nieuws

Veiligheid en taal hangen nauw samen

bouwbreed

De bouw wordt in toenemende mate bemand door buitenlandse werknemers. Ik haal als voorbeeld een uitspraak in Cobouw aan van de hoofduitvoerder van een groot project: “Alle mensen moeten goed worden aangestuurd. Dat is een reuze klus, omdat we onder meer werken met Fransen, Duitsers, Engelsen, Marokkanen, Nederlanders en zelfs iemand uit de Oekraïne. Nederlanders zijn eenvoudigweg niet meer te vinden voor het zware en vaak eentonige werk in de ruwbouw. En vanwege de taalbarrière is de kans op misverstanden groot.”

Misverstanden als gevolg van een taalbarrière op de werkvloer kunnen al gauw van invloed zijn op de veiligheid bij de uitvoering van het werk.

De Arbowet zegt dat een werkgever ervoor moet zorgen dat zijn werknemers doeltreffend worden voorgelicht over hun arbeidsomstandigheden op het werk. Deze voorlichting moet zijn afgestemd op de capaciteiten, kennis en ervaring van de individuele werknemer, maar ook op zijn taal. Dit is makkelijk gezegd, maar moeilijk gedaan. Hoe zou die hier geciteerde hoofduitvoerder dat doen, vraag ik mij af. De wet geeft hiervoor geen handvatten. Daarom doe ik een voorzichtige poging. Ik maak daarbij onderscheid tussen eigen en ingeleend personeel en personeel van neven- en onderaannemers.

Eigen en ingeleend personeel

Gaat het bij het aannemen van personeel in eigen dienst of om ingeleend personeel, stel dan bij de aanname vast of de betrokkenen de Nederlandse taal voldoende beheersen om mondeling over het werk, in het bijzonder over veiligheid, te kunnen communiceren. Is dit niet het geval dan zijn de alternatieven:

* communiceren in een andere taal (bijvoorbeeld Engels) indien beiden, dus de betrokken werknemer en de direct leidinggevende, die taal redelijk beheersen;

* gaat het om een ploeg buitenlandse werknemers dan kan de leidinggevende het best communiceren met de ploegleider. Hij kiest dan voor een taal die zowel hij als de ploegleider in voldoende mate beheersen. De ploegleider treedt op als intermediair/tolk voor zijn ploegleden.

Schriftelijk voorlichtingsmateriaal kan dikwijls veel duidelijk maken; bij voorkeur veel illustraties en weinig tekst.

Neven- en onderaannemers

Heeft men het communiceren met eigen en ingeleend personeel min of meer in eigen hand, met regelmaat zullen ook medewerkers van neven- en onderaannemers op het project verschijnen. In dergelijke situaties zal de V&G-coördinator uitvoeringsfase zijn verantwoordelijkheid moeten kennen. Hij moet alles op het gebied van veiligheid op het werk in goede banen leiden. Een intensieve communicatie met de leidinggevenden van de andere bedrijven hoort daarbij. Stel daarom in het contract als voorwaarde dat de direct-leidinggevende van de onderaannemer de Nederlandse taal voldoende machtig is om over het werk, in het bijzonder over veiligheid, te kunnen communiceren.

Het gaat hierbij om zowel mondelinge als schriftelijke communicatievaardigheden. Zo’n leidinggevende moet immers ook informatie aandragen voor het V&G-plan van de coördinerend aannemer en schriftelijke afspraken en aanwijzingen kunnen begrijpen. Als de bedoelde schakelende functionaris niet op het werk is moet hij door een medewerker met vergelijkbare kwaliteiten worden vervangen.

Indien met nevenaannemers wordt gewerkt is er geen contract, dus moeten in dat geval de afspraken via de opdrachtgever en/of het V&G-plan worden geregeld.

Zorg in dat soort gevallen voor schriftelijk voorlichtingsmateriaal over de algemene aspecten: regels voor de bouwplaats en dergelijke. En werk steeds zoveel mogelijk met illustraties.

Bijzondere risico’s

Bij sommige werkzaamheden moet een goede communicatie absoluut zijn gewaarborgd. Deze werkzaamheden moeten worden beschreven in de risico-inventarisatie en -evaluatie van ieder bedrijf.

Enkele voorbeelden hiervan zijn:

* werkzaamheden waarbij gebruik wordt gemaakt van communicatieapparatuur, zoals bij het bedienen en aansturen van hijskranen, het werken in een bak in de hijskraan of in de korf van een hoogwerker;

* werkzaamheden met zwaar materieel, zoals bijvoorbeeld met wegenbouwmachines;

* werkzaamheden in besloten ruimten, bijvoorbeeld rioleringen.

Ook als er geen taalprobleem is, verplicht de Arbowet een werkgever erop toe te zien dat instructies worden nageleefd. Het ligt voor de hand hier bij de buitenlandse werknemers extra goed op te letten, bijvoorbeeld door observaties op de werkplek. Dat dit soort observaties met de vereiste tact moeten worden uitgevoerd moge vanzelf spreken.

Han Knegt,

Aboma+Keboma tel.: 0318 631481

Postbus 141, fax: 0318 632013

6710 BC Ede, e-mail: info@aboma.nl.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels