nieuws

Concurrenten in één club

bouwbreed

Bouwend Nederland pas op: de E-Business Club Bouw is opgericht. Honderden leveranciers van hardware, software en gerelateerde diensten voor de bouwsector zijn benaderd om lid te worden van deze exclusieve club. Inderdaad exclusief, want een bedrijfslidmaatschap kost maar liefst 10.000 gulden.

Initiatiefnemer is EC Platform Bouw, de organisatie die onder meer de campagne ‘De bouw gaat digitaal’ coördineert. Maar volgens de woordvoerster hebben genoemde aanbieders sterk aangedrongen op de oprichting. “Sinds we de campagne lanceerden, werden we overspoeld met vragen van leveranciers hoe ze konden meeliften met ‘De bouw gaat digitaal. We werden er min of meer toe gedwongen”, zegt Lyzette Griffijn van het Electronic Commerce Platform Bouw. In een aantal sessies met vertegenwoordigers van deze groep is het idee voor een club eruit gerold, tot en met de prijsstelling voor leden.

Op zich is het opmerkelijk dat elkaar beconcurrerende bedrijven samen een club vormen om de markt te bewerken. Het gaat voor het grootste deel om kleinere bedrijven die nog geen positie in de automatiseringsmarkt voor de bouw hebben verworven.

Hopen zij hiermee een eenvoudiger entree in deze weerbarstige potentiële klantenkring? Griffijn: “Zij zien dat de bouw in beweging komt en willen daar bij zijn. Sommigen hebben hele bijzondere klantspecifieke producten of diensten ontwikkeld.”

Samen

EC Platform Bouw vindt het van belang dat de aanbieders samen zo goed mogelijke automatiseringsproducten aanbieden die inspelen op de al of niet latente wensen van de bouwsector. Dat moet ervoor zorgen dat de bouw steeds meer ‘digitaal gaat’. En daarvoor is een business club nodig, compleet met sociëteit en luie stoelen. Naar een locatie wordt nog gezocht. Wie alleen de soos wil bezoeken, kan een persoonlijk lidmaatschap afsluiten voor een kleine 1000 gulden per jaar. Maar dan krijg je geen korting op de standhuur bij activiteiten van het platform, noch een logoplaatsing op het ‘Bouwkennisplein’ van de website die de campagne uiteraard heeft. Dat zijn voorrechten die een volledig betalende ‘club card’-houder wel heeft.

Wat moet bouwend Nederland hier nu van denken? Worden hier in de rokerige sociëteitszaal gewiekste marktbewerkingstactieken afgesproken waar de gezamenlijke aanbieders beter van worden en de afnemers alleen maar illusies en guldens armer?

Positief

Zwartkijkers die als doorgewinterde klaverjassers de wereld in ‘wij’ en ‘zij’ indelen, kunnen het zo bezien. Maar je kunt er ook positief naar kijken: zo komen er oplossingen uit die de bouw of onderdelen ervan echt verder helpen; er wordt iets gemaakt waar je wat aan hebt. En deze ontwikkeling voorkomt misschien ook dat je door tal van aanbieders wordt belaagd met dezelfde soort producten. Griffijn ziet er zelfs een keurmerk uit groeien: “Net als het NVOB dat een goed initiatief ontplooide voor de Bukla-software certificering, kan hier ook een goedkeuringsstempel uit groeien.”

Wat nu? De verzamelde aanbieders die hun eigen producten gaan beoordelen? Dat lijkt verdacht veel op de reclamemakers die jaarlijks aan elkaar prijzen uitdelen voor de meest creatieve commercials, of het onderlinge schouderkloppen dat de Oscar-toekenning altijd weer is. En die twee sectoren vergeef je nog, omdat het om min of meer artistieke producten gaat. Maar pure gereedschappen als software en computers kun je toch moeilijk kunstwerken noemen.

Groucho Marx

Ons land is weer een clubje rijker geworden deze week. Maar bij elk nieuw gezelschap waarvan ik hoor, denk ik altijd aan de gevleugelde uitspraak van filmkomiek Groucho Marx: “Ik wil geen lid worden van een club die mij als lid zou accepteren.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels