nieuws

Werken in dezelfde sector, maar onder andere omstandigheden

bouwbreed

Betonstaalvlechters, heiers, uitvoerders, buizenleggers, loodgieters, rioleerders, schilders, oppermannen, directeuren en vloerenleggers; ze werken allemaal in dezelfde sector, maar hebben totaal verschillende werkomstandigheden en dus ook verschillende klachten over hun werk en gezondheid.

Met behulp van de nieuwste Bedrijfstakatlas van de stichting Arbouw selecteerde Cobouw uit 59 beroepen de zwaarste, de minst plezierige, de smerigste en de meest stressvolle baan in de bouwnijverheid.

Het zwaarst: pannenlegger

De pannenlegger klimt op ladders, steigers en hellende daken. Hij werkt in gebogen houding, met gedraaide wervelkolom, in gedwongen houding. Zijn werk vindt altijd in de buitenlucht plaats. Harde wind kan zijn werk hinderen of zelf onmogelijk maken.

“De pannenlegger vindt zijn werk lichamelijk zeer inspannend”, aldus de bedrijfstakatlas. “Hij heeft zeer veel klachten over de werkhoudingen, met name langdurig in eenzelfde houding moeten werken en landurig moeten staan. Hij ondervindt tevens veel hinder van het klimaat en van stofblootstelling. De pannenlegger vindt zijn werk niet gesstelijk inspannend en ervaart wat minder tijdsdruk. De onveiligheid in zijn werk ervaart hij als hoog.”

Het meest stressvol: directeur

De directeur geeft leiding aan een bedrijf. Hij verwerft projecten, onderhoudt netwerken en stelt het beleid vast. Afhankelijk van de grootte of specialisatie van het bedrijf bezoekt hij ook bouwplaatsen.

“De directeur beoordeelt zijn werk als geestelijk inspannend”, concludeert Arbouw. “Hij werkt vaak onder tijdsdruk. Zijn werk vergt evenveel lichamelijk inspanning als de beroepen van het overige UTA-personeel. Hij ondervindt ook relatief weinig hinder van lawaai, blootstelling aan toxische stoffen en het klimaat. De directeur vindt het werk over het algemeen interessant, hij ervaart relatief veel waardering en beloning en hij heeft goede vooruitzichten. Het werk wordt wel als ongunstig ervaren voor het privéleven.”

Het smerigst: wegmarkeerder

De wegmarkeerder zet zelfstandig of onder leiding aan de hand van tekeningen werkmarkeringen uit en brengt deze met machines aan. Oude markeringen worden verwijderd door gritstalen, hogedruk waterstralen, frezen of boucharderen met een pneumatische hamer. Voor nieuwe markeringen wordt gebruik gemaakt van wegenverf of van thermoplast. Het werk is seizoensgebonden. In de winter, bij regen en mist, wordt niet gewerkt. De wegmarkeerder wordt blootgesteld aan lawaai, gevaarlijke stoffen, kwartshoudend stof, trillingen, oplosmiddelen, uitlaatgassen en incidenteel aan PAK’s.

“Het werk van een wegmarkeerder wordt gekenmerkt door veel hinder van lawaai, trillingen, stof en toxische stoffen. Het werk vergt veel geestelijke inspanning, maar men werkt minder vaak onder tijdsdruk. Ondanks dat de wegmarkeerder relatief veel moet bukken, heeft dit niet geleid tot meer rugklachten.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels