nieuws

Utrecht slaat drie vliegen in één klap in uiterwaard

bouwbreed

Ruimte maken voor het rivierwater, grondstoffen voor de bouw winnen en de al te diepe gaten stoppen met uit de rivier en uiterwaarden gewonnen bagger en klei. De Utrechtse gedeputeerde R.C. Robbertsen, voor onder meer ontgrondingen, natuur en landschap en economische zaken, is ervan overtuigd dat in delen van het rivierengebied drie vliegen in één klap kunnen worden geslagen.

Samen met de provincie Gelderland bestudeert Utrecht dan ook de mogelijkheden om multifunctioneel aan het werk te gaan in de uiterwaarden van de Lek en de Neder-Rijn. “Vanwege de plannen overstromingen tegen te gaan door de grote rivieren meer ruimte te geven, moeten we toch in de uiterwaarden aan de slag. Wat is er dan op tegen hier wat dieper te graven naar delfstoffen voor de bouw”, vraagt Robbertsen zich hardop af.

Het antwoord volgt snel en resoluut: “Niets! Je kunt hier werk met werk maken. Je voorkomt bovendien dat je elders grondstoffen moet winnen waar de ruimte schaars is. Voorwaarde is wel dat de bagger die je ter plekke opgraaft, niet ernstig is verontreinigd. Om dat te weten te komen werken we nu met Gelderland samen aan een milieueffectrapportage. Tenslotte zitten we tegenover elkaar aan dezelfde rivier.”

De tijd van grote winlocaties is voorbij. Dat wordt duidelijk voor wie het bouwgrondstoffenplan van de provincie Utrecht leest. Niet dat de provincie niet wenst te voldoen aan haar taakstelling. De vijf miljoen ton beton- en metselzand bijvoorbeeld, die in de periode tot 2008 moet worden gedolven, komt er. Daar wil gedeputeerde Robbertsen zijn hand voor in het vuur steken. Maar de plekken waar de grondstoffen uit de bodem worden gehaald worden zorgvuldiger dan ooit afgewogen. Het milieu, de schaarse ruimte en de veiligheid spelen daarbij nadrukkelijk een rol.

Opluchting

In de gemeente Wijk bij Duurstede kunnen ze daarover meepraten. Groot was hier het verzet tegen de winlocatie Den Oord, waar 4,5 miljoen ton beton- en metselzand voor het grijpen ligt. Even groot was de opluchting toen na een zeer lange discussie de provincie Utrecht negatief besliste op de vergunningaanvraag. Deskundigen waren het niet eens over de vraag of de veiligheid in het geding was. De een verklaarde dat de ondergrond van de Lekdijk bij zeer hoog water zou kunnen zetten, de ander schatte in dat het zo’n vaart niet zou lopen. “Dus hebben we het risico niet genomen”, zegt Robbertsen. “Daar komt bij dat inmiddels de discussie is begonnen over een nieuw structuurschema oppervlaktedelfstoffen, dat ontgrondingen buiten de winterdijk toestaat. En dat was precies wat ze in Wijk bij Duurstede graag wilden. Tot voor kort mocht het niet, was er alleen nog het eerste structuurplan dat alleen binnendijkse ontgrondingen mogelijk maakt. Daar was geen draagvlak voor. Bovendien was nog niet of nauwelijks begonnen met het verwerven van de benodigde gronden.”

Makkelijk

De gedeputeerde geeft toe dat Utrecht het zich makkelijk had kunnen maken door de vergunning wel te verlenen en in één klap 4,5 miljoen ton beton- en metselzand binnen te slepen. Liever echter schraapt Robbertsen op een verantwoorde manier kleinere beetjes bijeen, om zo toch aan de taakstelling van 5 miljoen ton te kunnen voldoen. “Zo bekijken we bij voorbeeld of het mogelijk is beton- en metselzand te winnen op plaatsen waar we al vergunning hebben gegeven voor de winning van ophoogzand. De Haarrijnse Plas op Vinexlocatie Leidsche Rijn is een voorbeeld van een plek waar ophoogzand ligt, maar in beperkter mate ook beton- en metselzand. Door aan scheiding te doen zou je hier zorgvuldiger met de delfstoffen kunnen omgaan. De vraag is alleen of het economisch haalbaar is. Door dit soort zaken te stimuleren kom je daar snel achter, want als er iets te verdienen valt, pikt de markt het snel op.”

Mocht de markt het om financiële redenen niet aankunnen, dan zou wat Robbertsen betreft belasting op primaire bouwgrondstoffen soelaas kunnen bieden. “De prijs mag eigenlijk geen motief zijn om te kiezen voor ontgrondingen, als het technisch ook mogelijk is met alternatieve stoffen te werken. De winning van ophoogzand, grind, en beton- en metselzand wordt dan duurder. Voorwaarde is wel dat de opbrengst van de heffing wordt gebruikt om alternatieven te onderzoeken en te stimuleren. Je kunt dan denken aan hergebruik, de verwerking van verontreinigde bagger tot bouwgrondstoffen of de winning van bouwzand uit de Noordzee en het IJsselmeer. Wij dragen ook als provincie graag bij aan research naar alternatieven. We hebben zelf het plan de heffing op de winning van bouwgrondstoffen te verhogen van 5 naar 9 cent per kubieke meter. De opbrengst wordt onder meer gebruikt voor de stimulering van het gebruik van secundaire stoffen.”

Slim

Door slim gebruik te maken van die alternatieven kan volgens de gedeputeerde veel worden bespaard. “Je kunt een bouwterrein ook ophogen met gebiedseigen grond in plaats van vers gewonnen ophoogzand. Op de Vinexlocatie Zenderpark in IJsselstein is dat gebeurd. Tot voor kort werden obstakels opgeworpen als je grond wilde hergebruiken die licht is verontreinigd. Toen hier enkele jaren geleden het nieuwe provinciehuis werd gebouwd moesten we nog grote vrachten veengrond afvoeren omdat er teveel arseen in zat volgens de regels van de wet. Daar waar niet is gebouwd, bleef het gewoon liggen. Maar als je het op een shovel nam moest het als chemisch afval worden behandeld. Dat is natuurlijk onzin, als het tenminste gaat om lichte verontreiniging die in directe omgeving ook voorkomt en waarop je gerust een kropje sla kunt laten groeien. In IJsselstein hebben we aangetoond dat het ook anders kan. Voorwaarde is wel dat je als provincie goed in kaart brengt wat de kwaliteit van de bodem is”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels