nieuws

Druppelvorm geeft windverband meer smoel

bouwbreed Premium

Willems Constructiebedrijf presenteert tijdens de Staalbouwdag een druppelvormig knooppunt voor windverbanden. Het is een gestileerd alternatief voor het oude anker van het bedrijf. Niet alle mogelijkheden die tijdens het ontwikkelingstraject bovenkwamen zijn echter uitgebuit.

Elke bouwer die wel eens met staal werkt, kent het Willemsanker. Het is een veel toegepast windverband, dat staalconstructies de noodzakelijke stabiliteit verleent. Het heeft een plekje gekregen in veel ontwerpsoftware van constructeurs, zodat het Willemsanker via een simpele muisklik in menig bestek terechtkomt. Toen de concurrent een paar jaar terug met een gestileerde versie op de markt kwam, kon Willems niet achterblijven. Want de omzet van de windverbanden groeide in de afgelopen tien jaar van 75.000 gulden naar zo’n 2,5 miljoen gulden.

Via via kwam Willems in contact met Verburg Hoogendijk Architecten die met de overdekte voetgangersbrug bij de Amsterdam Arena net de Nationale Staalprijs hadden gewonnen. De Amsterdamse architecten hadden een slimme gietstalen knoop bedacht, waardoor de windverbanden van hun kokervormige constructie elkaar niet raakten en ook niet konden klapperen.

Voor Willems kwamen de architecten al snel uit bij een druppelvormige gaffel die aan de flanken is afgeplat. Het zó berekenen dat de druppel netjes op de stang aansluit in plaats van abrupt afbreekt, vergde het nodige gepuzzel. Maar uiteindelijk voldeed alles aan de esthetische en constructieve eisen en kwam het product door de certificering.

Slimmer

Verburg Hoogendijk Architecten gingen echter nog een stap verder. Want fraai gestileerde gaffels zijn er volop; het moest vooral ook een slimmere gaffel worden. Om de stelmogelijkheden van de gebruikelijke gaffels te vergroten, stelden ze een soort bus voor die in de gaffel draait en waarin op zijn beurt het draadeind van de trekstang draait.

Dat verdubbelt niet alleen de stelmogelijkheden van een anker; dezelfde gaffel is bovendien geschikt voor de boven- en onderkant. Aparte links- en rechtsdraaiende gaffels zijn niet nodig. Ook hoeft niet de hele stang te draaien om de zaak op spanning te brengen, maar is het voldoende als alleen de stelbus in beweging komt.

Dat plan bleek echter vooralsnog een brug te ver, want het product dat Willems op de Staalbouwdag lanceert, is niet uitgerust met die stelbus. Het gieten en certificeren daarvan is volgens projectleider T. Jansen van Willems net zo duur als het maken van een gaffel met een andere schroefdraad. Gaffel plus stelbus zouden een tweemaal zo duur product opleveren en dat durfde Willems niet in de markt te zetten. De druppelgaffel is al zo’n 30 procent duurder dan zijn voorganger. Jansen wil eerst kijken hoe de markt daarop reageert. Er is net een partij van 1500 gaffels gearriveerd. Gegoten in China, omdat Europese gieterijen alleen bij enorme oplagen kunnen concurreren.

Gemiste kans

Architect R. Hoogendijk reageert teleurgesteld op het nieuws. Het is volgens hem een gemiste kans om dit ambachtelijke product nu eens een flinke sprong voorwaarts te laten maken. Temeer omdat zijn anker een heel simpele mogelijkheid bood om te controleren of er wel voldoende draadeind in de gaffel steekt. Dat is immers cruciaal voor de sterkte van een windverband. Bij de gaffel met stelbus is het mis, zodra de schroefdraad in zicht is. Terwijl de controle van het oude Willemsanker volgens Hoogendijk veel gepruts met zich meebrengt. “Dan moet iemand met een soort tandenstoker controleren of er wel voldoende draad in de gaffel steekt. Vaak balancerend op een ladder of leunend uit het bakje van een hoogwerker. En als het niet goed is, moet de gaffel worden uitgenomen, opnieuw ingesteld en moeten ze helemaal opnieuw beginnen.”

Maar dat gehannes zal dus nog wel even de praktijk blijven, vreest Hoogendijk. Hij legt de schuld bij de terreur van de prestatiebestekken, die innovaties bepaald niet in de hand werken. Jansen sluit niet uit dat constructiebedrijf Willems in de toekomst nog de geavanceerde variant in productie neemt. Hij onderkent ook de superioriteit van dat anker. Maar voorlopig wordt de markt verkend met de eenvoudiger variant in de maat M20, de meest gebruikte maat voor zichtwerk als luifels en glazen gevelconstructies. En dat stellen is volgens Jansen bovendien niet zo’n probleem. “De windverbanden worden voorbereid in de fabriek en met de gaffels gemonteerd op de hart-op-hart afstanden van de tekeningen. Zo worden ze direct op de bouwplaats afgeleverd. Het is een kwestie van de gaffels plaatsen, borgbout erdoor en klaar is Kees.”

‘Het gehannes bij het stellen van ankers blijft in de praktijk nog wel even’

Het druppelvormige anker, dat op de Staalbouwdag wordt gepresenteerd.

Hetzelfde product mét stelbus, te duur en daardoor voorlopig nog niet op de markt.

Reageer op dit artikel