nieuws

De HAM 318 is bijna klaar voor het grote werk

bouwbreed Premium

De loods van Van der Giessen De Noord onttrekt het schip aan het zicht. Pas als je erbij staat, zie je hoe groot de HAM 318 is. Het nieuwe vlaggenschip van de baggeraar, een jumbosleephopperzuiger met een beuninhoud van 23.000 kuub, ligt nog bij de werf voor de laatste klusjes voordat hij aan het grote werk mag beginnen.

Scheepstimmerlieden zijn nog bezig met het ophangen van kastjes. De stuurstoelen op de immense brug worden gemonteerd, evenals de stoelen voor de surveyors. De brug met zijn 360 graden uitzicht heeft wel wat weg van een computerlokaal. Met de kapitein als gids wordt een rondje over het schip gemaakt.

Staande bij de beun dreunt hij de nodige technische gegevens op: lengte, gewicht, capaciteit van de pompen die straks in Singapore zand gaan spuiten. “Ach je kunt het ook allemaal even opzoeken”, zegt hij na een tiental gegevens uit zijn hoofd te hebben gespuid.

We gaan aan de voorkant van het schip aan stuurboord naar beneden. Een batterij computerkasten die in een middelgroot kantoor niet zou misstaan, glimt ons tegemoet. “Hier liggen de nodige kilometers kabel”, zegt de kapitein.

We lopen naar achteren. Het dreunende geluid van twee diesels komt ons tegemoet. De hoofdwerktuigkundige bekijkt het allemaal eens goed met zijn maten. Waarom geen turbines, die maken minder herrie, vraagt een argeloze toeschouwer zich af. “Ik wil ze horen stampen”, is het antwoord. De waarheid zal wel de grootte en de prijs van turbines zijn.

In een kleinere ruimte ernaast staat nog een diesel. “Dat is een hulpmotor. Die is overigens groter dan de hoofdmotor van de HAM 314”, weet de kapitein.

We komen in het dekhuis, bij de verblijven van de bemanning. De kapiteinshut heeft meer weg van een kantoor. Een bureau met computer en voldoende kastruimte om alles keurig in op te bergen. Ertegenover is een luxe lounge, uitkijkend over het dek. “Die is voor de directeur. Zal dus wel niet vaak worden gebruikt”, zegt de kapitein.

In een grote kantoorruimte vlakbij is het druk. Kasten staan nog op de grond. De kapitein wordt telkens aangeschoten met vragen waar wat moet. Het is even gepuzzel, maar aan de lange wand blijken gelukkig wel drie kasten te kunnen worden opgehangen. “Daar hebben we altijd tekort aan.”

We lopen door naar het kombuis. Het is een voornamelijk roestvrijstalen keuken waar menig horecahouder jaloers op zou zijn. Ook hier staat nog het nodige opgestapeld dat moet worden opgeborgen. In de victualieruimte staan de nodige spijzen en dranken opgeslagen. “Daar komen we wel een weekje mee door”, wordt geschat.

Brug

Het prototype van een kok blijkt ook de kok te zijn. “Ik heb wat bokkenpoten en tompoezen besteld voor morgen”, zegt hij. Morgen wil zeggen een proefvaart, dus het is even aanpoten. Herrie op de kade doet ons naar buiten snellen. Een pallet met onder meer de tompoezen blijkt gevallen te zijn. “Dat hebben ze expres gedaan”, zegt de kapitein wijzend op het walpersoneel dat inmiddels een aantal aan het verorberen is.

De brug boven is een verzameling van computerschermen, joysticks, meters en een hoop ruimte. Er wordt druk gewerkt. “We gaan morgen een proefvaart maken. Daarna gaan we eerst hier nog een proefstukje baggeren en dan snel naar Singapore”, vertelt de kapitein.

We gaan nog verder naar boven, bovenop de brug waar veel antennes staan. “We hebben twee keer per dag e-mailcontact met het kantoor.” Daarvoor alleen al heb je de juiste antenne nodig. Maar ook voor radiocommunicatie en voor de satellietnavigatie staan er de nodige.

De kapitein laat het nauwelijks blijken, maar hij is trots op het schip en zou het liefst vandaag al weg willen. Eenmaal op karwei, is het de regelmaat van zes weken op, zes weken af. Komende van de grote handelsvaart, heeft hij daar geen moeite mee. “Ik ga het liefst zo snel mogelijk weg. Elk keer weer wordt er momenteel personeel bij me weggehaald voor kleine klusjes. Je moet maar afwachten of je ze weer terugkrijgt.”

Want het gebrek aan personeel is ook in deze sector groot. Vooral maritieme officieren en surveyors dreigen schaars te worden. “Dat is jammer, het is een mooie bedrijfstak. Heel anders dan de handelsvaart. Ook de mensen die er werken, zijn anders. Maar het is mooi volk.” Bij het afscheid zegt hij: “Schrijf wel een mooi stukkie. Misschien komen er dan weer meer jongeren bij ons werken.”

De HAM 318, op weg van Krimpen aan de IJssel naar de Botlek, passeert de Erasmusbrug in Rotterdam.

Reageer op dit artikel