nieuws

Gemeenteraad Leeuwarden straks letterlijk ‘gekelderd’

bouwbreed

Het souterrain van het stadhuis in Leeuwarden is overkluisd met kruisgewelven op graten met zuiltjes midden in de ruimte. De kelder is dan ook nog de enige plaats waar de resten van het woonhuis van de familie Auckama huis te zien zijn. Na de restauratie zullen de kelders als spreek- en vergaderruimten moeten kunnen functioneren. Maar daarvoor moet de vloer tegelijk met het aanbrengen van de nieuwe funderingsplaat wel flink worden verlaagd.

Hemmo Groen van GPM uit Winschoten die als bouwmanager optreedt, verwacht dat de werkzaamheden niet razend ingewikkeld maar wel arbeidsintensief zullen zijn.

“De funderingstechnieken die we willen toepassen, zijn bekend en voor een modern innovatief bedrijf ook hier toepasbaar. Maar het is wel een uiterst bewerkelijke klus. Het funderingsplan is eigenlijk een grote lappendeken dat stukje bij beetje wordt aangepakt. Het is werken op kleine oppervlakten. Soms op de vierkante meter. Bovendien zullen de constructie en zetting voortdurend moeten worden gemonitord. We verwachten dat bedrijven het project als een uitdaging zien en mede om die reden straks in willen schrijven.”

Aannemers

De selectie van aannemers moet overigens nog plaatshebben. De gemeente Leeuwarden wil eerst kwalitatieve criteria aanleggen op grond waarvan een voorselectie van gespecialiseerde bedrijven kan worden gemaakt om vervolgens conform de geldende regels uit te besteden. Een flink deel van het budget dat voor het civiele werk beschikbaar is, moet worden besteed aan maatregelen om verdere verzakkingen van de gebouwen tegen te gaan.

Momenteel staan de keldervloeren in het stadhuis op sommige plekken bol van de grondspan-ning. In het funderingsplan voor het aanbrengen van de betonnen funderingsplaat, is het hele souterrain verdeeld in kleinere en grotere vlakken die per vlak worden aangepakt. Deel voor deel ontstaat aldus de fundering. De keldervloer wordt tot een diepte van ongeveer een meter afgegraven waarna vervolgens een deel van de funderingsplaat wordt gestort. Uiteindelijk komt de plaat op ongeveer 3.5 meter onder het maaiveld te liggen.

De vloer ligt na de renovatie ongeveer dertig centimeter lager dan nu het geval is. Daarmee krijgt de kelder voldoende stahoogte om later als vergader- en spreekruimte te fungeren. Tegelijk met het aanbrengen van de funderingsplaat worden ook enkele constructief belangrijke muren van het stadhuis met behulp van grondtechnieken gestabiliseerd.

Zettingen

De rijksgebouwendienst DO&T is als architectenbureau betrokken bij de restauratie.Volgens DO&T was het uitgraven tot een grotere diepte dan het aanlegniveau van de fundering sterk af te raden. Het verdiepen van de bestaande fundering zou namelijk aanzienlijke zettingen veroorzaken. In dat geval wordt de bovenbelasting overgedragen op lagen die daardoor weer meer worden belast en in de aanwezige grondslag zou dat tot belangrijke vervormingen leiden.

Een nieuwe kelder is wel mogelijk onder de raadszaal. De raadszaal is gehuisvest in het aangrenzende gebouw en springt ten opzichte van de rooilijn tien meter terug. Daar waar het gebouw terugwijkt, is een voorplein met een ‘gemetseld tapijt’ aangelegd.

Onder dit plein wordt eveneens een kelder gemaakt die aansluit op de nieuwe kelder onder de raadszaal. Door de vloer van de raadszaal worden eerst nieuwe funderingspalen aangebracht (ditmaal wel tot de vereiste diepte). Hierop wordt een nieuwe vloer gestort waardoor de raadszaal tijdelijk op een betonnen tafel komt te rusten. Hieronder kan de nieuwe kelder komen. Een groot deel van de palen onder de raadszaal worden dan weer verwijderd.

De nieuwe kelder onder het voorplein wordt overigens ingericht om ook te kunnen functioneren als crisisruimte bij calamiteiten. De kelder krijgt een aparte energievoorziening, met een eigen bekabelingssysteem en communicatiemiddelen

Met het aanbrengen van een nieuwe fundering is ook de eerste fase van de restauratie afgerond.

“Daarna worden de ruimtes in het stadhuiscomplex één voor één aangepakt en zo mogelijk in de oorspronkelijk staat teruggebracht”, aldus Groen. “We streven ernaar om aan de huidige gebruikerseisen te voldoen met slimme aanpassingen. Zo wordt het stadhuis klimatologisch geconditioneerd. Alle leidingsystemen worden vernieuwd en als het maar even kan, zullen die in bestaande schachten, schoorstenen en tussen de dubbele plafonds komen te lopen.”

Schilderingen

Lang niet het hele budget wordt overigens besteed aan bouwtechnisch herstel en bouwkundige en technische aanpassingen. Een behoorlijk deel is gereserveerd voor restauratie van plafondschilderingen, gobelins en monumentale afwerkingen.

Aan de achterzijde van het gebouw wordt een nieuw trappenhuis gebouwd. De centrale ingang wordt verplaatst naar de zijkant. De huidige entree aan het Raadhuisplein zal alleen nog worden gebruik voor officiële ontvangsten. Eind 2003 wil het Leeuwardens gemeentebestuur de renovatie voltooid hebben.

In recordtempo opgetrokken

Het stadhuis in Leeuwarden is gebouwd op de fundamenten van de Auckamastins, die in de 17de eeuw in gebruik was als stadhuis. Het gebouw had echter weinig ‘uitstraling’. Toentertijd hadden de meeste andere Friese steden al een speciaal gebouw voor het gemeentebestuur.

In de zomer van 1713 werd besloten tot algehele nieuwbouw. Twee jaar later begon het werk dat vervolgens in recordtempo werd gebouwd. Op 1 april 1715 legde prins Willem Karel Hendrik Friso de eerste steen en de eerste raadsvergadering vond al binnen een jaar plaats. Het zou overigens nog tot 1724 duren voordat het pand van bouwmeester Claas Bockes Balk helemaal af was.

Restauratie stadhuis Leeuwarden

Geraamde kosten (incl. installaties) 15 miljoen gulden (incl. btw)

Opdrachtgever Gemeente Leeuwarden

Projectmanagement GPM, Winschoten H.J.Groen

Architectuur en restauratie Rijksgebouwendienst DO&T, Den Haag ir. R.M.I.F. van Rosmalen

Constructieadviesbureau Rijksgebouwendienst DO&T, Den Haag

Bouwhistorisch onderzoek Bureau Kamphuis, Delft

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels