nieuws

Fascinerende domes geven kleimijn wereldbekendheid

bouwbreed

Zelf noemen ze het graag het Achtste Wereldwonder, maar dat gaat wat te ver. Spectaculair is het echter zeker, het Eden Project in Cornwall, in het zuidwestelijke puntje van Engeland. Op de bodem van een immense krater, overgebleven na decennia winnen van porceleinaarde, staan twee opzienbarende en vooral grote bouwwerken als zeepbellen. Koepels van duizenden stukken staal, samengeklikt tot grote zeshoeken en bedekt met de kunststof ETFE, twee biodome’s vol planten in een tropisch of subtropisch klimaat. De grootste dome is 240 meter lang, 110 meter breed en liefst 55 meter hoog – zonder een enkele ondersteuning, de andere is iets kleiner maar nog altijd indrukwekkend genoeg.

Het Edenproject is de werkelijkheid geworden droom van Tim Smit, een Nederlandse Brit die naam maakte in de muziekwereld. Begin jaren tachtig was hij een gevierd tekstschrijver van onder meer de al lang vergeten nummer één hit Midnight Blue van Louise Tucker. Na een bezoek aan de Verloren Tuinen van Heligan in Cornwall besloot hij echter een heel andere weg in te slaan. “Ik wilde de mensen weer duidelijk maken wat voor belangrijke rol planten spelen voor ons dagelijks bestaan. Ze dienen niet alleen als voedsel, je maakt er ook rubber, geneesmiddelen, verven, huizen, brandstof en nog veel meer dingen van.

Toen Smit zijn idee eenmaal had uitgewerkt, bleek hij nogal opvallende eisen te stellen aan het bouwwerk om zijn droom in te verwezenlijken. Om te beginnen had hij meer dan vierduizend verschillende planten op het oog, waarvan de meeste alleen gedijen in (sub)tropische omstandigheden. Uiteraard moest het zonlicht worden doorgelaten, maar ook moest er voldoende vrije ruimte zijn om de hoogste bomen te kunnen laten groeien en tegelijk het publiek – waar het allemaal om te doen is – een goede indruk te geven van de natuurlijke omgeving. Tenslotte wilde Smit ‘een architectonisch monument’ dat de vergelijking met de Opera van Sydney of de Eiffeltoren kan doorstaan.

Geschikte plaats

Smit en zijn team moesten uiteraard eerst een geschikte plaats vinden. Al snel viel hun oog op Cornwall’s open mijnen voor porceleinaarde, decennia lang één van de belangrijkste regionale grondstoffen. Het winnen van de klei heeft tientallen meters diepe en tot een kilometer lange kraters achtergelaten. Zo’n locatie zou het project niet alleen nog spectaculairder maken, maar kon ook dienen als extra beschutting. Half 1998 werd de uitgeputte mijn Bodelva bij St. Austell aangekocht, een krater van meer dan 60 meter diep en 35 voetbalvelden groot.

De gedreven Smit ging nu niet alleen op zoek naar financiering – een verhaal op zich – maar ook naar een geschikte architect. De keus viel op Nicolas Grimshaw & Partners, de Londense ontwerpers die net veel lof hadden gekregen voor hun glazen constructie bij Waterloo Station.

Die keus bleek terecht: Grimshaw kwam met een ontwerp dat alle verbeelding tartte. Hij wilde twee aaneengeschakelde grote koepels bouwen, vrije ruimten met een enorme doorsnee, één met een tropisch en één met een subtropisch klimaat. Die domes, bedacht Grimshaw, zouden bestaan uit een laag van honderden zeshoeken, de grootste elf meter in doorsnee, met als ‘voering’ een tweede laag van zeshoeken met driehoeken. “Zeshoeken zijn een ideale vorm, zoals ook de bijen in hun korven laten zien. Ze zijn niet alleen mooi om te zien, maar ook zeer economisch toe te passen omdat alle krachten en druk evenwichtig over het hele ding worden verspreid,” verklaart de architect.

Voor de afdekking viel de keus op ethyltetrafluorethyleen of ETFE, een hightech transparante folie die slechts 1 procent weegt van een vergelijkbaar oppervlak aan glas, zonlicht inclusief UV-straling doorlaat, zichzelf met regenwater reinigt en ook nog eens ijzersterk is.

Van dit EFTE werden steeds drie lagen aan elkaar gesmolten en vervolgens opgepompt tot een maximaal twee meter dik kussen, dat zodoende optimale isolatie biedt. voor frisse lucht, zitten in het dak van elke dome enkele beweegbare elementen.

Paul Travers, al zes jaar bij het Eden-team betrokken: “Dit ontwerp was alleen mogelijk dankzij de modernste computertechnieken. Tien jaar geleden hadden we dit niet kunnen realiseren. Het project is uitgebreid getest in de windtunnel, zeker omdat het hier in Cornwall flink kan stormen. Wat bleek: het gevaar was niet zo zeer dat het gebouw zou instorten, maar dat de hele constructie wordt opgetild en als grote paraplu’s in de lucht komt te hangen. Dat komt door het extreem lage gewicht: de constructie is alles bij elkaar net zo zwaar als de lucht die er in zit. De tropische dome is nog het zwaarst, die weegt 450 ton.” Om dat ophefgevaar te voorkomen, zijn de domes met gigantische knijpers in de grond verankerd.

De volgende partners voor het project werden Alfred en Sir Robert McAlpine, twee bouwers van dezelfde naam die hier voor het eerst in 27 jaar een joint venture vormden. “Alle inschrijvers hadden een gelikte presentatie, maar de McAlpine’s wonnen toen hun vertegenwoordiger zei: wij houden gewoon van bouwen en dit is een prachtig gebouw.”

Ook de technische adviseurs van Anthony Hunt Associates en van Ove Altrup & Partners traden tot het team toe. Smit zegt: “Je zag allerlei mensen in nette pakken naar Cornwall komen en op slag enthousiast worden, net of ze hun eerste doosje Lego kregen.”

De eerste klus was de enorme krater geschikt te maken voor zo’n project. Dat betekende meer dan 1,8 miljoen ton grond en puin verplaatsen om een bruikbaar bouwplatform te verkrijgen. Alles bij elkaar werd de bodem 17 tot 20 meter opgehoogd met materiaal dat aan de opstaande randen werd weggehaald. Smit: “In oktober 1998 ging de eerste spa de grond in. De volgende dag begon het te regenen en dat hield niet op tot eind maart. Ik heb nog nooit zoveel water uit de lucht zien vallen. Maar het bewees wel direct dat de waterafvoer de slechtst denkbare omstandigheden aankan.”

Grootste steigers

Omdat dergelijke stalen koepels nog nooit zijn gebouwd, moesten de constructeurs veel oplossingen ter plaatse bedenken. Dat gold eerst al voor het opzetten van de grootste steigers ooit ter wereld gemaakt, 125 meter lang, 25 meter breed en 60 meter hoog. Een ongekende wirwar van 46.000 palen en duizenden planken die werd opgericht door specialist SGB en prompt in het Guinness Book of Records belandde. Vanaf die steigers konden de beide koepels in elkaar worden gezet. Elke stalen buis werd via een computergestuurd model op maat gemaakt en vervolgens genummerd naar de bouwplaats gebracht om daar stuk voor stuk aan elkaar te worden geklikt. Smit: “Het was echt een Meccanodoos van enorme afmetingen.” Toen dat frame eenmaal stond, moest de steiger weer worden neergehaald en konden de EFTE-kussens worden aangebracht. Daarvoor werd een groep ‘hangmannen’ – en vrouwen – ingehuurd, die ze hangend aan kabels vanaf torenkranen op hun plaats zetten. Het Eden-team was zo slim van het bouwen zelf een toeristenattractie te maken, wat in één zomerseizoen meer dan 500.000 betalende bezoekers opleverde.

Klei

Eind vorig jaar werden de twee domes opgeleverd. Travers: “Veel bouwvakkers stonden echt met tranen in hun ogen. Sommigen zeiden: ik heb heel wat stukken weg gemaakt en gebouwen neergezet waar ik nooit meer naar omkijk, maar hier zal ik altijd weer terugkomen.” De twee afzonderlijke domes, elk bestaande uit drie aflopende koepels, zijn aan elkaar geschakeld door een laag houten gebouw met een dak van gras. “Ook voor het bezoekerscentrum bovenaan de krater hebben we een bijzonder ontwerp gevraagd. Eén van de lange muren is gemaakt van het oorspronkelijke kleimateriaal waarvan huizen hier altijd werden gebouwd. Ook zo willen we de band met de natuur benadrukken.”

Woestijnlandschap

Eden is nog lang niet af. Hoewel er inmiddels ruim 300 miljoen gulden in is geïnvesteerd, moet er nog een derde ‘dome’ komen voor een woestijnlandschap. Bovendien zal het nog maanden duren voordat het hele terrein klaar is. Het middenveld is gereserveerd voor planten uit onze eigen streken. Op het programma staat nog een eigen hotel met congrescentrum. Andere bedrijven in de wijde omgeving investeren inmiddels eveneens om op de nieuwe bezoekersstromen – Eden mikt op 750.000 mensen per jaar – in te spelen. Peter Davies, hoofd van de regionale overheid: “Eden bezorgt Cornwall een grote economische impuls, waar we Tim Smit erg dankbaar voor zijn.”

‘De hele constructie is net zo zwaar als de lucht die erin zit’

De revolutionaire bouwconstructies bieden onderdak aan planten die in tropische en subtropische omstandigheden gedijen.

In het binnenlandschap is ruimte gecreëerd voor grote aantallen bezoekers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels