nieuws

Kokhuis als constante factor

bouwbreed

Drie staatssecretarissen heeft hij versleten. Alledrie met hun eigen gebruiksaanwijzing, maar Leo Kokhuis, scheidend directeur-generaal Volkshuisvesting ‘ging gewoon door’. In twaalf jaar werd huizen stampen ingeruild voor wonen en kwaliteit, de rol van de corporaties veranderde drastisch en maakte stadsvernieuwing plaats voor herstructurering.

Na twaalf jaar de scepter te hebben gezwaaid over de Volkshuisvesting, vertrekt Kokhuis vanaf 1 januari naar het ministerie van Sociale Zaken. Een vreemde gewaarwording na zelf verschillende staatssecretarissen te hebben zien komen en gaan. “Ik was de constante factor op het ministerie”, vindt Kokhuis.

Hij werd twaalf jaar geleden bij VROM binnengehaald door staatssecretaris Enneüs Heerma (CDA). “Ik moest de Nota Heerma gaan uitvoeren met de verzelfstandiging en decentralisatie van de corporaties. Ze waren bij het schrijven alleen de sociale paragraaf vergeten. Het nieuwe beleid betekende namelijk een halvering van 2100 naar 1150 mensen bij de afdeling DGVH .”

Nieuwjaarsspeech

Kokhuis kreeg de reorganisatie op het ministerie als één van zijn eerste taken op het bordje. Hij vond het meteen de zwaarste klus uit zijn loopbaan bij het ministerie. Als de dag van gisteren herinnert hij zich zijn nieuwjaarsspeech van 7 januari 1993 waarin hij de drastische maatregel moest meedelen, na enkele weken bittere onderhandelingen met de vakbonden. “We hebben doorgezet. Maar dat balletje had toen ook de hele andere kant op kunnen rollen.”

Inmiddels is het directoraat al verschillende keren gereorganiseerd. “De mensen zijn nu zelfs zo ver dat ze vinden dat de organisatie mee moet groeien met de ontwikkelingen in de samenleving. De Nota wonen van Remkes zal wat dat betreft ook verstrekkende gevolgen hebben.”

Vanaf 1 januari heet het directoraat-generaal van volkshuisvesting alvast het directoraat-generaal wonen. Woningbouwcorporaties zullen in het vervolg worden aangeschreven als wooncorporaties. “Een subtiel, maar heel wezenlijk verschil. Het gaat niet meer om het bouwen van de woning, maar om alles wat bij wonen hoort. Daarbij gaat het vooral om woonomgeving, veiligheid en ruimte om het huis.”

Wat Kokhuis betreft ligt hier nog een pittige taak voor de corporaties en gemeenten. Hij is blij met de ommezwaai van klassieke stadsvernieuwing naar herstructurering, maar het mag wat hem betreft wel wat sneller. “De contracten zijn gesloten en het geld is overgemaakt, maar de praktijk wil nog niet echt vlotten.”

Zijn relatie met Heerma was even intensief als zakelijk. “Hij moest het zwarte gat opvullen dat was gevallen na het aftreden van staatssecretaris Brokx voor de parlementaire enqu-te.” Kokhuis werkte toen nog niet bij het ministerie, maar herinnert zich wel het parlementaire onderzoek naar de Woning Beheer Limburg. “Dat was hectisch en zwaar.” Vanuit het ministerie was daar permanent een zware delegatie ambtenaren voor vrijgemaakt. Hij verwacht dat binnen VROM hetzelfde zal gebeuren bij de komende enqu-te over de bouwfraude.

Kokhuis vond dat Heerma te streng voor zichzelf was en alleen zijn post verliet voor internationale ministersconferenties. In tegenstelling tot zijn opvolger Dick Tommel (D66) die in 1994 aantrad. “Hij was introverter en tegelijk wat frivoler. Een reislustig man, die daar echt van kon genieten. Wel met een doel natuurlijk. Ik weet nog dat we in vier dagen de hele Antillen hebben afgereisd.” Ook rondde Tommel met de zogenoemde ‘gouden akkoorden’ van de brutering de verdere verzelfstandiging van de corporaties af.

Met de Nota woonverkenning uit 1996 werd de basis gelegd voor een nieuwe manier van werken. Voor het eerst was niet de volkshuisvesting en het huizen stampen uitgangspunt van het beleid. Juist de functie van het wonen en interactief overleg met alle betrokken partijen buiten het ministerie, stonden centraal. “Het was een ambtelijk stuk en daarom relatief makkelijk, maar het was wel een ommezwaai.”

Die manier van werken is bijna standaard geworden onder staatssecretaris Remkes (VVD). Kokhuis heeft het schrijven van de Nota mensen, wensen, wonen dan ook als zijn leukste klus ervaren. “Remkes is weer een stuk minder reislustig. Die wil eerst de zaakjes ‘thuis’ op orde hebben.” Kokhuis was dan vaak altijd van de partij bij de verstedelijkingsgesprekken dwars door het hele land. “We hebben de komende tijd waarschijnlijk het meest behoefte aan flexibiliteit. Om vlot te kunnen inspelen op de vraag uit de markt. Dat gaat wel dwars in tegen onze natuur om langlopende afspraken en convenanten aan te gaan.”

Op zijn werktafel ligt het boekje Droomhuizen met ontwerpen van jonge architecten. Zelf vindt hij een vrij traditioneel, Toscaans aandoend, rood bakstenen huis het mooiste. Individueel opdrachtgeverschap is wat hem betreft een onderwerp dat de komende tijd langzaam maar zeker aan een opmars gaat beginnen. “Twee van de ontwerpen uit het boekje worden ook echt gebouwd. Maar er is nog veel te winnen, zowel bij de bouwers als bij gemeenten.”

Doeners

Het bouwwereldje heeft hij leren kennen als een nijvere tak van vooral doeners. “Ze willen doorpakken en dat botst bijvoorbeeld met meer ruimte voor particulier opdrachtgeverschap.” Hij is het niet eens met de stelling dat het een heel gesloten wereldje is. “We zijn altijd zakelijk en transparant met elkaar omgegaan. En ach, notarissen, rechters en zelfs directeuren-generaals hebben ook allemaal hun eigen clubje met hun eigen gebruiken. Dat hoort bij de behoefte aan identiteit.”

Hij ziet de inzakkende woningbouwproductie niet al te somber in en is blij dat de periode dat elk kwartaal de productiecijfers werden gepubliceerd ver achter hem ligt. “Over de gehele linie valt het allemaal wel mee. De verwachting is dat vanaf 2003 de productie weer zal aantrekken. En ieder nadeel heeft ook zijn voordeel. Huizen die een paar jaar later worden gebouwd, zullen ook weer mooier en moderner zijn. Het doorvoeren van nieuwe processen als kavelbouw kost nu eenmaal tijd.”

Ongeduldig

Kokhuis is eigenlijk dik tevreden over de bereikte resultaten in de afgelopen twaalf jaar. “Ik ben van nature een ongeduldig man, maar als ik in Nederland rondkijk is er op het gebied van de volkshuisvesting toch veel veranderd. Kijk naar de ruimtelijke ordening, de rol van de corporaties, duurzaam bouwen, particulier opdrachtgeverschap en de burger centraal. Het zijn tendensen die in hoog tempo een plek krijgen.”

Met enig genoegen kijkt hij naar de vier speerpunten van het tweede kabinet Lubbers. “De politie, arbeidsvoorziening, gezondheidszorg en volkshuisvesting moesten allemaal op de schop. Alleen de volkshuisvesting is uiteindelijk een geslaagd voorbeeld van succesvolle reorganisatie en nieuwe prioriteiten. Zeker als ik dat vergelijk met de gezondheidssector”

Het is duidelijk dat Kokhuis heeft nagedacht over de vraag of directeur-generaal zijn ook een leuke baan is. “Het is af en toe een teug verdriet uit een kruik vol genoegens. Daarom was het ook zo goed vol te houden.” Zijn opvolger is nog niet bekend, maar de enige raad die hij of zij meekrijgt is: “gewoon doorgaan en volhouden.”

‘Een teug verdriet uit een kruik vol genoegens’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels