nieuws

Sint Jan na restauratie weervast

bouwbreed

Het behoud van de cultuurhistorische en architectonische waarde van de Sint Jan in Den Bosch is een kostbare zaak. De restauratie van de kathedrale basiliek, die tussen 1380 en 1530 in gotische stijl werd opgetrokken, kost zeventig miljoen gulden. Aanvankelijk was de opknapbeurt begroot op 25 miljoen gulden. Omdat het verval van de Sint Jan groter blijkt dan gedacht, is inmiddels een veelvoud van dat bedrag becijferd.

Om de aftakeling tegen te gaan, wordt op advies van de Stuurgroep Restauratie Sint Jan besloten de restauratie grondiger aan te pakken dan oorspronkelijk de bedoeling is. Het lijkt de stuurgroep beter nu hogere investeringen te plegen – zodat de basiliek pas over een halve eeuw weer onder handen hoeft te worden genomen – dan minder geld uit te trekken en over twee decennia opnieuw te moeten restaureren. De verwachting is dat het Rijk via de ‘kanjerregeling’ 49 miljoen gulden van de projectfinanciering voor zijn rekening neemt. De parochie moet 14 miljoen ophoesten, terwijl gemeente en provincie elk 3,5 miljoen betalen.

Voornaamste oorzaak van de kostenstijging is het gebruik bij een eerdere restauratie van een slechte kwaliteit natuursteen, de Ettringer tufsteen, in het beeldhouwwerk. Beelden van die steensoort blijken erg gevoelig voor wisselende weersomstandigheden: zij verweren.

Verwering

De grootste problemen voor de Sint Jan doen zich voor bij de kooromgang. “Daar bevinden zich werken, waaraan je maar licht hoeft te trekken of er breekt iets af”, schetst projectcoördinator F. Sturm van het gelijknamige architectenbureau uit Roosendaal de destructie. “Regelmatig vallen door verwering stukjes kerk naar beneden. Wij mogen niet accepteren dat deze basiliek verder slijt, omdat we daarmee het risico lopen dat de kwaliteit van de decoratie op den duur onherkenbaar wordt en een stuk geschiedenis verloren gaat.”

Roestvorming van ijzeren elementen die onderdelen van de monumentale kathedraal verbinden, is een andere reden van de kostentoename. De corrosie bij ankers en doken leidt tot uitzetting en veroorzaakt haarscheurtjes, waardoor zandsteenornamenten en -lijsten verpulveren. Vooral de gevels van het noordertransept vallen aan deze afbraakvorm ten prooi. “In de 19de eeuw is smeedijzer gebruikt, dat ontvankelijk is voor roest”, weet Sturm. “Dat hebben wij ontdekt door dat gedeelte vanaf een hoogwerker met een metaaldetector af te tasten. Wij demonteren die gevels blok voor blok, voorzien die losse stenen van RVS-elementen, restaureren en bouwen de boel weer op. Daarmee worden zij gelijk ontdaan van hun ‘huiduitslag’, de verschillende kleuren die zichtbaar zijn door het gebruik van meer natuursteensoorten.”

Om de schade aan het noordertransept zo goed mogelijk in beeld te brengen, worden de gevels minutieus gefotografeerd. De foto’s worden in de computer ingevoerd, waarna op basis van natuursteensoort blokken worden ingetekend. De blokken krijgen nummers. Na demontage wordt per blok vastgesteld wat ermee moet gebeuren.

Kunsthars

Ter voorkoming van het verval van een van Nederlands belangrijkste gotische monumenten worden poreuze elementen van kooromgang en noordertransept behandeld volgens het Ibach-systeem of vervangen door de Zuid-Engelse Portlandstone, een duurzame kalksteen die lijkt op Ledesteen. Dat is een witachtige steensoort uit België, waaruit de Sint Jan ooit is opgebouwd.

“Het Ibach-systeem is een conserveringstechniek waarbij vocht aan de steen wordt onttrokken en de poriën van zo’n blok worden geïmpregneerd met kunsthars. Daardoor neemt de steen geen vocht meer op”, licht Sturm het procédé toe. “Hoewel je aan de buitenkant geen veranderingen ziet, is de steen na toepassing van deze methode weervaster. Nadeel is dat zij duurder uitvalt dan kopiëren. Voordeel is dat de authentieke vorm behouden blijft.”

Mochten onderdelen van de basiliek zich niet voor behandeling lenen, dan worden zij vervangen door de Portlandstone. “De discussie is welke onderdelen het waard zijn te impregneren en welke opnieuw moeten worden gemaakt”, zegt Sturm. “Dat is een financiële kwestie.”

Bijkomend probleem bij het kopiëren van werken is dat Nederland weinig vakmensen telt die het ambacht van steen- en beeldhouwer verstaan.

Sturm: “Bij de restauratie van de gerfkamer in de eerste fase is gebleken dat steenhouwersbedrijf Maarssen te weinig mankracht had. Omdat in Nederland maar enkele van zulke ondernemingen bestaan, participeert Maarssen nu met Petrumus uit Heusden in de vof Sint Jan.”

Handvol

Voor het beeldhouwwerk is een bijzondere deal gemaakt met beelhouwersatelier Ton Mooy uit Amersfoort, volgens Sturm het enige bedrijf dat het restauratieproject aan kan. “Er is slechts een handvol mensen die dit werk beheersen”, weet Sturm. “Mooy kan het tempo aan. Bij de uitbestedingsprocedure is afgesproken dat zij per 2004 de capaciteit via een interne opleiding met 35 procent heeft verhoogd. Anders loopt onze planning gevaar. De restauratie moet eind 2010 gereed zijn.”

Volgens Sturm is het opleiden van steen- en beeldhouwers tijdens het opknappen van de Bossche basiliek een nevendoelstelling. “Voor zulke vaklieden ligt genoeg werk te wachten. Alleen aan de Sint Jan, die voor de rest in voldoende goede staat verkeert, wordt de komende tien jaar behalve de zeventig miljoen voor de kooromgang en het noordertransept tien miljoen uitgetrokken voor onderhoud.”

Om verdere aftakeling van de Sint Jan tegen te gaan, worden geen halve maatregelen genomen. F oto’s: APA/Koos Groenewold

Projectcoördinator F. Sturm: “Wij mogen niet accepteren dat deze basiliek verder slijt.”

Projectgegevens:

Project: Restauratie Sint Jan, tweede fase

Kosten: 70 miljoen gulden (verdeeld over elf fasen)

Opdrachtgever: Kerkbestuur Parochie Binnenstad

‘s-Hertogenbosch

Aannemer: Nico de Bont, Nieuwkuijk

Architect/directie: Sturm Architecten, Roosendaal

Beeldhouwer: Beeldhouwersatelier Ton Mooy, Amersfoort

Steenhouwer: Steenhouwerscombinatie Sint Jan

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels