nieuws

Inbreng archeologie geeft ruimte impuls

bouwbreed Premium

Archeologie neemt een steeds belangrijkere plaats in op de agenda van ruimtelijke ordening. Maar de decentrale aanpak van de besluitvormingsprocedure kan, zo stelt Robbert Coops, belemmerend werken voor het veiligstellen en beheren van waardevolle vindplaatsen.

In 1992 ondertekenden de Europese ministers van cultuur het Verdrag van Valletta (Malta). Dit verdrag regelt hoe partijen dienen om te gaan met het archeologisch bodemarchief. Het veiligstellen en goed beheren van waardevolle vindplaatsen staan daarbij centraal. Bij noodzakelijke ingrepen in de bodem komt de (financiële) verantwoordelijkheid daarvoor bij de veroorzaker te liggen. Opdrachtgevers van bouw- of infraprojecten zullen voor eigen rekening en risico een ‘archeologisch schone grond verklaring’ moeten verkrijgen. Pas daarna kunnen de feitelijke werkzaamheden starten. Het is ook niet meer mogelijk de uitvoering van dat onderzoek af te kopen en over te dragen aan de overheid.

De relatie archeologie en ruimtelijk beleid wordt steeds inniger. Zo geeft de Nota Belvedere (1999), de beleidsnota over de relatie cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting,

inhoud en richting aan de cultuurhistorische identiteit van ons land. Dat moet ook wel, want anders gaat veel archeologisch waardevols letterlijk op de schop. Er is sprake van een zorgplicht, die niet alleen bij de overheid zou moeten liggen. Samenwerken met alle partijen – overheid, bedrijfsleven en de archeologische vakwereld – is daarbij geboden, aldus dijkgraaf Schoute van het Hoogheemraadschap Delfland tijdens het symposium ‘Archeologie zonder watervrees’. Dat ook waterschappen als medeordenende bestuurslaag in dat opzicht een belangrijke rol willen vervullen is evident. Er is daarvoor een compleet nieuw “waterinstrumentarium” ontwikkeld, variërend van een waterplan, watertoets tot waterparagraaf en waterkansenkaart. Op die manier moet een “strategische alliantie” tussen ruimtelijke ontwikkeling en water gaan ontstaan, waarvan waardevolle archeologische en cultuurhistorische elementen alleen maar van kunnen profiteren.

Pikant in dat opzicht is een recent onderzoek onder gemeenten, waaruit blijkt dat 50 procent van de gemeenten een inbreng van waterschappen bij het opstellen van bestemmingsplannen helemaal niet ziet zitten. Volgens Tweede Kamerlid Biesheuvel (CDA) zou dan ook de inbreng van de waterschappen niet alleen via de ruimtelijk ordeningslijn, maar ook via het milieubeleid kunnen gaan plaatsvinden. Welke vorm van samenwerking dan ook wordt gekozen, duidelijk is in ieder geval wel dat die samenwerking beter georganiseerd en gecommuniceerd moet worden dan nu het geval is.

De aangekondigde implementatie van het Verdrag van Valletta verloopt nogal traag. Staatssecretaris Van der Ploeg (OCenW) hoopt de aanpassingen van de Monumentenwet en de verdere consequenties voor het archeologiesysteem nog voor het zomerreces in het kabinet te laten bespreken, zo liet directeur Cultureel Erfgoed van het ministerie van OCenW, Van Hengstum, weten. De decentrale opzet, waarbij archeologie een gemeentelijke verantwoordelijkheid wordt, is niet geheel onomstreden, omdat in dit opzicht getwijfeld wordt aan de deskundigheid en bereidheid van gemeentelijke instanties. De gemeente krijgt volgens de plannen de nieuwe positie van vergunningverlener. Deze archeologievergunning is bedoeld om bij ingrepen in archeologisch gevoelige gebieden een besluitvormingsprocedure in gang te zetten, die aansluit op de procedures van de ruimtelijke ordening en/of die van de milieueffectrapportage. De gemeente treedt op als bevoegd gezag, zowel in besluitvoorbereidende, als in besluitvormende en toezichthoudende instantie. Maar omdat de gemeente zelf als initiatiefnemer van bodemverstorende maatregel ook financieel aansprakelijk daarvoor is, is extra zorgvuldigheid geboden bij het opstellen van regels. De provincie kan een aanwijzing geven, wanneer het gemeentelijk beleid niet strookt met de provinciale opvattingen en beleidsuitgangspunten, zoals verwoord in het streekplan, maar gelet op de bestuurlijke verhoudingen zal dat wel een laatste redmiddel zijn.

Maar ook zonder al te veel regels blijkt archeologie nu al inhoud en identiteit aan de ruimtelijke inrichting te geven. Dat gebeurt steeds nadrukkelijker en leidt ook tot een kwaliteitsimpuls. Menige Vinex-bouwlokatie ziet er – aldus provinciaal archeoloog Proos – toch heel wat fraaier en spannender uit dan zonder de inbreng uit de cultuurhistorische of archeologische vakwereld. Maar die inbreng moet dan wel goed worden getimed en afgestemd zijn.

Bron: symposium ‘Archeologie zonder watervrees’, Hoogheemraadschap van Delfland (20 april 2001).

Stelselwijziging archeologie puntsgewijs

* decentralisatie bevoegdheden;

* versterking relatie archeologie en ruimtelijke ordening;

* archeologievergunning als nieuwe voorwaarde;

* veroorzaker betaalt;

* marktwerking;

* kwaliteitssysteem.

Bij ingrepen in de bodem betaalt veroorzaker

Reageer op dit artikel