nieuws

Bussysteem verbetert prestaties mobiele kraan

bouwbreed Premium

Draad, kabel en elektronica krijgen een steeds belangrijker plaats in kranen. Liebherr bijvoorbeeld verbindt daarmee het eigen modulaire bussysteem. Dat maakt de kraanbediening efficiënter en veiliger. Eind vorig jaar stelde de Duitse fabrikant de LI-AS Drive voor met een eigen dieselmotor en een versnellingsbak van ZF.

Een mobiele kraan rijdt daarmee zuiniger, vermindert het milieubederf en krijgt betere rij-eigenschappen. De elektronische componenten van motor, versnelling, de automatische anti-blokkeerinrichting, intarder en welverstroomrem zijn via het bussysteem verbonden.

Een drie-asser verstookt zo’n 50 liter brandstof per 100 kilometer: een vijf- of zesasser al snel 80 tot 100 liter voor dezelfde afstand. De nieuwe versnellingen met droge koppeling verminderen het verbruik met 15 tot 19 procent vergeleken met automatische koppelingen. Op de openbare weg wordt de versnelling automatisch verzet. In het terrein schakelt de machinist zelf. Het systeem vermindert voor het schakelen het toerental van de motor.

Sinds 1997 voorziet Liebherr de boven- en onderwagen van de kranen van een bussysteem. Dat vermindert de hoeveelheid draad en kabel en het aantal aansluitcontacten. Zo verbetert de betrouwbaarheid, mede omdat een diagnosesysteem aangeeft op welk contact zich storing voordoet. In een databank zijn alle mogelijke storingen opgeslagen.

Versnelling

Eind vorig jaar ontwikkelde Liebherr met Zahnradfabrik Friedrichshafen (ZF) onder de noemer LI-AS-Drive een geautomatiseerde versnellingsbak met zestien gangen. Die zet via een zescilinder 367 PK sterke Liebherr Euro-3 dieselmotor de onderwagen van de nieuwe drie-asser LTM 1055/1 aan. Door deze samenwerking krijgt de kraanfabrikant de beschikking over de nieuwe vrachtwagentechnologie.

Van de voorganger LTM 1050 zijn sinds 1994 zo’n 670 exemplaren gebouwd. Dit jaar bouwt Liebherr 130 vernieuwde varianten waarvan er honderd zijn verkocht. De eerste wordt in augustus afgeleverd.

Eén machinist kan de hele kraan bedienen en bijvoorbeeld de machine vanuit de cabine stempelen. Dat laatste kan ook via een bediening aan de zijkant. In dat geval schuiven de stempels alleen uit aan de kant waar de machinist staat. De wet verbiedt ‘blind’ uitschuiven. De kraan zet zich daarbij zelf waterpas. De assen zijn geblokkeerd tot de wielen van de grond komen en zijn paarsgewijs met het raamwerk verbonden via hydraulische cilinders. Die verzorgen in combinatie met de gasdrukhouders onder meer de compensatievering die de asbelasting constant houdt. Ze kunnen ook het frame 150 millimeter naar boven of naar beneden bewegen.

Ballast

De cilinders laten de kraan tevens maximaal 7,5 graden voor- of achterover hellen. Ze kunnen ook worden vergrendeld zodat de machinist met een last kan rijden. In de elektronica zijn vaste programma’s vervat. Als de bestuurder de knop voor rijden op de openbare weg indrukt, schakelt het systeem zich automatisch om naar de bijbehorende vering.

De kraan neemt zelf maximaal

12 ton ballast mee. Twee cilinders achter het kraanhuis nemen het pakket op door middel van een soort sleutelgat-verbinding. Met de volledige ballast aan boord komt de asdruk op 14 ton. In dat geval moet het pakket apart naar de locatie worden gebracht. Eenmaal bedrijfsgereed kan de machinist de mast ook met een aangehaakte last uitschuiven. Dat gebeurt door middel van het ééncilinder Telematik-systeem dat Liebherr aanvankelijk voor de grote(re) kranen gebruikte.

Met deze voorziening blijft de mast leeg wat het hefvermogen ten goede komt. Nadeel is dat de cilinder telkens leeg terugschuift om het volgende segment mee te nemen. Inductieve sensoren registreren of een mastdeel volledig is uitgeschoven waarna een mechaniek de segmenten vergrendelt.

Met ingeschoven mast heft de kraan de maximale 55 ton; volledig uitgeschoven bedraagt de maximale last 10 ton.

Liebherr biedt momenteel een GPS-module voor kranen aan. Die verstuurt storingsmeldingen naar de fabriek waar ze aan de hand van voorgeprogrammeerde mankementen worden geanalyseerd. Kraangebruikers tonen vooralsnog geen overweldigende interesse, ook al functioneert het systeem naar behoren. Daarin zit juist het probleem.

De programmatuur geeft uitsluitsel over de momenten dat de kraan stilstaat en in bedrijf is. In het laatste geval leert Liebherr bijvoorbeeld ook dat de gebruiker een zwaardere last heft dan de kraan eigenlijk aankan. Machinisten voelen zich doorlopend op de vingers gekeken, omdat elke handeling wordt geregistreerd. Met de GPS-module zijn geen forse investeringen gemoeid. Bij een kleinere kraan gaat het om ongeveer 1,5 procent van de totale aanschafkosten. Naarmate de kraangrootte toeneemt, daalt de moduleprijs.

Reageer op dit artikel