nieuws

Staatssecretaris zaagt aan de stoelpoten van corporaties

bouwbreed

Is de rol van woningcorporaties uitgespeeld? Bij het vaststellen van het antwoord op die vraag is meer voorzichtigheid geboden dan staatssecretaris Remkes in zijn ontwerpnota Wonen toont, zo meent Arie de Klerk. Want wat gebeurt als het economisch tij keert, en wie pakt de stadsvernieuwing in 2030 aan?

In zijn ontwerpnota Wonen bindt staatssecretaris Remkes de strijd aan met het hybride karakter van de woningcorporatie. Wat hem betreft blijven corporaties de pijler van het woonbeleid, maar dan moeten ze niet van twee walletjes willen eten. Dus niet zich laten voorstaan op hun sociaal gezicht en zich tegelijk presenteren als marktpartij met winststreven. De komende tien jaar staat de corporatie zelf niet ter discussie, maar dat weerhoudt de staatssecretaris niet om aan hun stoelpoten te zagen. Zo zegt hij corporaties de wacht aan om de komende tien jaar 500.000 van het huidige aantal van 2.300.000 corporatiewoningen te verkopen. En er moet fors in kwaliteit worden geïnvesteerd.

Hoeders

Juist in een tijd dat bomen tot in de hemel lijken te groeien moet men het bestaan van woningcorporaties goed op waarde schatten. Men kan zich daarbij op het standpunt stellen dat zij hun bijdrage aan het wegwerken van de achterstanden op het gebied van volkshuisvesting hebben geleverd, dat die verworvenheid een permanent karakter heeft en dat dus het einde van hun levenscyclus in zicht is. Maar voorzichtigheid is geboden. Bij alle ideeën over de toekomst van de sociale sector moet men bedenken dat de combinatie van een hogere rente, verdergaande gezinsverdunning, grotere verhuismobiliteit en een krimpende economie, over bijvoorbeeld tien jaar een heel ander beeld oplevert dan men wellicht nu voor ogen heeft. Corporaties worden in de nota aangemerkt als de hoeders van maatschappelijk kapitaal. Daarmee, zo is de boodschap, moet zorgvuldig worden omgesprongen. De vraag rijst daarbij wat de voorwaarden zijn om die verantwoordelijkheid te kunnen invullen. De nota noemt in dit verband de gemeente als partij van wie duidelijkheid mag worden verwacht waar het gaat om het proces van stedelijke vernieuwing. Corporaties zullen hun investeringen daarop moeten kunnen richten. Verloopt die samenwerking niet goed, dan zullen corporaties en gemeenten samen worden aangemerkt als de verspillers van het maatschappelijk kapitaal dat corporaties in handen is gegeven. Het rijk draagt verantwoordelijkheid waar het gaat om het geven van een perspectief voor de lange termijn. Analoog aan de horizon van de vijfde nota ruimtelijke ordening geldt daarvoor het jaar 2030. Vanaf dat jaar, zo is de verwachting, zal de bevolking afnemen en neemt dientengevolge het risico van leegstand toe.

Uitgepond

Als gezegd zullen de gezamenlijke corporaties in de komende tien jaar een kwart van hun bezit moeten afstoten. Corporaties zijn tot verkoop bereid, maar ze doen dat bij voorkeur alleen wanneer dat ook het eigen belang dient. Zo verkopen zij eerst ééngezinswoningen. Die liggen goed in de koopmarkt en tegelijk zijn ze vanwege hun marktprijs vaak moeilijk te verhuren. Het verkopen van flatwoningen is veel complexer. Met het verkopen van appartementen versnippert het eigendom. Uiteindelijk raakt dit aan de vraag van de (stads)vernieuwing van de toekomst. Je moet er niet aan denken dat over dertig jaar al dat uitgepond bezit verworven moet worden om het te kunnen saneren. De nota zwijgt daarover, maar het lijkt me dat bij het optuigen van een eigentijds woonbeleid absoluut rekening moet worden gehouden met de toekomst. Van een majeur probleem als stadsvernieuwing kan men zich niet vroeg genoeg rekenschap geven. Wat betreft het ontwikkelen van woningprojecten, tenslotte: corporaties mogen marktpartijen niet voor de voeten lopen, is sinds de nota Heerma de boodschap. Geleidelijk echter rijst de vraag of het kind niet met het badwater is weggegooid. Want ontwikkelaars mogen dan voor de markt bouwen, het is wel de markt van dit moment. De toekomstwaarde van de voorraad is daarmee bij hen niet in goede handen. Een belangrijkere rol voor corporaties bij projectontwikkeling zou bovendien een antwoord zijn op de kwestie van de overwinsten die bij nieuwbouw worden behaald. Dergelijke overwinsten kan de overheid eenvoudig afromen door te wijzen op het maatschappelijk kapitaal dat corporaties nu ook al onder hun hoede hebben.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels