nieuws

Verzekeren milieuschade blijft knelpunt

bouwbreed

De nieuwste voorstellen voor een richtlijn milieuaansprakelijkheid zijn een verbetering ten opzichte van het Witboek erover. Toch zitten er nog steeds punten in die de bouw zorgen baren al blijkt de Europese Commissie zich eerdere kritieken aangetrokken te hebben.

In zijn algemeenheid juicht de Internationale Federatie van Bouwondernemers (FIEC) de nieuwe voorstellen van de Commissie toe. “Zij zijn zowel een vereenvoudiging als een verbetering ten opzichte van Witboek. In het bijzonder het laten vallen van begrippen als verontreiniging uit het verleden en gevaarlijk of potentieel gevaarlijk is een goede zaak”, schrijft de FIEC in een commentaar op de nieuwe voorstellen voor milieuaansprakelijkheid.

Dit houdt echter geenszins in dat de bouw staat te springen bij de voorstellen. Zo is nog steeds niet duidelijk welke bouwactiviteiten onder de richtlijn komen te vallen. Daarbij speelt onder meer dat eventuele milieuschade niet zozeer het gevolg is van de bouwactiviteiten maar van beslissingen in de ruimtelijke ordening. Dit geldt dan vooral voor schade aan biodiversiteit.

Dat was voor het EG-Beraad van de Bouw dan ook de reden vorig je te bepleiten biodiversiteit buiten de richtlijn te houden. Dat is in de nieuwe voorstellen echter niet gebeurd.

De FIEC voegt daaraan toe dat evenmin duidelijk is wat bedoeld wordt met de term ‘operator’ als de natuurlijke of rechtspersoon die de activiteit onder controle zou hebben. Dat zou toch nauwelijks de uitvoerende bouw kunnen zijn zolang die zich houdt aan nationale wet- en regelgeving voor bouwmaterialen en -processen en eisen van de opdrachtgever.

Rechter

Een levensgroot knelpunt, aangestipt door het EG-Beraad is evenmin opgehelderd in de nieuwe voorstellen. En dat betreft de verzekerbaarheid van milieuschade. Zolang daar geen helderheid over is, voelt de bouw absoluut niet voor welke milieuaansprakelijkheid dan ook. De verzekerbaarheid is te regelen, als er maar goede, kwantificeerbare definities van schade zijn. Dan zal een beetje actuaris in staat zijn premies te berekenen, al zullen die ongetwijfeld hoog zijn.

De Nederlandse overheid is evenmin te spreken over de voorstellen. Die hikt vooral aan tegen de rol van de overheid in het geval er geen verhaal mogelijk is op de veroorzaker van de milieuschade. Dat schade aan overheidseigendommen zelf betaald moet worden, is nog tot daaraan toe, maar dat ook doen aan privé-eigendommen gaat het rijk te ver.

Dat de gang naar de rechter door belanghebbenden, meestal milieu- of natuurgroepen beperkt wordt, kan evenmin de goedkeuring van Nederland wegdragen. In Nederland bestaat nu eenmaal die rechtstreekse toegang tot de rechter, dus moet die ook in de richtlijn.

De bouw is daar overigens minder van gecharmeerd. Daarbij gaat het vooral om de publicitaire kracht die milieu-organisaties kunnen ontwikkelen. In de ogen van de publieke opinie is een bedrijf dan al veroordeeld nog voordat de rechter het dossier gezien heeft.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels