nieuws

Constructeurs streven naar financiële reserve

bouwbreed Premium

Een taakgroep van het Constructeursplatform heeft de beloning van een aantal ingenieursbureaus onderzocht. Het resultaat is een formule, die mogelijk als richtlijn voor het honorarium kan gaan dienen. Een andere taakgroep werkt aan de vernieuwing van de juridische basis voor opdrachten.

Dat is de uitkomst van de bijeenkomst van het Constructeursplatform in congrescentrum Papendal in Arnhem. Het Constructeursplatform is een initiatief van de Betonvereniging, gesteund door de ONRI, de vereniging Bouwen met Staal en het Centraal Overleg Bouwconstructies.

Het platform wil de positie en het imago van constructeurs in de markt verbeteren. Dat moet gebeuren door verhoging van de kwaliteit van de dienstverlening en door stimulering van het zelfbewustzijn van de beroepsgroep. Bovendien tracht het Constructeursplatform de gezamenlijke belangen te behartigen door de regelgeving en contractvoorwaarden aan te scherpen.

De pas verschenen RVOI 2001 regelt de voorwaarden en honoraria voor constructeurs. In de praktijk blijkt de beloning echter vrijwel altijd lager te zijn dan volgens deze regeling. De verschillen tussen de werkelijke contractprijzen zijn groot, terwijl de opdrachtgevers de indruk kunnen hebben dat ze dezelfde dienstverlening ontvangen. Dat is vaak niet het geval.

Volgens het Constructeursplatform is deze situatie niet gunstig voor het imago van de beroepsgroep. Een deel van de oplossing kan een richtlijn zijn voor een redelijke beloning.

Een taakgroep onder leiding van ing. H. Zinnemers van Cumae projectmanagament en ingenieurs legde op basis van nacalculaties een verband tussen de bouwsom van de constructie, het soort project, de moeilijkheidsgraad en de looptijd. Daaruit kwam een formule, die deel kan uitmaken van een nieuwe richtlijn voor de honoraria van constructeurs.

Honorarium

Zinnemers liet een grafiek zien die een redelijke beloning voor het constructeurswerk weergeeft. Het honorarium zou ruim 9 procent moeten zijn bij een project met een constructieve bouwsom van een miljoen gulden, en ruim 5 procent bij een project met een constructieve bouwsom van tien miljoen gulden. Een groot deel van de kosten bestaat uit overleg. Bij een korte looptijd blijven die kosten beperkt.

De taakgroep deed ook een voorstel voor de verdeling van het honorarium over de verschillende fasen van het bouwproces. De ontwerp- en bestekfase zou 65 procent moeten zijn (RVOI gaat uit van 55 procent) en 35 procent voor detaillering, directie en oplevering (RVOI: 45 procent) Op die manier kunnen constructeurs in een vroege fase enige financiële reserve opbouwen. Dat blijkt nodig, omdat betalingstermijnen dikwijls worden overschreden.

Het voorstel van de taakgroep moet gezien worden als een advies, merkte een constructeur uit de zaal op. Het kan geen richtlijn zijn waaraan de leden van het Constructeursplatform zich moeten houden. Dat kan in strijd zijn met de mededingingswet.

Niet alleen voor wat betreft de honoraria staat de RVOI op de helling. Ir. R. Hoogenboom van Aronsohn Raadgevende Ingenieurs maakt deel uit van de stuurgroep ‘De Nieuwe Regeling’ (DNR). Hij legde uit dat BNA en ONRI naar een regeling toe willen voor alle adviseurs in de bouw, zoals architecten, constructeurs, projectmanagers en bouwfysici. Dat zou een groot voordeel zijn voor de opdrachtgevers. De Nieuwe Regeling zou in 2002 al de plaats moeten innemen van de SR (voor architecten) en de RVOI (voor constructeurs).

Reageer op dit artikel