nieuws

Bouwwereld ziet contouren graag ruim

bouwbreed

Een van de zaken in de Vijfde nota ruimtelijke ordening is de rode contour die gemeenten rond hun toekomstig stedelijk gebied moeten trekken, met in het verlengde daarvan de vraag of deze ruim of strak moet worden getrokken. Strak, zeggen de natuurbeschermers, want zo bescherm je het landschap en houd je de groene ruimte intact, ook voor de toekomstige generaties. Ruim, zeggen de bouwers. Breng groen tot ontwikkeling, er is ruimte genoeg en er moet gebouwd kunnen worden. Wat moet een bestuurder aan met zulk uiteenlopende opvattingen?

Eerst moet opgemerkt worden dat de vraag tot zekere hoogte een theoretisch karakter heeft. Het rijk heeft de totale ruimtebehoefte zo goed mogelijk berekend en die behoefte moet, zo is de redenering, gedekt worden door het totaal aan grondoppervlak binnen alle rode contouren te zamen. Trekt men die lijn door dan ontstaat er geen ruimte tekort, want waar de ene gemeente veel ruimte claimt, gaat dat ten koste van de andere. En daarmee is het probleem terug gebracht tot een bestuurlijk probleem, zonder het daarmee te willen bagatelliseren.

Ongerustheid

De partijen die denken aan een ruim getrokken contour zien we vooral in de bouwwereld. Niet dat die geen begrip heeft voor het belang van een waardevol landschap, maar eerder uit een gevoel van onzekerheid over de vraag of er voldoende bouwgrond en daarmee bouwproductie voorhanden blijft. Die ongerustheid kan makkelijk worden weggenomen wanneer men bedenkt dat in de rode contour de toekomstige bouwproductie besloten ligt.

Net als dat het ruim trekken van de contour betrekkelijk is, geldt dat voor het krap trekken van de contour. Wel is het zeker dat de contour uiteindelijk kan gaan knellen. Dat is geen doel op zich, maar het opent de weg naar een veel zorgvuldiger besluitvorming over de omvang en plaats van stedelijk gebied ten opzichte van het buitengebied. Het effect zal zijn dat, indien strak de hand gehouden wordt aan de rode contour als vastgesteld, er daarbinnen een sturingsinstrument is voor stedelijke vernieuwing.

Grote gemeenten, althans de gemeenten die sterk verstedelijkt zijn, zien het trekken van de rode contour anders. Die gemeenten kennen de problematiek van de rode contour al, omdat zij hun gemeentegrens als zodanig hebben leren kennen. Lange tijd hebben zij zich te weer kunnen stellen met een beleid van annexatie van buurgemeenten, maar wanneer men zich de pogingen van de gemeente Den Haag herinnert om haar ruimtenood op te heffen, wordt duidelijk dat de grenzen daarvan in zicht zijn. En dan zijn er nog de gemeentebesturen van kleine gemeenten die groot willen worden en daarom hun rode contour extra ruim willen trekken, een voornemen dat me een geschikt onderwerp lijkt voor een gemeentelijk referendum.

Sloopkosten

Samengevat is de discussie over de vraag of de rode contour ruim of krap getrokken moet worden een afgeleide discussie. Het gaat erom of we in de toekomst de keuzemogelijkheid willen hebben of een gebied landelijk blijft dan wel dat we dat laten verstedelijken. Wanneer men dat serieus neemt kan men de contour maar beter gelijk krap trekken. Het dwingt het desbetreffende gemeentebestuur tot zorgvuldig programmeren van de bouwbehoefte en zet aan tot een zorgvuldig gebruik van de beschikbare ruimte. Kortom, er is weer wat te besturen. Wel zal het bouwen binnen de rode contour op termijn kostbaarder worden, omdat meer gerekend moet worden met sloopkosten, maar het lijkt me dat de burger dat zal accepteren als de prijs van een hoogwaardiger ruimtelijke inrichting. Duurder bouwen draagt bovendien bij aan het duurzamer bouwen en dat is in een tijd van toenemende tekorten aan bouwstoffen een noodzakelijkheid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels