nieuws

Rekenkamer levert forse kritiek

bouwbreed Premium

Een gat van 600 miljoen gulden gaapt tussen de kostenraming en het beschikbare budget voor de Betuweroute. Dat is aanzienlijk meer dan het tekort van 153 miljoen gulden, waarvan minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat vorige week gewag maakte in haar laatste voortgangsrapportage over het megaproject aan de Tweede Kamer.

Tot deze conclusie komt de Algemene Rekenkamer op basis van een onderzoek naar de beheersing en financiering van de aanleg van de goederenspoorlijn van de Rotterdamse haven naar Duitsland. Uit het gisteren gepresenteerde rapport blijkt dat eind 2000 de kosten werden geraamd op 10,3 miljard gulden, terwijl er 9,7 miljard aan budget beschikbaar was. In een reactie zegt Netelenbos dat inmiddels maatregelen zijn getroffen waardoor het tekort beperkt blijft. Een woordvoerder van de Rekenkamer verklaarde echter dat het risico bestaat dat de Tweede Kamer de komende jaren aanzienlijk meer aan extra budget beschikbaar moet stellen dan de 153 miljoen gulden uit de laatste voortgangsrapportage.

Onvoldoende

Uit het onderzoek blijkt dat de Rekenkamer de kostenbeheersing onvoldoende vindt. Vooral voor 1998 had het ministerie van Verkeer en Waterstaat nauwelijks grip op het project. Het ontbreken van eenduidige definities en afspraken over ramingsbegrippen en kostencategorieën werkt tot de dag van vandaag door. In 1998, toen na forse kritiek op de ramingsmethodiek een herijking plaatsvond, zijn de zaken volgens de Rekenkamer wel verbeterd.

Doel van het onderzoek was het geven van aanbevelingen die helpen bij het in de hand houden van de kosten en planning van de Betuweroute en van toekomstige megaprojecten. De Rekenkamer vindt het gewenst dat de kosten van alle toekomstige infrastructuurprojecten volgens een zelfde transparante methode worden geraamd. Deze methodiek moet permanent worden bewaakt. Een referentiemodel kan het beste als uitgangspunt dienen. De kosten van kwaliteitstoevoegingen moeten apart in beeld worden gebracht en periodiek moet volgens de onderzoekers een toetsing plaatsvinden van zowel de raming als de planning. Zij komen verder tot de aanbeveling dat bij dreigende kostenoverschrijdingen in principe meteen versoberingsplannen moeten worden gemaakt.

Geschiedenis

Dat een en ander hard nodig is blijkt uit de financiële geschiedenis van de Betuweroute. In 1992 werden de kosten nog op 5 miljard gulden geraamd, terwijl eind vorig jaar duidelijk werd dat de lijn in werkelijkheid ruim twee keer zo duur (10,3 miljard) zou worden. De helft van deze kostenstijging is het gevolg van extra wensen van de Tweede Kamer, waarvoor ook extra budget beschikbaar is gesteld. Dertig procent is te wijten aan kostenstijgingen en tien procent aan fouten en onderschatting. De resterende tien procent is het door de Rekenkamer geconstateerde gat van 600 miljoen gulden tussen raming en budget.

De onderzoekers noemen het verleggen van kabels en leidingen en het sluiten van 35 convenanten met andere overheden als voorbeelden van activiteiten die zijn onderschat. De Rekenkamer laat verder doorschemeren er weinig vertrouwen in te hebben dat het nog goed komt met het private deel van de financiering (1,5 miljard gulden). “De verantwoordelijke ministers hebben hierover ten onrechte steeds een optimistisch beeld aan de Tweede Kamer geschetst”, aldus het onderzoeksrapport.

Reageer op dit artikel