijgen en een verbinding tussen Gouda en Rotterdam via de Krimpenerwaard zie ik ook nog wel komen. Maar voorlopig concentreren we ons op de Rijn-Gouwelijn, daaraan hebben we voorlopig de handen nog aan vol.”

De Rijn-Gouwelijn van Gouda naar de kust. De

stations van rechtsonder naar linksboven: Gouda CS, Goudse Poort, Westergouwe, Waddinxveen Coenecoop, De Sniep, Waddinxveen NS, Waddinxveen Noord, Boskoop Snijdelwijk, Boskoop NS, Alphen aan den Rijn, Lorentzweg, Hazerswoude, Zoeterwoude, Leiden Roomburg/A4, Lammenschans, Korevaarstraat, Breestraat, Beestenmarkt, Centraal, LUMC, Hogeschool Sandifortdreef, Verbeekstraat en Transferium.

Het ‘Stockholm-materieel’ dat voor de proef wordt ingezet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels