nieuws

Een gebouw van bierkratten siert de Parade

bouwbreed

Drieduizend bierkratten verbonden met draadeinden. Samen vormen zij een opvallend mobiel paviljoen op de Parade; de theaterkermis die elke zomer de vier grote steden aan doet.

Een langwerpige doos, zes meter hoog, waarvan de doorschijnende wanden het licht mooi diffuus doorlaten. Het jonge Rotterdamse architectenbureau atelier Kempe Thill ontwierp dit paviljoen voor een prijsvraag van de bond voor Nederlandse Architecten (BNA). Parade-directeur Brinkhoff viel ervoor toen hij met de BNA sprak over samenwerking tijdens de dag van de architectuur. In het mobiele paviljoen, opgebouwd uit bierkratten, hangen schuttersstukken; reusachtige schilderijen waarop lokale bestuurders, kunstenaars en andere beroemde stedelingen worden geportretteerd.

Bier en bouwen doen onherroepelijk denken aan het ‘world bottle project’, het idee van biermagnaat Freddy Heineken. Hij wilde bierflesjes dusdanig vormgeven, dat ze na gebruik tot muren konden worden gemetseld, om er zo goedkope huizen van te maken. Op die manier zou in één klap een afval- en een huisvestingsprobleem in de derde wereld worden opgelost.

Bouwstenen

De bouwstenen van Kempe en Thill zijn echter dichter bij het oorspronkelijke product gebleven. De architecten gebruikten een standaard Nederlandse bierkrat gemaakt uit high density polyethyleen, HDPE.

Door de kleurstof tijdens het productieproces weg te laten, zijn royale blanke bouwstenen overgebleven. Die zijn met draadeinden aan elkaar gekoppeld tot panelen van achttien kratten (zes breed, drie hoog). De panelen zijn in een soort metselverband gestapeld en met draadeinden doorgekoppeld tussen stalen plafond- en vloerbalken. De laatste is vooraf eerst met flinke haringen in de grond verankerd. Lastig voor de tentenbouwers van de Parade, die er daarna niet meer bij kunnen. En ze zijn zo gewend dat ze hun bouwwerken kunnen nastellen met haringen en scheerlijnen.

Maar op dit front wilden de architecten geen concessies doen. Geen scheerlijnen voor hun strakke, rechthoekige doos. Dat wil zeggen, niet onder normale omstandigheden. Alleen bij een naderende storm kunnen er extra scheerlijnen worden bevestigd aan de vier hijsogen die als enige het strakke gevelbeeld doorbreken. De ogen bewezen bovendien hun diensten tijdens de opbouw van de paviljoens toen de constructie nog niet op spanning was gebracht door het aandraaiend van de draadeinden.

Brandbaar

Volgens constructeur W. Spangenberg van ABT is het paviljoen goed op zijn taak berekend.

De bierkratten zijn niet op de trek- en drukbank getest; het bouwwerk is vooral met ‘constructeursgevoel’ samengesteld. Bij bierbrouwerijen staan de kratten immers ook vaak huizenhoog opgestapeld. Al in vroeg stadium van het ontwerp heeft de constructeur met de architecten meegedacht; het kostte hem dan ook niet veel moeite om het Rotterdamse Bouwtoezicht te overtuigen.

Wel eiste de dienst dat er ook twee deuren in de langsgevels van het paviljoen zouden worden geplaatst. Kempe en Thill hadden alleen deuren in de kopgevels getekend, maar aangezien HDPE uiterst brandbaar is en Volendam-achtige taferelen te allen tijde moeten worden voorkomen, waren extra nooduitgangen nodig.

De nooduitgangen zijn uitgerust in zware plaatstalen deuren die scharnieren in de vloerbalk en in een stalen latei die afsteunt via de handvaten van de naastgelegen kratten. Die kozijnen en de hoekpunten van het paviljoen zijn overigens de enige plaatsen waar de bouwstenen hun ware aard prijsgeven; verder zijn de handgrepen nergens te zien. Een argeloze bezoeker heeft waarschijnlijk niet in de gaten dat hij door een bouwwerk van gestapelde bierkratten loopt.

Spouw

Voor de Oost-Duitsers Andre Kempe en Olivier Thill, die een jaar geleden hun bureau in Rotterdam openden, is het paviljoen hun eerste gerealiseerde bouwwerk. Het afgelopen jaar hebben ze vooral aan prijsvragen meegedaan.

Ze omhelzen de IFD-filosofie en zijn wars van het gemodder op bouwplaatsen met specie, bakstenen, spouwankers, isolatiemateriaal en andere traditionele materialen. Het bierkrattenproject, hoewel zeker niet typerend voor hun werk, past goed in die filosofie. De bierkrat is bouwfysisch bepaald nog niet optimaal. Op de stootvoegen loopt het regenwater, wanneer ook de wind erop staat, zo het paviljoen binnen. Maar Kempe sluit niet uit dat deze bouwsteen in de toekomst beter wordt benut. “Per slot van rekening is zo’n bierkrat een prefab-spouw. Dat opent ongekende mogelijkheden.”

Het bierkrattenpaviljoen is te zien in het Museumpark nabij het Nederlands Architectuur Instituut en de Kunsthal in Rotterdam. Daarna verhuist het naar Den Haag. De argeloze bezoeker heeft niet door dat hij in een gebouw van bierkratten loopt. Alleen in de kozijnen en de hoekpunten geeft het gebouw zijn ware bouwstenen nog prijs.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels