nieuws

Nederland-België 0-1

bouwbreed

Op 1 mei jl. trad in België de Europese Richtlijn Tijdelijke en Mobiele Bouwplaatsen in werking, bijna zeven jaar nadat dit in Nederland gebeurde. Aanvankelijk via het Bouwprocesbesluit, later ingebed in het Arbeidsomstandighedenbesluit. Maar of deze verlate invoering voor de Belgen een nadeel is, is nog maar de vraag.

Het effect van de invoering van deze Richtlijn in Nederland (1994) kan rustig gezegd geen succesverhaal genoemd worden. Hij beoogt de strijd aan te binden met de vaak gebrekkige coördinatie tussen partijen die bij het realiseren van een bouwwerk betrokken zijn: opdrachtgever, ontwerper, aannemers en onderaannemers. De V&G coördinator zou hierin een cruciale rol moeten spelen, in zowel ontwerp- als uitvoeringsfase. Heel voorzichtig geformuleerd, moeten we vaststellen dat deze functies nog niet echt tot leven zijn gekomen.

Het verwijderen van een eenvoudig golfplatendak (asbest) is niet toegestaan zonder dat daarbij een in de wet gekwalificeerde persoon aanwezig is. Dit geldt ook voor het bouwen van een stalen steiger, hoe klein en eenvoudig hij ook is.

Dan is het toch wonderlijk, dat een functionaris in het bouwproces, waaraan zo’n groot belang wordt gehecht (de V&G-coördinator) zich hiervoor niet behoeft te kwalificeren.

Het gevolg is dat er, in zowel ontwerp- als uitvoeringsfase, met deze functie wordt geschoven, zo niet geleurd. Hij komt nogal eens terecht bij degene die het minst tegensputtert of niet in de positie is om tegen te sputteren. Een gedegen inhoudelijke invulling van de coördinatierol en de hierbij benodigde faciliteiten en bevoegdheden zijn niet zelden het kind van de rekening.

Scheiding

De wetgever in Nederland heeft de Europese richtlijn van zijn angel ontdaan door een formele scheiding aan te brengen tussen ontwerp- en uitvoeringsfase. De verantwoordelijkheden van opdrachtgever en ontwerper houden op zodra de aannemer aan bod komt.

In menige lidstaat wordt de V&G-coördinator in zowel ontwerp- als uitvoeringsfase bij de opdrachtgever ondergebracht, ook wat betreft zijn kosten. De opdrachtgever is in dat geval tot aan de oplevering verantwoordelijk voor het functioneren van de V&G coördinator of coördinatoren. Nederland heeft niet voor deze oplossing gekozen, met als gevolg dat veiligheid voor menig opdrachtgever een ver-van-mijn-bed show is.

Het door de wet beoogde keten van verantwoordelijkheden vertoont op deze schakel een breuk. Een bijkomend aspect hiervan is, dat er daardoor geen of onvoldoende budget wordt vrijgemaakt voor een volwassen invulling van de coördinatierol. De coördinerend aannemer moet zich maar zien te redden. En daarmee is veiligheid weer een element van concurrentie.

Valkuilen

De Belgen doen een serieuze poging om bovengenoemde valkuilen te voorkomen. Profiel en opleiding van de coördinatoren worden in de wet beschreven. Men onderscheidt, afhankelijk van de aard en omvang van het project, drie deskundigheidsniveaus.

Belangrijke kwalificatie-elementen zijn: basisopleiding, relevante beroepservaring en aanvullende veiligheidsopleiding.

Daarnaast voorziet de wet in een kostprijsbeginsel. De coördinator ontwerpfase geeft in het V&G- plan aan welke veiligheidsvoorzieningen waar moeten worden getroffen. De aannemer dient daarvoor afzonderlijk prijzen op te geven. Gaat het om meer dan één inschrijver, dan dient de coördinator ontwerpfase de opdrachtgever hierbij te adviseren. Tijdens de uitvoering ziet de opdrachtgever en/of coördinator ontwerpfase erop toe, dat de vastgelegde maatregelen daadwerkelijk zijn genomen. Anders wordt er niet betaald.

Hoe deze Belgische variant in de praktijk uitpakt moet nog blijken, maar zij doen een serieuze poging om de vinger te leggen op twee (in Nederland) zere plekken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels