nieuws

Kraan op ballen vreemde verschijning in Gronings land

bouwbreed

De ‘Watermaster’ laat zich het best omschrijven als een multifunctioneel baggervaartuig. De witgroene boot is een opvallende verschijning in de Onnerpolder bij Haren waar Van der Es/Knoop Baggerwerken uit Onnen de machine inzet om de watergangen op te schonen. De opdracht komt van waterschap Hunze en Aa. Vier jaar lang werkte de baggeraar aan de opschoningsoperatie.

De Onnerpolder is een weids groengebied van 1300 hectare in de achtertuin van Groningen. Graslandschap, doorkruist met slootjes en vennetjes met hier en daar een boom, bepalen het uitzicht. Normaliter is het stil in de polder op het getjilp van vogels na. Nu verstoort eenronkende motor de rust. Een vreemd vaartuig blijkt de bron. ‘Watermaster’ prijkt er in grote letters op.

Jakob Knoop van baggerbedrijf Van der Es/Knoop zit in de cabine. Geconcentreerd kijkt hij naar de kraangiek voor zich, waaraan gekoppeld een snijkop met baggerpomp. Als een slagroommixer in de lage stand draait de snijkop met dertig omwentelingen per minuut in het baggerslib van de watergang. De gang moet zorgen dat het overtollige water vanuit Onnen door de polder het Zuidlaardermeer kan bereiken. Knoop heeft de waterloop op breedte gebracht en maakt de gang nu schoon door het baggerslib te verwijderen.

“Er staat nu een paar centimeter water, maar de sloot moet een meter diep worden. Eerst heb ik met een harkbak de grofste beplanting op de wal getrokken. De harkbak is vervangen door de snijkop.”

De bediening van de Watermaster oogt simpel. De handles zijn dezelfde als die van een gewone hydraulische kraan. Via nog twee handles drukt Knoop twee van de vier stabilisatoren, die zich aan de zijkant en achter op het schip bevinden, naar beneden. Een lichte schok geeft aan dat de twee bolvormige stabilisatoren de bodem raken. Het schip ligt vast. “Zo kun je onder alle weersomstandigheden werken.”

Rustig drukt Knoop de giek naar beneden en geeft gas. Een zwarte rookpluim komt uit de uitlaat van de 170 pk tellende Volvo Penta-scheepsmotor. De snijkop begint te draaien, het water komt in beroering. Via de baggerpomp zuigt de kop het slib onder vacuüm van de bodem. Met behulp van een slangensysteem wordt het slib naar een spuitlans achter op het vaartuig getransporteerd. Die spuit het slib in een verhouding van 1:1 of 1:2zo’n dertig meter het land op.

Langzaam beweegt Knoop de giek in een boog van 180 graden. De machine heeft een werkbreedte van twaalf meter, zodat hij in één haal vijftig vierkante meter water kan schonen. “Per dag bagger ik ongeveer honderd meter. De capaciteit vande pomp is 400 kuub per uur.”

“Het grote voordeel van de Watermaster is dat je op plaatsen kunt komen waar een kraan of cutterzuiger niet komt. Verder heeft hij een eigen schroefaandrijving en werkt hij zonder draden en lieren; een cutterzuiger niet. Je kunt het vaartuig dus in de buurt van het werk te water laten als je er met de dieplader niet kunt komen”, somt Knoop op. “Ook heb je geen telescoopkraan nodig om het schip te laden of te lossen. Met de giek kun je het in en uit het water trekken. Met de stabilisatoren tilt het zichzelf op het droge, zodat de dieplader er zo onder kan rijden.”

Toch kleeft er ook een nadeel aan het gebruik van de Watermaster met spuitlans. “Regen, sneeuw, ijzel en vorst, vormen geen probleem, maar als het stormt, kun je de bagger niet op het land spuiten. In de meeste gevallen wordt echter met een persleiding gewerkt. De bagger wordt dan in een depot gespoten.

Fins

Hoewel Van der Es/Knoop een Nederlands baggerbedrijf is, werkt het voor het merendeel in het buitenland: Frankrijk, Duitsland, Polen en België. “In Nederland zijn we nog niet zo bekend. Hopelijk komt daar verandering in, want de mogelijkheden met deze machine zijn groot.”

De Watermaster is in 1986 ontwikkeld door een Finse onderneming en in 1990 door Van der Es/Knoop Baggerwerken in Nederland geïntroduceerd. “Maar we hebben de machine zo doorontwikkeld dat zij bijna onze eigen creatie is geworden”, lacht Knoop.

Zo verving men al snel de tandwielpompen door hydraulische plunjepompen. “Die tandwielen draaiden allemaal stuk.” Ook de baggerpomp boven de snijkop is doorontwikkeld. Verder verving de baggeraar de slangen die zorgen voor het slibtransport. “De oorspronkelijke slangen waren te licht. We gebruiken nu slijtvaste leidingen uit de olie-industrie. Die kunnen een druk van 60 bar aan. Dat is erg hoog.” Alle aanpassingen zijn door de fabriek overgenomen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels