nieuws

Gevecht tegen gebrekkig functionerende competitie

bouwbreed

In Denemarken en Zweden is de bouwbranche al diverse jaren een van de uitgesproken zorgenkindjes van de mededingingsautoriteiten. Het prijsniveau ligt aanzienlijk hoger dan in de rest van Europa; naar schatting 10 procent in de bedrijfs- en kantorenbouw en 25 procent in de woningbouw, zo is van overheidszijde vastgesteld.

Beschuldigingen van kartelvorming en geruchten daaromtrent zijn met name in Denemarken niet van de lucht. Laatstelijk werd het landelijk dekkende prijskartel van de elektro-installatiebranche opgerold, eerder al bleken Deense fabrikanten van stadsverwarmingsbuizen in Europa de toon aan te geven met illegale prijsafspraken en momenteel is de mededingingsautoriteit bezig met een onderzoek naar de asfaltbranche.

De rapporten omtrent de gang van zaken in de bouwwereld hebben zich de afgelopen jaren snel vermenigvuldigd. Als resultaat daarvan is door de Deense regering een speciale bouwpolitieke Task Force ingesteld, die de opdracht heeft om de problemen direct te signaleren en ter plekke met oplossingen te komen.

Hoofdoorzaken van het hoge prijsniveau zijn volgens de rapporten: de structuur van de bouwbranche (met slechts een handjevol grote dominerende bedrijven, terwijl de kleine aannemers elkaar eerder als collega’s beschouwen dan als concurrenten), een sterke concentratie in de materialenbranche, zwakke bouwheren en een tot dusver tegen alle bedoeling in uitblijvende internationale harmonisering van de standaards.

Wet

Tegen dat laatste gaan vooral de Zweedse kartelautoriteiten te keer. Deze signaleren echter ook gebrekkigheden op het gebied van de planologische wetgeving, woningbouwsubsidies en vestigingsvergunningen. Bouwwerkgeversorganisatie Sveriges Byggindustrier probeert de betrouwbaarheidsreputatie van de branche hoog te houden met een ethisch reglement voor opdrachtgevers en uitvoerders. Klachten kunnen ingediend worden bij een ethische raad, waarvan de uitspraken worden gepubliceerd in het branchemaandblad.

Een van de zaken waarvan men in Denemarken van overheidszijde het een en ander verwacht is de nieuwe wet op de aanbesteding, die per 1 september van dit jaar van kracht is geworden.

In feite betekent de nieuwe wet dat er in grote lijnen van regulering van de aanbesteding helemaal geen sprake meer is, althans als het gaat om private opdrachtgevers en aannemers. Voorheen mochten slechts twee offertes per klus worden gevraagd, nu is dat helemaal vrijgegeven. De totale regelloosheid geldt echter niet voor de overheidssector, waar men vooraf dient te kiezen voor een aanbesteding met gunning op basis van ‘de economisch meest voordelige’ inschrijving of gunning op basis van ‘de laagste prijs.’ Als wordt geopteerd voor het eerste mag voor de eigenlijke gunning nog worden onderhandeld met de inschrijvers.

Averechts

Bouwwerkgeversorganisatie BYG snapt niets van dit onderscheid. “Onlogisch”, noemt deze dit onderscheid tussen private opdrachtgevers en overheidsbouwheren. “In de praktijk wordt hiermee de geveluitbouw van de heer Hansen gelijkgesteld met een kantoorbouwproject van een pensioenfonds terwijl de bouw voor de publieke sector nog steeds apart wordt gereguleerd.”

Los daarvan verwacht de aannemerij allesbehalve lagere prijzen van de versoepeling. “Het effect kan gemakkelijk averechts zijn, namelijk een verschraling van de concurrentie. Alleen de grote bedrijven hebben straks nog de middelen om een offerte in te dienen”, zo foetert BYG.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels