nieuws

Hevige kritiek organisaties op Bouwstoffenbesluit

bouwbreed

De handhaving van het Bouwstoffenbesluit is een chaos. Overheden passen de regels verschillend toe. De rollen van opdrachtgever en handhaver lopen daarbij vaak door elkaar heen. Het Bouwstoffenbesluit heeft geen milieuwinst opgeleverd. Integendeel, het is zelfs mogelijk met kleine hoeveelheden verontreiniging grote hoeveelheden grondstoffen te besmetten.

Het Bouwstoffenbesluit is onmogelijk, zou de enige conclusie moeten zijn van de veertig bezoekers van het jaarlijkse Nationaal Congres Bouw- en Sloopafval in de Koninklijke Jaarbeurs in Utrecht. Toch waren de reacties in de koffiepauze minder heftig dan de stellingen van de sprekers. In de praktijk valt het nog wel mee, vonden een wegenbouwer en een certificatie-adviseur. Het is waar dat de uitvoering van het Bouwstoffenbesluit door verschillende overheden nogal uiteenloopt en voor verrassingen zorgt. Aan de andere kant is het een kwestie van wennen.

Terug in de zaal barstte de kritiek echter weer los. Ir. J.G. ten Wolde, voorzitter van de Projectgroep Bouwstoffenbesluit VNO-NCW, zegde de rijksoverheid min of meer de wacht aan. “We staan aan de vooravond van onze evaluatie. Er is geen sprake van milieuwinst. Veel lagere overheden accepteren de wettelijke bewijsmiddelen niet en zorgen voor een wildgroei aan regels.”

Tegenbewijs

De handhaving moet volgens Ten Wolde binnenkort centraal worden aangestuurd. De toeleverende industrie is in zijn ogen het spoor bijster. “Het bedrijfsleven heeft zich constructief opgesteld, maar nu mogen we een effectief reagerende overheid verwachten. Als geen relatie wordt gelegd tussen nut, noodzaak en kosten van het Bouwstoffenbesluit, dan mogen wij ons in gemoede afvragen waar we mee bezig zijn.”

Ten Wolde wees erop, dat 95 procent van de bestaande bouwstoffen inmiddels is gecertificeerd. “Daaruit kan de conclusie worden getrokken, dat de bulk aan de milieutoets voldoet en dat dus geen sprake is van milieuwinst. Daarnaast maken we ons grote zorgen over de handhaving. In de praktijk zien we bijvoorbeeld, dat controlerende overheden een extra keuringsbewijs vragen of ongecertificeerd extra monsters nemen als mogelijk tegenbewijs, terwijl het product al gecertificeerd is.”

Ook J.W. van den Berg van de Vliegasunie poneerde forse stellingen. “De wetgeving is te theoretisch, niet gebaseerd op praktische uitvoerbaarheid en leidt niet tot een milieuwinst die in verhouding staat tot de inspanningen.” Vooral de keuring ligt de Vliegasunie zwaar op de maag. Industriële grondstoffen ontstaan in een gecontroleerd proces. De statistiek uit het verleden kan daarop worden toegepast. Het is niet nodig voortdurend partijen te testen op een reeks stoffen die nauwelijks voorkomen en dus niet kritisch zijn, vindt Van den Berg.

Eigen interpretaties

Prof.dr.ir. Ch.F. Hendriks van de TU Delft ziet het anders. “De keuze voor handhaving door kwaliteitsverklaringen en niet op basis van vergunningen is juist. Ik ben wel kritisch over het toepassen van de kwaliteitsverklaringen. Sommige handhavers hebben eigen interpretaties, soms is er geen handhaving, de overheden hebben te weinig kennis in huis en vaak is een overheid zowel opdrachtgever als handhaver.”

“De verschillen in handhaving leveren onzekerheid op voor het bedrijfsleven en dat is ernstig. Bovendien is het mogelijk kleine hoeveelheden verontreiniging in grote hoeveelheden grondstof te verwerken. Dat leidt op den duur tot een slechte kwaliteit en een grote spreiding van verontreinigingen. Dat moet je niet doen. Selectief slopen kost extra geld, maar het is beslist nodig”, bepleitte Hendriks.

Hij had ook goed nieuws. “Nederland is kampioen hergebruik in Europa en de wereld. Alleen Japan ligt ongeveer op hetzelfde niveau. Van de tien ton grondstoffen voor de bouw per inwoner per jaar is twee ton secundair. Daarvan komt de helft van verontreinigde grond of industriële processen, de andere helft bestaat uit bouw- en sloopafval. Heel belangrijk is, dat ontwerpers het hergebruik in hun programma’s van eisen mee moeten nemen. Anders zullen de kringlopen zich in de toekomst nooit kunnen sluiten.” Zeker is, dat het Bouwstoffenbesluit aan een grondige heroverweging toe is: minder complex, meer effect en een betere handhaving.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels