nieuws

Ontgassing Noysmeer moet nieuwe ramp voorkomen

bouwbreed

Op het Kameroense Noysmeer drijft een pompinstallatie die op het eerste gezicht iets weg heeft van een minuscuul booreiland. Deze pomp fungeert evenwel als een soort stofzuiger en brengt de hoge concentratie koolstofdioxide van het meer omlaag, om daarmee een hernieuwde ramp te voorkomen.

Op 21 augustus 1986 ontsnapte plotseling een gigantische hoeveelheid kooldioxide uit het Noys-meer. Meer dan zeventienhonderd mensen kwamen, voor het merendeel door verstikking, om het leven.

Het meer bevindt zich in de krater van een vulkaan en het kooldioxide wordt door de onder gelegen lava geproduceerd. De hoeveelheid kooldioxide vlak boven de bodem van het meer is sinds de ramp weer flink toegenomen en bedraagt nu zo’n driehonderd miljoen kubieke meter. Om deze groeiende “bom” onschadelijk te maken, is de universiteit van het Franse Chambéry met het ontgassingsproject gestart. De drijvende pompinstallatie is aan een bijna tweehonderd meter lange pijp gekoppeld waardoor het CO2 bevattende water omhoog wordt gezogen. Terwijl het water stijgt, vermindert de druk en komt CO2 vrij. De schoorsteen van de pompinstallatie stoot met een vaart van honderd kilometer per uur een mengsel van kooldioxide en stoom uit. De pomp kan echter niet meer dan twintig miljoen kubieke meter gas per jaar afvoeren. De projectleiders zeggen nog minstens vier andere installaties nodig te hebben om een nieuwe ramp op korte termijn te voorkomen.

Financiering

De operatie wordt door de universiteit van Chambéry uitgevoerd, maar financieel gezien is het project afhankelijk van de steun van het Amerikaanse “Office of Foreign Disaster Assistance”. Deze hulpinstantie kwam met bijna een miljoen gulden over de brug en stelde ook geld beschikbaar voor meetapparatuur die de hoeveelheid CO2 op de bodem in de gaten houdt. De financiering van de vier andere pompen is nog niet rond.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels