nieuws

Veiligheid troef bij grootste spoorvernieuwing

bouwbreed Premium

Even overstemt een sirene het lawaai van de werktrein. Langs de spoorlijn tussen Amersfoort en Apeldoorn begint een lange batterij zwaailichten te knipperen, als waarschuwing voor de naderende goederentrein. “Op deze schaal is dit nog nooit vertoond”, zegt projectdirecteur Martie Aberson van bouwcombinatie Triple A, staand op een veilige plek naast de rails.

Veiligheid! Het woord stond deze zomer centraal toen Triple A wilde beginnen met de grootste spoorvernieuwing in de Nederlandse geschiedenis. De bouwcombinatie, bestaande uit Koehne, Nedrail en BBL (onder andere Ballast Nedam), wilde in de vakantieperiode non-stop aan de slag met een spoor, terwijl het nevenspoor in gebruik zou blijven. Treinen konden dan met 130 kilometer per uur blijven passeren.

In bedrijf

NS Reizigers en goederenvervoerder Railion waren er blij mee, omdat nog een aanvaardbare nooddienstregeling kon worden gemaakt. De Arbeidsinspectie dacht er echter anders over. Ze vond het plan van aanpak niet veilig genoeg en hield het project tegen. Drie baanwerkers zouden tijdens de werkzaamheden in het nevenspoor moeten lopen en zich hals over kop uit de voeten moeten maken als een trein zou naderen.

Op 5 november is Triple A alsnog met de klus begonnen. In de nachtelijke uren (tussen 22 en 6 uur) en zonder baanwerkers op een spoor dat in bedrijf is. De werktreinen zijn zo aangepast dat die van binnenuit te bedienen zijn. Passerende treinen rijden maximaal 80 kilometer per uur.

Aberson heeft er vrede mee: “Over die drie goed getrainde mannen in het spoor maakte ik me niet zoveel zorgen, maar over de anderen wel. Daarom hebben we ook die enorme hoeveelheid waarschuwingslampen en sirenes laten komen. Die waren in Nederland niet eens voorradig. Het wel jammer dat we niet non-stop kunnen doorgaan. Dat scheelt heel veel tijd. Nu moet je elke dag de machines opnieuw in- en uitbouwen. De kosten zijn ook hoger. Daar onderhandelen we nog over”.

Terwijl Aberson praat, schuift een indrukwekkende gele machine stapvoets over de spoorlijn. “Nou ja, machine. Noem dit maar een proces of een fabriek”, zegt de projectdirecteur, die de baas is van de Nederlandse vestiging van railbouwer Koehne. De enorme werktrein verwijdert de oude spoorstaven en bielzen en legt aan de achterkant nieuwe staven op dito betonnen dwarsliggers. Gedurende dit proces suist met een hels kabaal een rijdende kraan heen en weer tussen de wagons aan de voorkant en de werktrein zelf. Het ding pikt de betonnen dwarsliggers op uit het ‘voorraadmagazijn’ en legt de oude houten weg op de vrijkomende wagonruimte. Zevenhonderd meter per nacht kan het logistieke wonder Koehne aan.

Probleembiels

Zo’n 10 kilometer van het oude Nefitspoor is er inmiddels mee op de schop genomen. Dat was hard nodig, omdat de houten dwarsliggers scheuren vertoonden. Klemhouders schoten geregeld los en daarmee de bevestiging van de spoorstaven. In heel Nederland liggen honderden kilometers van dit met ‘probleembiels’ uitgeruste spoor. Het moet allemaal voor 2007 zijn vervangen.

Tussen Amersfoort en Apeldoorn gaat het om 47 kilometer. Behalve de spoorstaven en bielzen wordt ook de ballast vrijwel overal vernieuwd. Tot maart 2002 is Triple A er druk mee. Van al het materiaal dat wordt verwijderd, gaat niets zomaar weg. De houten bielzen mogen problemen hebben veroorzaakt, ze zijn nog best te gebruiken. “De gaten worden dichtgestopt en dan gaan ze naar Ierland”, zegt Aberson. “De ballast zeven we en alle stenen met een doorsnede van meer dan 25 millimeter gaan terug tussen de rails”.

Twee baanwerkers met een lorrie vol gasflessen, visualiseren op de achtergrond het hergebruikverhaal. Ze zetten snijbranders in de net verwijderde, oude spoorstavenen veroorzaken prachtige vonkenregens. Wat achterblijft zijn hapklare brokken spoorstaaf, klaar voor een nieuw leven ergens in Oost-Europa.

Reageer op dit artikel