nieuws

Noordzeekanaal schittert met Britse techniek

bouwbreed

Britse ingenieurs speelden niet alleen een belangrijke rol bij de aanleg van het Noordzeekanaal. Ook in latere vernieuwingen hadden zij de hand, tot en met de Thames Barrier deur aan toe, die wellicht in een nieuwe zeesluis bij IJmuiden komt. Een tocht langs een jubilerend staaltje waterbouw, dat er niet in slaagde om van Amsterdam weer wereldhaven nummer 1 te maken.

De Oranjesluizen bij Schellingwoude vormden bij de planvorming voor het Noordzeekanaal halverwege de negentiende eeuw de schrik van de Amsterdamse haven. De directe verbinding met de Noordzee in het westen was meer dan welkom. Die moest Amsterdam weer bereikbaar maken voor grote zeeschepen. Maar diezelfde haven afsluiten van de Zuiderzee via een sluis, was de hoofdstedelijke reders een doorn in het oog. Die sluis was echter onvermijdelijk om het waterpeil in het kanaal, het IJ en de polders die tegelijkertijd werden aangelegd, goed te kunnen beheersen.

Vorig jaar werd de renovatie van de Oranjesluizen voltooid. De bestaande sluizen werden gerenoveerd en voorzien van een vispassage. De sluiskolken worden niet langer gedragen door de beschimmelde houten palen, maar door stalen buispalen die met beton zijn gevuld. Ze werden dwars door de gemetselde sluiskolken geboord. Uit de boorkernen is op een van de eilanden in de sluis een kunstwerk gemaakt.

Afgekeken

Voor de beroepsvaart werd als onderdeel van dezelfde operatie een nieuwe sluis gebouwd: de Willem Alexandersluis. De opvallendste noviteit daarin is de hydrovoet waarop de sluisdeuren schuiven. Acht spuitmondjes in de bodem van de deuren laten onder hoge druk water 7door, waardoor de zware constructie 1/10 millimeter omhoog komt en heen en weer schuift op een dunne waterfilm. Het staat allemaal keurig uitgelegd op de overvloedige informatiepanelen op het sluiscomplex. Hoewel gebouwd door Hollandia en HBG Civiel, betreft het toch geen staaltje Hollandse ingenieurskunst; de techniek werd afgekeken van een sluis in het Britse Liverpool. Net zoals het kanaal destijds door een Britse aannemer werd gegraven, aangezien geen Nederlands bedrijf het aandurfde de primaire waterkering te doorgraven.

Varend met de draagvleugelboot die een regelmatige verbinding onderhoudt tussen Amsterdam Centraal Station en IJmuiden, doemen westelijk van de hoofdstad al snel de 112 meter hoge kranen op van de nieuwe Ceres Paragon terminal, waar grote containerschepen in recordtijd aan beide kanten gelost en geladen kunnen worden.

Terwijl Amsterdam ruzie maakt of het niet teveel geld heeft gestopt in dit megalomane project van een Grieks/Amerikaanse reder, luiden de dreigende kranen het definitieve einde in voor het kunstenaarsdorp Ruigoord. Op 1 oktober moet het dorp verlaten zijn; het werk aan de Afrikahaven vordert gestaag. In het dorp, ooit een eiland in het IJ, mogen de kunstenaars dan nog wel werken, maar niet langer wonen.

Ter hoogte van Spaarnwoude verliest de hoge oever vol stortsteen iets van zijn strengheid. De oever is er wat weelderiger begroeid en eilandjes en lage vooroevers scheppen een dier- en plantvriendelijker omgeving. De draagvleugelboot en alle andere schepen die passeren zorgen voor een soort getijdenwerking in het kleine brakwaternatuurgebiedje.

Bedrijventerrein

Daarmee is de barrière die het Noordzeekanaal vormt voor veel planten en dierensoorten vormt, nog niet geslecht. Om deel uit te kunnen maken van de ecologische hoofdstructuur, zou aan de overkant van het 270 meter brede kanaal de oever ook wat geleidelijker op moeten lopen en op vergelijkbare manier worden ingericht. Daar is nu nog geen budget voor, maar dat komt wellicht in de toekomst. De gemeente Velsen heeft plannen om de Wijkermeerpolder, waar de boot met een snelheid van zo’n zestig kilometer per uur langsraast, te ontwikkelen tot bedrijventerrein. Dan moet er natuurlijk gecompenseerd worden voor verloren natuurwaarden en komt er wellicht geld vrij om de gewenste ‘stepping stone’ te creëren.

Bij de sluis van IJmuiden eindigt de tocht, die nog geen half uur in beslag neemt; een betere verbinding tussen IJmuiden en Amsterdam dan die per draagvleugelboot is er niet.

Dok

Het immense sluizencomplex is het grootste ter wereld. Al sinds begin jaren negentig wordt het gerenoveerd en is het op Deltahoogte gebracht. De werkzaamheden duren zeker nog tot 2004. Zelfs tijdens de bouwvak gaat het werk door. Combinatie Noordersluis IJmuiden is druk bezig met de kom waarin de reservesluisdeur huist. Die wordt verbouwd tot een dok waar in de toekomst de deuren van de sluis onderhouden kunnen worden. Overkapt en wel. En als die klus is geklaard, start wellicht de bouw van een nieuwe zeesluis, waarvoor eind dit jaar de trajectnota/milieueffectrapportage gereed moet zijn. Een van de opties om ‘de voordeur van Amsterdam’ wijd open te houden is een zogenaamde Thames Barrierdeur, een sluisdeur die omhoog draait vanuit de bodem, die eerder is toegepast voor Londen. Alweer is het Britse techniek die Amsterdam uit de nood moet helpen.

Waterbeheer is zaak van hele regio

Van een onzer verslaggevers

haarlem – Aangelegd om de Haven van Amsterdam bereikbaar te houden, vervult het Noordzeekanaal inmiddels een belangrijke rol in de waterhuishouding van Noord-Holland. Beheer van waterkwaliteit en kwantiteit is meer en meer een regionale aangelegenheid.

Het water dat door de Hoogheemraadschappen van Rijnland en Uitwaterende sluizen op het Noordzeekanaal wordt uitgeslagen, kan voor tweederde deel door spuien op de Noordzee worden geloosd. Bij laag water gaan de schuiven aan de noordkant van de sluis in IJmuiden open en stroomt het water vanzelf de zee in. Het overige water wordt met een gemaal verpompt.

Door de verwachte stijging van de zeespiegel, zou die verhouding in de toekomst wel eens kunnen omslaan naar eenderde spuien en tweederde pompen, weet ir. F. Dijkman, Hoofd Waterhuishouding bij de directie Noord-Holland van Rijkswaterstaat. Daarvoor is dus meer maalcapaciteit nodig. Van 160 kuub per seconde nu, naar 260 kuub.

Berging

Directe afvoer is noodzakelijk want rondom het Noordzeekanaal is geen bergingscapaciteit voorhanden. En het subsidiestelsel zit niet zo in elkaar dat Rijkswaterstaat als het ware bergingscapaciteit kan kopen bij naburige waterschappen.

Ook het waterkwaliteitsbeheer in het Noordzeekanaal kan de directie Noord-Holland niet alleen verzorgen. De grote industriële vervuilers langs het kanaal zijn inmiddels aangepakt en volgens Dijkman is daar nauwelijks nog winst te boeken. Het grootste leed komt nu van de zogenaamde diffuse vervuilingsbronnen: zinken dakgoten, afspoelende wegdekken en bestrijdingsmiddelen van de landbouw. Dat zijn vervuilingsbronnen uit naburige waterschappen, maar ook die zijn slechts gedeeltelijk bij machte om daar wat aan te doen. Het bouwbesluit en strengere producteisen moeten op dit gebied hun werk doen. “Ook hier is het dus een kwestie van de juiste prikkels afgeven naar Den Haag”, zegt Dijkman. “Rijkswaterstaat is niet langer trekker van alles wat er op en om het Noordzeekanaal gebeurt, maar partner in een regionaal proces, waarin de provincie leidend is.”

125 jaar

Op 1 november is het 125 jaar geleden dat het Noordzeekanaal geopend werd. De komende tijd vinden er tal van activiteiten plaats om het jubileum luister bij te zetten. Een kleine greep:

tot half december

tentoonstelling 125 jaar Noordzeekanaal, Zee- & Havenmuseum IJmuiden

18 augustus-30 september

Van IJ tot Zee. Noord-Hollandse kunstenaars geven op een route langs het kanaal hun visie op het Noordzeekanaal.

14 september

symposium ‘De economische potenties van het Noordzeekanaalgebied’, organisatie: provincie Noord-Holland

18 oktober

Congres Waterbeheer, IJmuiden

13 oktober tot 9 december

Tentoonstelling aanleg Noordzeekanaal en zeesluizen, Teylersmuseum Haarlem.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels