nieuws

Beurs als staalkaart van de bouw

bouwbreed

Iedere keer opnieuw verbaast het Maarten van Hezik, voorzitter van de adviescommissie Internationale Bouwbeurs, hoeveel geld bedrijven steken in de bouw van stands. “In 1999 is daar door de deelnemers voor in totaal zeventig miljoen gulden in geïnvesteerd. En dat zal dit jaar vast weer meer zijn. Het bewijst hoe belangrijk de bedrijven deze beurs vinden.”

Het wordt Van Hezik’s vijfde beurs als lid van de adviescommissie en zijn derde als voorzitter. “Je moet beurzen wel leuk vinden om dit werk te doen”, zegt Van Hezik, in het dagelijks leven directeur van STABU.

De adviescommissie, waarin vertegenwoordigers zitten van alle sectoren in de bouw, behartigt de belangen van de exposanten en organiseert feitelijk samen met de Jaarbeurs de Internationale Bouwbeurs. “Ik heb in mijn leven al heel wat beurzen gezien, maar het concept van de bouwbeurs is het beste dat er bestaat.”

De manier waarop Van Hezik het zegt, laat aan duidelijkheid niet te wensen over. Niettemin licht hij een en ander nog wat nader toe: “Het heeft door de jaren heen heel veel moeite gekost bedrijven ervan te overtuigen dat het goed is als ze naast hun concurrent staan. Het versterkt het product en geeft voor de bezoeker overzichtelijkheid. Deze weet dat alles wat met verf te maken heeft in een hoek staat. Maar het duurde even voor bijvoorbeeld Sigma en Sikkens, om maar willekeurig twee concurrenten te noemen, daarvan overtuigd waren.”

Inmiddels is dit concept verder doorgevoerd en ontstaan er tussen de verschillende ondernemingen steeds meer samenwerkingsverbanden. Dit laatste doet Van Hezik goed. “Het versterkt het concept en daarmee ook de beurs als geheel.”

Materieel

Maar dat nog niet alle sectoren daarvan doordrongen zijn, bewijst in zijn ogen de dit jaar geïntegreerde sector bouwmaterieel. “Je ziet in die branche bij bedrijven nog wat vrees om naast de concurrent te gaan staan en dus blijven ze dan weg. Maar bouwmaterieel is er nu voor de tweede keer bij en voor het eerst echt als onderdeel van de Internationale Bouwbeurs, dus dat moet gewoon nog groeien.”

Sleutelen aan het concept, belangenbehartiging en het oplossen van problemen zijn zo’n beetje de belangrijkste taken van de adviescommissie. De vertegenwoordigers van de sectoren leggen gedurende de beursdagen hun oor te luister bij de achterban en koppelen dat later bij de evaluatie van de beurs terug.

Beursmoeheid

Aan beursmoeheid lijkt niemand te lijden. Geluiden van regionale beurzen over teruglopende bezoekersaantallen wimpelt Van Hezik met een resoluut handgebaar weg. De Internationale Bouwbeurs is zijns inziens immers van een geheel andere orde. “Bedrijven stemmen hun hele innovatietraject op de beurs af. Dit is voor velen het moment om nieuwe producten naar buiten te brengen. Het beursbezoek ligt altijd zo rond de 100.000 bezoekers; dat aantal is vrij stabiel. Als men toch naar een beurs gaat dan gaat men naar Utrecht. Ik zie het ook aan mijn afspraken. Gemiddeld heb ik er zo’n twintig per week en gedurende de beurs nog niet een, want men is er gewoon niet.”

Gevraagd naar de impact van de beurs op de branche, hoeft Van Hezik niet lang na te denken. “Het is een staalkaart van de bouw. Dat vind ik zelf ook het leukste eraan. Je kunt over de heg naar andere sectoren kijken en zien wat daar speelt en wat de trends zijn. Daarnaast is het natuurlijk een groot netwerkcircuit en het heeft de functie van reünie. Je ziet constant overal mensen handen schudden en elkaar op de schouders slaan. Fantastisch.”

Bouwgala

De voorzitter van de adviescommissie kijkt met een zekere spanning uit naar de avond van de eerste beursdag. Er is afgezien van een traditionele opening en de geëigende standhoudersborrel. De bezuinigingen die deze besluiten hebben opgeleverd, zijn gestoken in het Bouwgala dat rond de uitreiking van de Nederlandse Bouwprijs is georganiseerd. “Het is voor het eerst. We proberen er een hele bijzondere avond van te maken maar je moet het altijd afwachten. Twee jaar terug hadden we het Bouwfeest, dat werd met het lage opkomstcijfer een fiasco. Je moet steeds iets nieuws proberen. Wordt dit een succes, dan krijgt het een vervolg. Wordt het niks dan wordt het niks, doen we volgende keer weer gewoon weer iets anders. Maar spannend is het wel.”

‘Het concept is het beste dat er bestaat’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels