nieuws

IJmeerstad onvermijdelijk

bouwbreed

Er is alle reden om trots te zijn op de Nederlandse traditie in ruimtelijke planning. Maar het kan geen kwaad ook oog te hebben voor vormen van bedrijfsblindheid die in elke vakgemeenschap ontstaan. Een van de kwalen van de ruimtelijke ordening bestaat uit de gedachte dat een gewenst kaartbeeld, eenmaal getekend, vanzelf werkelijkheid wordt. Planologen lopen meteen naar het raam om te kijken of het buiten al verandert.

Een ernstiger geval van polderkolder bestaat uit het verdwijnen van het onderscheidend vermogen tussen Wat is en Wat moet. Minister Pronk zei enige tijd geleden: “Met feiten heb ik niks te maken, ik maak beleid.”

Dat bedoel ik. Mooie voorbeelden van dit verschijnsel kan men in zijn nota vinden. Neem de stedelijke netwerken. Daar buitelen fictie en non-fictie moeiteloos over elkaar heen. Als je de Randstad voor de lol Deltametropool gaat noemen, denkt men meteen dat die ook bestaat. En ook Brabantstad ontstaat niet na een paar alinea’s in een nota. Ruimtelijke ordenaars hebben het niet zo op feiten en trends. Ze maken liever beleid.

Wat voor steden zullen waarschijnlijk ontstaan in de komende 30 jaar? Die vraag past niet zo in het beleidsdenken. Ik neem het gebied Amsterdam, Almere en omgeving. Neemt u de nieuwste Bosatlas erbij: heldere kaarten vol met feiten! Ik ga uit van een stabiele economie, geen gigantische veranderingen in asielzoekerstromen en afwezigheid van natuur- en andere rampen.

Als dat zo is, dan hebben we in 2030 IJmeerstad. Rond dit water vindt nu al een onstuimige stede-

lijke ontwikkeling plaats. Amsterdam ontwikkelt het Oostelijk Havengebied, IJburg, het Amstelstation en het Arenagebied. De skyline rond het IJmeer verandert in rap tempo. Ga maar op de dijk staan in Almere. Die stad is in 2030 verdubbeld en telt minimaal 300.000

inwoners. Men is daar net begonnen met Almere Poort en ontwikkelt men nu Pampus. Allebei aan het IJmeer (ook aan het Gooimeer gebeurt van alles maar dat laat ik nu even buiten beschouwing).

Of Amsterdam nog fors zal groeien in inwonertal, is de vraag. Wat wel groeit is de economie, het vertier en de mobiliteit en daarmee de bebouwing. IJmeerstad telt in 2030 een dikke miljoen inwoners. Functioneel en morfologisch is het één stedelijk gebied met meer kernen en knooppunten geworden, een ‘netwerkstad’ gedrapeerd rond het water.

IJmeerstad maakt deel uit van een groter stedelijk complex van 60 bij 25 kilometer, van Beverwijk tot Amersfoort. In dit ‘daily urban system’ waarbinnen de meeste inwoners zowel wonen, werken als hun vrije tijd doorbrengen, leven ruim 3 miljoen mensen. Mogelijk is Utrecht en omgeving (met circa 500.000 inwoners) er in 2030 ook mee verknoopt.

In de Tweede Kamer sprak men onlangs over het ontstaan van ‘megasteden’ in dit gebied. Dat lijkt een paar bruggen te ver. Megasteden? Tokio 27 miljoen, Sao Paulo 16 miljoen, Lagos 10 miljoen, Los Angeles 12 miljoen, Parijs 10 miljoen inwoners. Dat is echt andere koek. En ook het stedelijk netwerk van Leiden tot Dordrecht wordt niet veel groter dan ruim 3 miljoen inwoners. Maar, toegegeven, er ontstaat een heel nieuwe stadsvorm.

Terug naar IJmeerstad. Het IJmeer is anno 2001 ecologisch buitengebied en van de rijksplanners mag er niks. Intussen hebben beide steden hun ‘terrassen’ al aan de waterkant geplaatst. Het IJmeer wordt het natte plein van de nieuwe stad. IJburg-2 staat in 2030 in de steigers en Pampus heeft een IJburgachtige buitendijkse uitbreiding. Het zijn de razend populaire gebieden van IJmeerstad. De IJmeerlijn, boven water een fraaie variant van de Zeelandbrug, verbindt Airport City met Amsterdam Centraal en vervolgens met de stations van Almere. Er zijn concrete plannen voor doortrekking naar Hilversum en Amersfoort. Waarom is dit scenario onvermijdelijk? Omdat het nu al gebeurt en de volgende stappen door de ‘gebruikers’ van het gebied zullen worden ‘afgedwongen’.

Jammer is dat in de Vijfde nota dit zeer waarschijnlijke stedelijk perspectief niet wordt geschetst en als ontwerpopgave wordt gezien. Men is te druk met de Deltametropool. Als Almere praat over buitendijkse uitbreidingen, laat de RPD weten niet te willen afreizen naar deze stad. Onbespreekbaar volgens Rijksbril. Het wordt de hoogste tijd voor het ontwerpatelier ‘De onvermijdelijke nieuwe stad’. Rijksbouwmeester Jo Coenen moet de rijksplanologen snel van hun ‘staar’ afhelpen. Voordat het volgende deel van de Vijfde nota verschijnt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels