nieuws

Stimulering woningvoorraad en open ruimte

bouwbreed

Aan de Universiteit van Milwaukee, Wisconsin (VS) is dit voorjaar een conferentie gehouden over ‘Global Cities’ met inleiders uit verschillende landen en disciplines. Dick Sikkes heeft aan de hand van 100 jaar Woningwet en de nota’s over de ruimtelijke ontwikkeling gesproken over de stimulering van de woningvoorraad en de maakbaarheid van de openbare ruimte.

Halverwege de 19e eeuw ontstond behoefte aan regelingen voor volkshuisvesting en stadsontwikkeling. Als wegbereiders voor de Woningwet van 1901 fungeerden bestaande woningbouwverenigingen en aandrang vanuit de medische wereld. De rijksoverheid werd daarmee vanaf het begin van de 20ste eeuw de grote regulator en initiatiefnemer op het gebied van nieuwe eisen en ontwikkelingen in de woningbouw.

In de jaren 1970/1980 wordt door verpaupering en leegloop van 19e-eeuwse wijken op grote schaal begonnen met stadsvernieuwing. Den Haag zag in de periode 1956-1980 haar inwonertal met bijna 25% afnemen!

Uitgangspunt bij de stadsvernieuwing is het handhaven van de bestaande structuur en vaak wordt de combinatie gezocht met parkeervoorzieningen, bedrijfsruimten, en dergelijke. Inspraak vanuit de buurt is van wezenlijk belang voor het slagen van de plannen.

Na de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende geboortegolf ontstond een enorme behoefte aan nieuwe woningen. Ongeveer 520.000 woningen en vele industrieën waren verwoest of beschadigd, terwijl ook gebieden onder water waren gezet. Er werden Voorschriften en Wenken opgesteld voor grootte, indeling, kwaliteit en materiaalgebruik per woning.

Productiviteit

Uitgangspunt werd daarom productiviteit en daarna pas kwaliteit. Het thema ‘Ruimtelijke Ordening’ stond nauwelijks in de belangstelling. Het wijkontwerp was veelal strokenbouw met laagbouw en middelhoogbouw (portieken). Deze periode duurde tot halverwege de jaren zestig.

In 1960 verscheen de (Eerste) Nota inzake de Ruimtelijke Ordening. Het Groene Hart werd aangewezen als open ruimte voor voedselproductie en recreatie. Economische impulsen werden gegeven voor achterstandsgebieden in het Noorden en het Oosten van het land om de verhuisstroom naar het Westen af te remmen. En er werd gestreefd naar een gedifferentieerder woningaanbod.

Leegstand

In de jaren tachtig en negentig ontstaat in de Wederopbouwwijken leegstand in scholen en winkelcentra ten gevolge van vergrijzing en teruglopende bewoningsdichtheid, gekoppeld aan een eenzijdig woningaanbod met daarbij een eenzijdige minder draagkrachtige bevolkingssamenstelling.

Er wordt gezocht naar een gedifferentieerder woningaanbod door woningsamenvoeging, optopping, sloop en nieuwbouw. Ook het realiseren van duurdere (koop)woningen geeft een gedifferentieerder bevolkingssamenstelling en vergroot de economische basis.

Groeikernen

Ondanks de maatregelen van de Eerste Nota hield de toestroom van mensen naar het westen aan. De angst groeide dat de Randstad zou uitdijen en samensmelten tot een onbestuurbare stad. Het antwoord hierop stond in de Tweede Nota over de Ruimtelijke Ordening van 1966 en heette ‘gebundelde deconcentratie’.

Er werden op afstand van de steden ‘groeikernen’ aangewezen, waar grote aantallen woningen gebouwd konden worden. De grote steden in de Randstad mochten beperkt groeien.

In 1984 werd begonnen met de bouw van Almere, de nieuwe stad in de Flevopolder.Jaarlijks worden er 2500 tot 3000 woningen toegevoegd. Momenteel is de stad gegroeid naar 145.000 inwoners met een mogelijke doorgroei naar 250.000 in 2015.

De stad bestaat uit drie stadsdelen, die gescheiden worden door uitgestrekte groen en watergebieden. De komende tien jaar worden een aantal nieuwe stadsdelen ontwikkeld, met verscheidenheid in woon- en werkmilieus om ook de mobiliteitsbehoefte te verminderen.

Vinex

Tegen de jaren negentig blijkt nog steeds grote vraag naar goede woonruimte te bestaan. Met het verschijnen van de Vierde Nota wordt de ruimtelijke kwaliteit centraal gesteld en worden zogenaamde Vinex-lokaties aangewezen als uitbreidingslokaties van de steden. Overzichtelijke stedelijke structuren en de situering van steden rond het Groene Hart, nieuwe stedenbanden in het Zuiden en Oosten van het land staan voorop. De compacte stad moet de mobiliteitsbehoefte en de leegloop afremmen en doormiddel van openbaar vervoer de daarmee samenhangende milieu-problemen teniet doen. De woningbouwtaak omvat ongeveer 630.000 woningen tot 2005,wat vergelijkbaar is met het Wederopbouwprogramma van de jaren 1950-60.

Een voorbeeld is Purmerend. Daar wordt momenteel gewerkt aan de Vinex-lokatie Weidevenne voor ongeveer 7000 inwoners, waarbij de opname van het landschap in de wijk een kenmerkend element is.

De Vijfde Nota gaat in de de toekomstige ontwikkelingen tot 2020, waaerbij het uitgangsthema is: ruimte maken, ruimte delen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels