nieuws

‘Overleg met bedrijven, dan daalt de prijs gigantisch’

bouwbreed

De Rotterdamse architect P.J. Gerssen vindt het ronduit “onbeschoft” hoe de overheid in de bouwfraudeaffaire alle kritiek bij de aannemers legt. Gerssen vindt het niet meer dan logisch dat aannemers in achterzaaltjes tot afspraken komen. Van geheel andere orde echter, noemt hij het fenomeen corruptie.

Tijdens zijn studie aan de Rooms-katholieke Leergangen in Tilburg leerde de in 1932 geboren Brabander al: je hebt een hemel voor de architecten en een hemel voor de aannemers. Verwar die twee niet. Hoe kun je anders een objectief vertegenwoordiger zijn van je opdrachtgever?

“Iedereen die in het proces iets te vergeven heeft, is corruptiegevoelig. Vertrouw niemand op dat punt. In de bouw kennen we de reciprociteit. Met werk, maak je werk. Voor wat, hoort wat. Waar denk je dat die skyboxen in de stadions vandaan komen? Je begint bij een fles wijn en vervolgens is het einde zoek. Begin daar toch niet aan. De extra uitgaven jagen iedereen maar op kosten.”

Gerssen herinnert zich de waarschuwende lessen van de Eindhovenaar Geenen, de eerste architect waarvoor hij werkte. “De opzichter, een ervaren rot in het vak, had tijdens het bouwproces gevraagd wat het leggen van een vloertje in zijn douchecel kostte. Ondanks aandringen bleef later de rekening uit. Toen nadien het overleg even niet vlotte, werd hem midden in de vergadering voor de voeten gegooid: “Maar ik heb wel mooi een vloer gelegd in jouw douchecel.”Daar sta je dan. Leg dat maar eens uit.”

Rekenkamer

Om dubieus handjeklap te voorkomen, doet Gerssen de overheid de suggestie aan de hand een speciale rekenkamer voor bouwzaken op te richten. Goede ervaringen heeft hij met het model opgedaan tijdens de realisatie van een groot project voor TNO Delft in opdracht van het pensioenfonds van Shell. “Je diende als architect te zorgen voor een waterdicht bestek, zonder stelposten. Ik moest meerdere aannemers noemen waarmee ik wilde werken. Vijf namen geloof ik. Shell voegde aan de groep nog een eigen bedrijf toe, waarna uiteindelijk drie aannemers gevraagd werden een offerte te doen. De prijs met een open begroting moest gedeponeerd worden bij de juridische afdeling. Daar werden de offertes beoordeeld, zonder verplichting de goedkoopste te nemen. Na goedkeuring van de rekenkamer ging het plan via de bouwafdeling van het pensioenfonds naar de architect, die vervolgens zijn gang kon gaan. Opzetjes zijn bij deze werkwijze onmogelijk.”

Luchtballonnen

Alvorens bouwers op de pijnbank te leggen, kan de overheid volgens Gerssen het beste beginnen de hand in eigen boezem te steken. Hij is geïrriteerd door het gemak waarmee kleurloze ambtenaren door gebrek aan gewicht hogerop komen. Luchtballonnen! “Hoe minder je doet, des te geringer fouten, dus hoe beter de conduitestaat. Ik heb mensen gezien die helemaal niets konden en toch goede posten kregen. Ze kwamen voor de chef op kantoor, gingen als laatste weg en deden in de tussentijd niets.”

Gerssen tekende kort na de watersnoodramp die in 1953 het zuidwesten van Nederland trof, voor Rijkswaterstaat kaarten van de schade. Sindsdien vraagt hij zich af waarom – blijkbaar in de waan van de dag – werd besloten tot peperdure dammenbouw. “Hardop vertelden ambtenaren dat de kosten niet van belang waren omdat ze tegen de tijd van betalen toch al met pensioen zouden zijn. Op Schouwen-Duiveland moest voor de veiligheid een delingsdijk komen, hoewel de meeste mensen verdronken waren in de snel vollopende kleine polders. Onzinnig!”

De architect windt zich ook nog steeds op over de wijze waarop in de jaren zeventig vijf academische ziekenhuizen uit de grond werden gestampt. “Vijf groepen van drie aannemers kregen het verzoek binnen een bepaalde tijd en voor een zekere prijs een basisontwerp voor de ziekenhuizen te maken. Begroot was een miljard gulden per stuk. Een van de combinaties nodigde me uit om over de schouder mee te kijken. Hoe was het meest efficiënt te bouwen? Al snel kwam ik tot de conclusie dat van het basisplan niets deugde.”

Provinciehuis

Gerssen stelde voor in recordtijd een alternatief uit te werken. Reisde naar Zweden, haalde informatie uit Zuid-Afrika, Californië plus Engeland en ging aan het rekenen. De architect haalde een streep door de noodzakelijk geachte grote kelder, plaatste het klimaatsysteem centraal en regelde luchttoevoer door de kolommen. “Binnen zes weken had ik een prachtig ziekenhuis ontworpen tot en met de bloemetjes in de tuin. De combinatie onder leiding van Ballast Nedam stond achter het complex en wilde bouwen. Inclusief de dikke winst van 10 procent kwamen we uit op een investering van 250 miljoen gulden per ziekenhuis!”

De Rijksgebouwendienst zette een domper op het initiatief. In een tijd dat bouwers wel een steuntje in de rug konden gebruiken, bleek het ziekenhuis te goedkoop. “Directeur Louw van Ballast Nedam vond het maatschappelijk onverantwoordelijk om het ziekenhuis niet aan te bieden. Na de afwijzing heb ik woedend met de telefoon in mijn hand gestaan om premier Den Uyl te bellen. Mijn inmiddels overleden vrouw heeft me weerhouden.”

Als andere voorbeelden van roekeloze geldsmijterij noemt Gerssen in Den Haag de bouw van het stadhuis en het provinciehuis. “Ik behoor tot de vijf architecten die uitgenodigd waren om een ontwerp te maken het nieuwe stadhuis van Den Haag. Al snel bleek dat de Amerikaan Richard Meier moest worden uitverkoren. De anderen waren louter voor de vorm uitgenodigd. Eén grote schijnvertoning. De vakbroeders waren het volstrekt eens dat Koolhaas het beste ontwerp had ingezonden. Een gebouw dat ook nog eens betaalbaar was. Maar nee, de zinnen waren gezet op Meier. Destijds was deze architect niet zo bekend. Hoe kwamen die ambtenaren uitgerekend bij hem terecht? Waarom moesten dure reizen naar Amerika gemaakt worden om zijn werk te bekijken? Ik was vroeg op de hoogte van zijn prestaties en wist vooraf dat de Amerikaan vijf keer zo duur zou zijn. Niemand kon de bouw betaalbaar maken. De onervaren woningbouwer Wilma nam het werk over en heeft daar eufemistisch gezegd bepaald niet veel geld aan verdiend. Wilma is mede door toedoen van Den Haag van het toneel verdwenen.”

Ook van de aanbesteding van het provinciehuis heeft Gerssen een nare smaak overgehouden. Een belletje was al gaan rinkelen toen de uitgenodigde Brits-Amerikaanse inzender (Kohn Pederson Fox) met een uiterst luxe maquette kwam die in geen verhouding stond tot de werkvergoeding vooraf van 40.000 gulden. “Begrijpelijkerwijs was mijn model een stuk eenvoudiger. Desondanks hoorde ik van iedereen dat ik zou gaan winnen. Tot een voorlichter me zei dat mijn plan veel te duur was. “Jouw provinciehuis kost zeker 175 miljoen. Je weet toch dat het budget 125 miljoen is?”, kreeg ik te horen. Als de donder heb ik Twijnstra & Gudde gevraagd om mijn ontwerp door te rekenen. Om te redden wat nog te redden viel. Uitkomst: 85 miljoen gulden! De opdracht lag blijkbaar al bij het Amerikaans/Engelse bureau. Ik heb gelezen dat de kosten zijn opgelopen tot 146 miljoen gulden. Nog steeds wordt over het provinciehuis geprocedeerd.”

‘Je begint met een fles wijn en vervolgens is het einde zoek’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels