nieuws

Schildersziekte jarenlang onderschat

bouwbreed

Er moet snel een instituut komen om standaardvergoedingen te regelen voor slachtoffers van de schildersziekte, OPS. Die noodkreet uitte de Vereniging OPS bij de viering van haar tienjarig bestaan. Voorzitter Toon Schrijver maakt de balans op van een decennium strijd voor een onbegrepen ziekte.

Persoonlijkheidsveranderingen, geheugenverlies, vermoeidheidsverschijnselen. Het organo psychosyndroom, waarbij het centrale zenuwstelsel is aangetast, staat in de volksmond bekend als de schildersziekte. Oorzaak is het langdurig gebruik van oplos- en bestrijdingsmiddelen. Slachtoffers zijn vooral te vinden onder schilders, werknemers in de chemische en grafische industrie, bij autoschadeherstelbedrijven en in de landbouw. De Vereniging OPS, die zich inzet voor de belangen van de slachtoffers, vierde vorige week zaterdag haar tweede lustrum.

Stroomversnelling

“Het grootste succes dat we bereikt hebben is de her- en erkenning van OPS. Jarenlang hebben de OPS-slachtoffers als roependen in de woestijn gewezen op de gevaren van oplosmiddelrijke producten. Met de oprichting van de vereniging is alles in een stroomversnelling terecht gekomen. De eenstemmige opdracht van de Tweede Kamer aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om waar mogelijk voor deze producten een vervangingsplicht in te stellen”, ziet voorzitter Schrijver als een van de hoogtepunten.

Net als de solvent-teams die in 1997 in het leven zijn geroepen. “Solvent staat voor organisch oplosmiddel”, vervolgt hij. “De teams bestaan uit een neuropsycholoog, bedrijfsarts, arbeidshygiënist en een neuroloog, soms aangevuld met een toxicoloog en een psycholoog. Zij stellen de diagnose: wel of geen OPS.” Maar ook het verbod van oplosmiddelrijke producten bij binnenwerk door schilders, woningstoffeerders, grafici en de autoschadeherstellers staat bij Schrijver in het geheugen gegrift.

Confronterend

Blunders zijn er in die tien jaar ook gemaakt. In het begin zaten bijvoorbeeld alleen OPS-patiënten in het bestuur van de vereniging. Dat was volgens Schrijver ‘niet fair’ en voor die patiënten zelf te hard. “Het had organisatorische problemen tot gevolg omdat bijvoorbeeld afspraken door de ziekte werden vergeten. Dat leidde bijna tot een faillissement. Het bestuur bestaat nu nog maar voor de helft uit patiënten. Aan de andere kant,” nuanceert Schrijver, “vestigde de vereniging meteen de aandacht op zich met confronterende beelden van bestuurders die meer weg hadden van Alzheimerpatiënten dan van de jonge vaklieden die ze eigenlijk waren.”

Over de rol van de politiek in de erkenning van OPS heeft Schrijver gemengde gevoelens. “De overheid heeft het gebruik van bepaalde stoffen veel te lang toegelaten. De gevaren waren al jaren bekend. Daarnaast hebben sommige partijen ons wel gesteund en geholpen door keer op keer moties in te dienen. SP, GroenLinks, D’66 en de PvdA verdienen wat dat betreft alle lof.”

Schrijver pleit, samen met FNV-voorzitter Lodewijk de Waal voor een OPS-instituut, in navolging van het Asbest-instituut.

“Je kunt de gevolgen van asbest vergelijken met die van OPS. Na blootstelling gaan er jaren overheen voor de eerste symptomen zich manifesteren. Werkgevers, industrie en overheid moeten het instituut financieren en met de slachtoffers standaardvergoedingen overeenkomen. Zo kunnen ze iets terugdoen voor de slachtoffers. Dat maakt een einde aan de dubbele lijdensweg; de ziekte zelf en alle problemen die erbij komen door allerhande vergoedingsprocedures.”

“Ook voor werkgevers zou zo’n instituut van belang zijn”, vindt Schrijver. “Een collectieve standaardvergoeding is een stuk overzichtelijker dan de gigantische stroom procedures die ze nu op zich af zien komen.”

Verder vindt Schrijver dat slachtoffers die individueel een schadevergoedingsprocedure beginnen dat mogen blijven doen, maar dan kunnen ze niet profiteren uit het fonds. “Het is óf het ene, óf het andere,” licht hij toe. “Van twee walletjes eten is er niet bij.”

Waar Schrijver zich zorgen om maakt zijn de WAO-ontwikkelingen. Plannen om mensen die 45 procent of minder arbeidsongeschikt zijn of psychische klachten hebben, uit de WAO te houden, zijn voor (toekomstige) OPS-slachtoffers rampzalig. “Veel van de slachtoffers vallen in deze groep en krijgen dan nog meer problemen. We moeten ons ervoor inspannen dat personen met een beroepsziekte een WAO-uitkering houden.

Ook heeft hij zijn bedenkingen over de rol van werkgeversvertegenwoordigers bij het tot stand komen van arbeidsconvenanten. “Zij traineren de zaak door bepaalde producten niet uit te bannen en extra, vertragende onderzoeken te eisen. Daardoor komen er meer slachtoffers bij.” Hoge reiskosten voor de patiënten om bij de solvent-teams te komen vormt volgens Schrijver nog zo’n probleem dat moet snel moet worden opgelost.

Oplosmiddel

Subsidiëring van de kosten is noodzakelijk. Verder is er uitgebreid onderzoek nodig naar andere gevolgen van oplosmiddelrijke producten, zoals kanker, menstruatieproblemen bij vrouwen, zwak zaad bij mannen en leerproblemen bij kinderen.

Met een scheef oog kijkt Schrijver naar Scandinavië, waar ze met de aanpak van de OPS-problematiek al veel verder zijn. Zo ver zelfs dat de solvent-teams, bij gebrek aan patiënten, al bijna kunnen worden opgeheven. “Daar moeten we in Nederland ook naartoe.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels