nieuws

Raadselachtig blad over dialoog tussen architect en ingenieur

bouwbreed Premium

Er heerste wat verwarring donderdagmiddag in de Remonstrantse Kerk aan het Rotterdamse Museumplein. Daar wordt met veel tamtam een nieuw architectuurtijdschrift gelanceerd. Het luistert naar de naam Crossing en gaat over de relatie tussen architect en ingenieur. Een interessant thema met een eeuwigdurende actualiteit. De vraag wie nu het sterkst een stempel drukt op een bouwwerk, de architect of de constructeur, levert altijd weer stof op voor een interessante discussie.

Crossing blijkt een Italiaanse uitgave die helemaal in Nederland ten doop wordt gehouden. Op een steenworp afstand van het Nederlands Architectuurinstituut.

Al bladerend door het blad, dat direct bij de ingang wordt uitgereikt, blijkt dat het al om het tweede nummer gaat. Merkwaardig. Het eerste nummer is in december vorig jaar uitgegeven. Toen is het wel gelanceerd in moederland Italië. Dat het is vormgegeven door de bekende Nederlandse graficus Gert Dumbar is klaarblijkelijk alle aanwezigen ontgaan. Er is ook geen exemplaar van het eerste nummer voorhanden. En wat is toch dat Bticino dat achter de uitgave schuilgaat?

Geen tijd meer voor vragen, want het programma begint. Het is vermoedelijk vooral de aangekondigde lezing van de Duitse architect Frei Otto (1925) die een tiental smaakmakers uit de Nederlandse architectuur naar de Rotterdamse kerk heeft gelokt. Daarvoor zijn ze bereid de obligate praatjes van een onbekende uitgever en dito gastheer te doorstaan.

Oeuvre

In een met veel dia’s geïllustreerd betoog doorloopt de bescheiden Duitser, vooral bekend van het Olympisch Stadion in München, zijn markante oeuvre. Dat wordt beheerst door een niet-aflatende zoektocht naar lichte constructies, die vooral op trek worden belast. Hij put daarbij inspiratie uit de natuur, maar blijkt omgekeerd ook biologen tot inspiratie te dienen en hen heel wat te kunnen leren over de bouw van spinnenwebben, diatomeeën en andere levende constructies. De schaaldaken, tenten, paraplu’s en opblaasconstructies die de revue passeren zijn stuk voor stuk oogstrelend , en een prachtig staaltje ingenieurskunst. Wat er vandaag de dag allemaal gebeurt op dat gebied, blijkt Frei Otto allang te hebben gebouwd, maar dan met materialen die niet kunnen tippen aan de vezelversterkte kunststoffen van vandaag de dag.

Balgstuw

Eind jaren tachtig bouwde hij zelfs een balgstuw in de Rijn. Die was helaas geen lang leven beschoren, doordat de aluminium inklemming bezweek onder invloed van het chemisch agressieve Rijnwater.

In het blad Crossings staan ook dergelijke waterbouwkundige projecten, waar nauwelijks een architect aan te pas lijkt te komen. Bijvoorbeeld de stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg, waar architect Wim Quist met handen en voeten was gebonden aan de voorschriften van de ingenieurs. Maar er staan ook volop projecten in waar de architect wel het laatste woord had. Uit binnen- en buitenland.

Maar wie geeft nu toch dat blad uit en wat willen ze er precies mee? Er zijn immers al zoveel high-brow architectuur bladen? Wat is dat Bticino? Is dat de Italiaanse Wolters Kluwer of Bertelsmann?

Toch even de topman B. Pavesi aanspreken van het Italiaanse bedrijf die in het openingswoord iets murmelde over ‘producent van elektronische artikelen’.

Lichtschakelaars

Bticino blijkt met een omzet van 2,8 miljard euro een gigantische producent van lichtschakelaars, stopcontacten en domoticaproducten. Stuk voor stuk fraai vormgegeven verzekert de topman. Het blad moet een dialoog op gang brengen met toonaangevende architecten. Het Italiaanse gevoel voor design uitdragen.

Crossings smoelt in ieder geval goed. Dat moet gezegd. De toonaangevende ontwerpers die worden ingeschakeld, is dat wel toevertrouwd. En ook met de redacteuren die het colofon vermeldt, kun je als uitgever goed voor de dag komen. Maar is het noodzakelijk om je daarbij als sponsor zo op de achtergrond te houden? Typisch zo’n staaltje onnavolgbare corporate pr waar Italiaanse bedrijven patent op lijken te hebben. En dat je als lezer of bezoeker van de lancering toch voortdurend het gevoel geeft om op je hoede te blijven. Op de achtergrond knaagt steeds de vraag: waarom doen ze dit allemaal, wat moeten ze van me?

Reageer op dit artikel