nieuws

Multicultureel bouwen is eigenlijk niets nieuws

bouwbreed

Multicultureel bouwen kan het aanzien van Nederlandse steden aanmerkelijk gaan veranderen. In veel oude stadswijken zijn ‘buitenlandse’ Nederlanders in de meerderheid. Daardoor is een serieuze markt ontstaan voor met name Arabische of Turkse bouwvormen. Allochtone bevolkingsgroepen zouden dankzij bouwkundige manifestaties van de eigen cultuur bovendien meer betrokken kunnen raken bij de stad. De eerste serieuze projecten staan in Rotterdam op stapel.

“Niks opzienbarends aan”, vindt de Rotterdamse wethouder van Volkshuisvesting Herman Meijer. “Je treft overal in onze stad invloeden aan van geïmmigreerde gemeenschappen. Ze vormen een erkenning van hun culturele eigenheid en een verwijzing naar een deel van de bevolking. En verrijken de stad.” Rotterdam heeft een Noorse Stafkerk, een Deense kerk en een Grieks-Byzanthijnse kerk. Momenteel verrijst in Rotterdam-West de grote Turkse Mevlana moskee. Een deel van de autochtone Hollandse bevolking in de oude stadswijken ziet die ontwikkeling met lede ogen aan.

Maar nieuw is ze beslist niet. Toen in de negentiende eeuw zich duizenden Engelsen vestigden in de Maasstad (voor 1870 wel bekend als ‘Little London’), werd op Calandplein en omgeving een bijna letterlijke kopie gebouwd van een stukje Londense stadswijk. Nederlanders lieten zelf trap- en klokgevels na in Paramaribo en Willemstad. Echt Hollands, maar door de wisselwerking met omgeving en cultuur toch ook beslist anders. Ondertussen worden de 162 nationaliteiten die de bonte Rotterdamse stadscultuur vormen alle gehuisvest in dezelfde rechttoe rechtaan Hollandse wooncultuur. Daar mag best wat aan veranderen, vinden ze in Rotterdam.

Geen tegenwind

Het debat temidden van de Woningwet-expositie ‘6,5 miljoen woningen’ in gebouw Las Palmas leverde Meijer geen serieuze tegenwind op. De voornamelijk Turkse en Marokkaanse toehoorders – velen van hen bevolken nu de woningwetwoningen – kwamen vooral voor de presentatie van twee multiculturele bouwprojecten. Het enige herkenbaar Marokkaanse bouwwerk dat tot op heden in Rotterdam staat is een fraai betegelde fontein op het Noord-plein. Onder het motto ‘diversiteit is bron van kwaliteit’ lanceerde initiatiefnemer A. Hassani Idrissi, geïnspireerd door dat succes, het plan voor de bouw van Marokkaanse wijk Le Medi. In hartje Delfshaven, tegenwoordig voor tachtig procent allochtoon, moeten enkele honderden ‘Marokkaanse’ woningen komen. Corporaties Woonbron-Maasoevers en De Combinatie hebben het initiatief van harte opgepikt. “De helft van onze klanten is allochtoon, maar onze klantbehandeling is identiek aan vijftig jaar geleden. Het project Le Medi moet laten zien dat er ook hele mooie dingen uit die culturen komen,” aldus directeur Innovatie en Strategie René Scherpenisse, verwijzend naar het idee dat ‘allochtonenwijken’ probleemwijken zijn. De corporaties willen enkele honderden huizen met verschillende prijs en uiterlijk bouwen, met financiële steun van het rijk voor onderzoek en ontwikkeling. Le Medi koppelt West-Europese architectuur aan die van Marokko, waar de betrokken partijen al een kijkje namen. ‘Biz Botuluyuz’ (Turks voor ‘Wij uit Bospolder Tussendijken’) is kleinschaliger, maar verder uitgewerkt. Het gaat hier om elf nieuwbouwwoningen – acht maisonnettes en drie appartementen – en twaalf renovatiewoningen. In de wijk ging oude bebouwing tegen de grond, maar sociale nieuwbouw zat er niet in.

Voordelig

Op inspraakavonden, die voornamelijk door Turken werden bezocht, werd duidelijk dat zij liever meteen een koopwoning hadden. De toekomstige Turkse bewoners worden collectief opdrachtgever, hetgeen financiële voordelig ten opzichte van bouwen in particulier beheer. Een Turks Rotterdams architectenbureau ontwierp woningen die niet typisch Turks zijn, maar ademen wel die sfeer. De woningen krijgen een plint met blauw geglazuurd tegelwerk, wit gestucte gevels en houten erkers. Een theetuin is niet het enige wat een woning ‘Turks’ maakt. Typische woonwensen zijn een eigen voordeur en entree, een grote vierkante woonkamer annex publieke ontvangstruimte, met eromheen – strikt privé – kleinere ruimtes. Keuken en toilet zijn uit het zicht. Die wooneisen zijn vergelijkbaar met de bevindingen van de ontwikkelaars van Le Medi. Bij de aankleding van beide projecten is tevens sprake van typische ornamenten en mozaïeken.

Prangende vraag blijft hoeveel mensen uit de betreffende bevolkingsgroep in staat zijn een ‘multicultureel opgetuigde’ woning te kopen. De geïnteresseerde groepen hebben maar een klein percentage koopkrachtigen. “Zorgelijk dat er subsidie op moet,” stelde Hammit Karakus (ATTA Makelaars) bij het debat. Er zijn kunstgrepen denkbaar. Corporaties kunnen een deel van de woningen onder de marktprijs verkopen, wanneer daar een aantal duurdere woningen tegenover staan. De investeringsdrang onder allochtone bewoners blijkt bovendien groot: het besef is algemeen dat een terugkeer naar het land van herkomst er niet meer in zit. “Multicultureel bouwen is nieuw en kost extra aan begeleiding en onderzoek,” stelde gemeenteraadslid Metin Çelik. “Op dubo-projecten zit daarom ook subsidie: je moet het eerst van de grond helpen voor het gaat lopen.”

De nationale tentoonstelling ‘6,5 miljoen woningen, 100 jaar woningwet en wooncultuur in Nederland’ in gebouw Las Palmas aan de Wilhelminakade 66 is ’s avonds vanaf 19.00 uur open voor bezichtiging. De expositie is te bezoeken tot 23 september, evenals de buitententoonstelling Thuis in Rotterdam (in 24 Rotterdamse woningen).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels