nieuws

Vergeten stukjes waterstaatkundig vernuft

bouwbreed

Veel gemalen staan als vergeten stukjes waterstaatkundig vernuft in het Hollandse landschap, dikwijls omzoomd door afzettingen. Verboden voor onbevoegden. Slechts een enkele bezit de uitstraling van de Cruquius in de Haarlemmermeerpolder. Het merendeel doet heel wat minder flamboyant zijn werk. Verslaggeefster Elsemiek de Jong belicht twee bescheiden rijksmonumenten – het oudste en het jongste – in Zeeland. Beide zijn dit weekeinde tijdens de Open Monumentendag te bezichtigen. Rode bakstenen boezemwanden met dekplaten

De voorgeschiedenis van het complex gemaal-boezem-spuisluis De Piet in Goes gaat terug naar 1874, toen het gesteggel om een betere afwatering tussen polderbestuur, provinciebestuur en de boeren begon. De te smalle, te bochtige en te ondiepe geul De Piet kon de wateroverlast niet meer aan. Oogsten gingen jaren achtereen verloren en de provincie bleef maar volharden in haar standpunt geen geld te hebben voor een ruimere geul, laat staan voor een stoomgemaal. Predikant De Voogd kon het niet meer aanzien en smeekte het provinciebestuur toch “innig medelijden te hebben met hen die werden getroffen in de hartader van hun bestaan”. Deze oproep vond gehoor. Er kwam een stoomgemaal, voorzien van een bronsmotor met centrifugaalpomp, die 150 kubieke meter per minuut kon verplaatsen. Men stookte op kolen of benzine, al naar gelang welke brandstof op dat moment het goedkoopst was. Later werd naast de stoommachine een dieselmotor gezet om de capaciteit met 100 kubieke meter per minuut uit te breiden. Inmiddels werkt ook De Piet op elektriciteit en is alles geautomatiseerd.

Functioneel

In het gemaal ruikt het nog steeds naar diesel. Twee glanzend groen geverfde pompen en aandrijvers staan op de authentieke, maar zeer gehavende betegelde vloer. Op aandoenlijke wijze laat het gebouw zien dat het lange tijd niet hoger werd gewaardeerd dan slechts een omhulsel, waar je niet te veel in moest investeren. De cultuurhistorische waarde zit hem dan ook vooral in de essentiële onderdelen van het complex. De rode bakstenen boezemwanden met dekplaten van natuursteen. De oorspronkelijke rondboogvormige openingen van de spuisluis, die voorzien zijn van natuurstenen boogblokken. En het natuurstenen tableau aan de boezemzijde, aangebracht ter gelegenheid van de aanleg in 1874. “Het waterschap is van oudsher gefocust geweest op de functionaliteit van machines en technieken. Sinds het vorige decennium groeit het besef om afgedankte machines als erfgoed te behouden. Gelukkig maar, anders was deze jongen allang naar de sloop gebracht”, zegt A. van der Wel, hoofd communicatie van het Waterschap Zeeuwse Eilanden en voor deze gelegenheid gids. Creatief metselwerk van doodgewone baksteen middelburg – Door het vlakke Zeeuwse landschap gaat de rit naar Middelburg, waar Gemaal Boreel staat, genoemd naar de ingenieur van het Polderbestuur die het plan had gemaakt. Het degelijke gebouw wint aan schoonheid door creatief metselwerk van doodgewone baksteentjes en hoge, in vlakken verdeelde ramen. In technisch opzicht was de bouw van Gemaal Boreel in 1929 zeer vooruitstrevend. Waar de meeste andere gemalen in Zeeland begin twintigste eeuw begonnen als stoomgemaal, kreeg Boreel direct elektropompen, in 1953 uitgebreid met een dieselpomp. Bij slecht weer draaide de diesel mee. Maar ook dit gemaal kwam er niet zonder slag of stoot.

Laat ’t gemaal een zegen heten

Tot in ’t verre nageslacht En wij zullen maar vergeten Dat er lang op werd gewacht.

Het zijn de slotregels van een gedicht van P. de Visser bij de officiële opening op 15 maart 1930.

Woest water

Boreel kan 725.000 liter water per minuut verwerken; bijna 73 volle tankwagens. Als het gemaal opstart, zuigt de vacuümpomp alle lucht uit de centrifugaalpomp. Zit deze vol water, dan stopt de vacuümpomp. De monden van de pomp zuigen het wateroverschot op, waarna het aan de andere kant van de kanaaldijk wordt gespuid. Daar gaat een lamp branden, om langsvarende boten er op te attenderen dat er woest water op komst is. Als het juiste waterpeil weer is bereikt, stoppen de pompen automatisch. Een krooshek zorgt ervoor dat drijvend vuil niet in het gemaal terecht komt. Drie pompen bemalen het gebied van ruim tienduizend hectare. Twee jaar geleden capituleerde de diesel voor een elektropomp, de derde in de serie. Voorbij is de tijd van twaalf uur op en twaalf uur af. De machinist hoeft niets meer in de olie te zetten, op te poetsen en te vertroetelen. Een onderhoudsmonteur kijkt twee keer per week of alles in orde is. Hij noteert de hoeveelheid pompuren, het stroomverbruik en controleert de werking van de vacuümpomp. Als dank voor de bewezen diensten staat de fraaie zescilinder dieselgigant op zijn ereplaats in het gemaal. Extra opgepoetst om dit weekeinde, tijdens de Open Monumentendag, nog even wat respect af te dwingen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels