nieuws

Schrappen in het Bouwbesluit

bouwbreed

Op het ministerie van VROM werkt men aan de drastische vereenvoudiging van de bouwregelgeving zoals aangekondigd in het regeerakkoord uit 1998. Er zijn echter problemen en dat was te verwachten.

De vereenvoudiging van de bouwregelgeving wordt besproken in het Overleg Platform Bouwregelgeving (OPB), waarin vrijwel de hele wereld van bouwen en wonen is vertegenwoordigd. Zo’n brede samenstelling heeft als voordeel dat niemand kan zeggen dat hij niet heeft kunnen meepraten. Nadeel is dat controversiële zaken niet tot een oplossing kunnen komen. Dat knelt, want het kabinet heeft zich uitgesproken voor een drastische vereenvoudiging van de bouwregelgeving.

Op voordracht van een subgroep heeft het OPB richting Remkes voorgesteld een aantal ‘triviale’ voorschriften te schrappen. Langs die lijn is eerder succes geboekt, met het laten vervallen van de verplichting een woning uit te rusten met een keuken-, toilet- en een badkamerinrichting. Dat had als achtergrond de constatering dat kopers regelmatig de geleverde inrichting(en) direct sloopten en vervingen door iets naar eigen smaak. Uit milieuoverwegingen is daar veel voor te zeggen maar, en dat moet ook gezegd worden, voor de vertegenwoordigers uit de bouwwereld zal het niet de enige drijfveer zijn geweest. Zij zullen vooral gecharmeerd zijn geweest van de mogelijkheid nu een luxer product te kunnen leveren. Ook al omdat het voorstel aansloot bij het beleid om marktwerking te bevorderen, had de hele werkgroep zich in de voorstellen kunnen vinden en kon het tot beleid worden verheven.

Nu een aantal jaren later, zit het OPB nog steeds op de lijn van het schrappen van ‘triviale’ voorschriften: lichttoetreding, traphekjes, trapleuningen, allemaal triviaal en daarmee reden om te uit de regelgeving te halen. Het gebruik van het woord triviaal is echter versluierend. Het woord ‘essentieel’ maakt de bedoelingen meteen duidelijk. Het OPB verkiest de lijn van het schrappen van essentiële zaken, niet om bij te dragen aan de gevraagde vereenvoudiging, maar om wat aan voorschriften verdwijnt, via de achterdeur weer in te brengen. Niet langer via regelgeving, maar als gezegd onder het mom van marktwerking. Zouden we die lijn doortrekken, dan is het wachten op het schrappen van de eis van het maken van binnentrappen, binnenmuren en, in de gedachte dat een koper de keus moet hebben voor een rieten dak, de dakbedekking. Langs die lijn zou er theoretisch geen enkel bouwvoorschrift overblijven. Quod erat demonstrandum.

Het is echter een schijnredenering. In werkelijkheid worden de ‘triviale’ gebouwonderdelen nu geleverd in de vorm van meerwerk. Nu is op het werken met meer- en minderwerk niets tegen, maar wel als dat gebeurt in de vorm van verplichte winkelnering. En dat is de praktijk, zoals elke koper van een nieuwbouwwoning kan bevestigen. Voor weinig kwaliteit meer, wordt men verplicht vaak vele tienduizenden guldens extra te betalen. Een drastische vereenvoudiging van de regelgeving langs de lijn van het doen vervallen van ‘triviale’ onderdelen, kan daarom niet los worden gezien van een aanzienlijke versterking van de positie van de koper.

Maar als gezegd, het gaat nog om een voorstel. Staatssecretaris Remkes heeft er bij mijn weten nog niet over geoordeeld, en als het goed is hoort u er nooit meer wat van.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels