nieuws

Zonder gat in het pakhuis geen Jan Schaeferbrug

bouwbreed Premium

De gemeente Amsterdam heeft het met de Jan Schaeferbrug niet goed gedaan. De brug is aanbesteed voordat bekend was wat met het Pakhuis ‘De Zwijger’ zou worden gedaan. Vervelend, want een uiteinde van de brug loopt juist door dit gebouw. Daarom kon de gemeente het ‘gat’ waar de brug door moet niet ter beschikking stellen van de aannemer. De politiek dubt nog over de bestemming van het gebouw, terwijl de aannemerscombinatie stug doorbouwt aan de brug.

De bouw van de brug is er, ondanks een tijdelijke opvangconstructie voor de bovenverdiepingen in het gebouw, niet eenvoudiger op geworden. Tijdens een excursie van de Stichting Bouwen met Staal blijkt dat er inmiddels wel een gat in het gebouw is gemaakt, maar dat daarin niet geheid mag worden. Dat had bouwcombinatie Ballast Nedam/ Hollandia Staalbouw aanvankelijk wel in het plan opgenomen. De tijdelijke constructie kan geen grote trillingen hebben. Dat doet merkwaardig aan in een omgeving waar nog het nodige moet gebeuren. Doordat het gat in het gebouw niet tijdig ter beschikking is gesteld, zit de aannemerscombinatie nu met vertraging. De oplevering staat nu gepland voor september dit jaar. In eerste instantie was dat oktober 2000. Het later opleveren komt Hollandia wel goed uit, maar Ballast Nedam is er niet blij mee.

Hollandia is gewend alles in de fabriek af te bouwen en dan als geheel op de bouwplaats monteren. Dat is hier niet mogelijk. Roosters bijvoorbeeld zijn allemaal anders. De hoofddraagconstructie van de vijf stalen brugdekken bestaat uit twee raamwerkliggers, samengesteld uit kokerprofielen. Doordat de fiets- en voetpaden anders verlopen dan het wegdek, zijn de roosters die de ruimten ertussen vullen ingewikkeld van vorm. Het zijn regelvlakken, waarbij de breedte en de oriëntatie met de lengte verloopt. Bij de fabricage daarvan is vertraging ontstaan. Daarom worden ze nu op de bouwplaats gemonteerd.

Riskant

Bij Hollandia vinden ze dat ze een heel moeilijke brug maken. Directeur Jongejan verzucht dat hij best weer eens een recht-door-zee staalwerk zou willen aannemen. De ingewikkelde werken blijven altijd riskant. Bovendien treden de civiele bouwers meestal op als hoofdaannemers. En die hebben vaak ruim de tijd om een prijs voor het staalwerk aan te vragen. “Er is”, zegt Jongejan, “altijd wel een staalbouwer die erin stapt.”

Voor dit werk kreeg Hollandia maar een maand de tijd om alles goed te bekijken en een prijs te maken. De moeilijkheden wil hij niet aanvoeren als excuus, maar toch zijn de marktverhoudingen voor staalbouw niet gunstig. Bovendien is het jammer dat aan infrastructuurprojecten als de Betuwelijn en de HSL weinig staal te pas komt, maar wel veel civiele projecten met betonwerk. Duidelijk is wel dat zo’n brug als de Jan Schaeferbrug nooit in beton gemaakt had kunnen worden. Zoiets kan alleen maar in staal. Blijft het feit dat de architect en de constructief ontwerper twee jaar over de bestekstekeningen doen. Nu, bij de uitvoering, weten ze pas echt wat de ontwerpers hebben verzonnen.

De aanpak bij het ontwerpen van een brug is volgens ir. T. Venhoeven van architectenbureau Venhoeven c.s. eigenlijk eenvoudig. “Je zorgt voor veel tussensteunpunten. Dat houdt de kosten van de constructie laag. De Jan Schaeferbrug kost minder dan 100.000 gulden per strekkende meter door de zeven overspanningen. De Erasmusbrug in Rotterdam gaat in minder stappen over de Nieuwe Maas en kost iets van 460.000 gulden per strekkende meter.”

Beperking van de overspanningen betekent volgens hem dat meer geld over blijft voor de architectuur. Mede daarom kon hij een ontwerp maken dat naar zijn zeggen lijkt op een hagedis. Het samenstel van schuine stalen buizen, waarop het wegdek steunt, heeft inderdaad wat weg van poten. Dat wordt nog geaccentueerd door de vorm van de stalen gietstukken waarmee de poten op de pijlers rusten. Het is maar hoe je er tegenaan kijkt, zegt Venhoeven: “Soms valt een poot weg en dan blijven gewone bouwtechnische details over.”

280 meter staal en beton

De Jan Schaeferbrug ligt tussen de Oostelijke Handelskade en het Java-eiland in Amsterdam. De brug is 280 meter lang en bestaat uit een betonnen aanbrug onder het Pakhuis De Zwijger op de Oostelijke Handelskade, twee stalen sandwichpanelen bij de kades en vijf stalen brugdelen. Drie van de vijf stalen delen zijn vast en steunen op schuine stalen buizen, gevuld met beton. Via gietstalen consoles zijn ze verankerd op zes betonnen pijlers in het water van de IJhaven. Tussen de drie vaste delen komen twee delen, die met behulp van pontons uit zijn te nemen. Bij Sail-manifestaties kunnen grote zeilschepen de brug dan passeren. Centraal over de brug loopt een rijbaan voor autoverkeer. De fiets- en voetpaden lopen aan weerszijden van de brug over een uitkragend dek.

Projectgegevens

Opdrachtgever: Gemeentelijk Grondbedrijf Amsterdam

Ontwerp: Venhoeven c.s.

Constructief ontwerp: Ingenieursbureau Amsterdam

Directievoering: Ingenieursbureau Amsterdam

Hoofdaannemer: Bouwcombinatie Ballast Nedam/Hollandia Staalbouw

Oplevering: september 2001

‘Veel tussensteunpunten houden de kosten laag’

Reageer op dit artikel